Er is in de Griekse literatuur méér geschreven dan alleen Zorba

Een man leest in Athene Beeld Griekenland

Hero Hokwerda weet waarom je hier weinig uit het Grieks vertaalde romans aantreft.

Vraag een Nederlander die weleens een boek leest om een Griekse prozaschrijver te noemen, grote kans dat hij Kazantzakis zegt, auteur van ‘Leven en wandel van Zorbás de Griek’. De romans van deze rasverteller én denker zijn nog steeds het lezen meer dan waard. De afgelopen jaren zijn dan ook zijn drie beste romans opnieuw uitgegeven bij Wereldbibliotheek (zie pag. 25). Maar Nikos Kazantzakis is in 1957 overleden. Zijn er voor en na hem dan geen Griekse prozaschrijvers van belang geweest? Kostas Tachtsís (1928-1988) keek altijd met afgunst naar al die Engelse uitgaven van Kazantzakis die overal in toeristenoorden verkocht werden: dat wilde hij ook! Hoe kan het dat er in Nederland zo weinig Griekse schrijvers bekend zijn? Ligt dat aan de Griekse literatuur, of aan de Griekse overheid, of misschien ook een beetje aan Nederland?

Om met die Griekse overheid te beginnen: wat mag je verlangen van een land dat bijna tien jaar aan een financieel infuus lag en hevig moest bezuinigen? Misschien dat er wel geld uitgetrokken kon worden om exportproducten als feta en retsina veilig te stellen, maar hoe zit dat met het exportproduct literatuur?

Reanimatiepoging mislukt

Veel landen hebben letterenfondsen die met subsidies buitenlandse uitgevers voor hun literatuur proberen te interesseren. Door de vertaalkosten op zich te nemen, hoeven de uitgevers die niet in de prijs van het boek door te berekenen en kan zo’n vertaling concurreren met titels van eigen bodem. Zo’n subsidieprogramma bestond ook in Griekenland, met redelijk succes. Maar in 2004, onder een nieuwe, conservatieve regering en met de kostbare Olympische Spelen van dat jaar, raakte het programma in een sluimertoestand; het bleef op de website staan, maar met aanvragen werd niets gedaan, en in 2007 werd het officieel geschrapt. Na 2009 reanimeerde een nieuwe, progressieve regering het programma en bracht het onder in het Griekse Centrum van het Boek. Maar in 2012 werd dat Centrum met één pennenstreek van de minister van cultuur opgedoekt. Die beslissing heette los te staan van het subsidieprogramma dat, zo was de verwachting, wel spoedig ergens anders onder zou worden gebracht. Maar daar is nog niets van gekomen.

Zit er achter deze gang van zaken misschien ook een Griekse neiging zich op te sluiten in het eigen wereldje? Opvallend is dat er van sommige ingrijpende historische gebeurtenissen geen echte ‘Grote Griekse roman’ te vinden is: stoelend in de eigen Griekse werkelijkheid, maar die een universeel publiek weet aan te spreken. De moderne geschiedenis leent zich ervoor. Neem de traumatische Kleinaziatische Catastrofe in 1922 en de aansluitende bevolkingsuitwisseling, toen een kleine 1,5 miljoen Grieken als vluchtelingen naar Griekenland moesten verkassen. Of de tijd van bezetting en burgeroorlog in de jaren veertig.

In de buurt van zo’n Grote Griekse roman komt wel ‘Het derde huwelijk’ van genoemde Kostas Tachtsís: een spetterende, zeer Griekse familiesaga tegen de achtergrond van de roerige eigen geschiedenis in de eerste helft van de vorige eeuw. Wie wil weten hoe Grieken thuis opgroei(d)en, moet dit boek lezen, maar het is alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.

Op een andere manier groots is zeker ook de roman (nog wel verkrijgbaar) ‘Bij wijze van roman. Het zelfde en het andere’ van Yannis Kiourtsakis: ook weer een familiegeschiedenis, maar hier cirkelend om de verhouding van Griekenland tot Europa (en andersom) - het boek is nog van voor de grote crisis, maar werpt daar in diepere zin evengoed een licht op.

Uitgaven onder de radar

Is er maar zo weinig Griekse literatuur vertaald en, vooral, verkrijgbaar? Wie zoals ik een ‘kleine’ taal en literatuur doceert en vertaalt, fungeert ook algauw als ambassadeur van die literatuur. Zo ben ik in de loop van de jaren een paar keer bij grote uitgeverijen op gesprek geweest met een stapel boeken die voor vertaling in aanmerking kwamen.

Daarbij werden meteen al boeken van dode schrijvers en verhalenbundels opzijgelegd. Tja, zo valt een prachtige 19de-eeuwse auteur als Vizyïnós meteen buiten de boot: uit de tijd ná Poe, ván De Maupassant en kort vóór Tsjechov, en niet voor hen onderdoend. Alleen al zijn novelle ‘Moskov Selim’ zou iedereen moeten kennen, over een deugdzame Turk, te midden van Grieken, die maar liever Rus wilde zijn.

Dan moet een kleine uitgever als Ta Grammata (waar ik zelf voor werk) dat dus maar opknappen in de bundel ‘De zonde van mijn moeder, en alle andere verhalen’. Zo is er heus wel van alles uit de Griekse literatuur in Nederland te verkrijgen, maar zulke uitgaven willen nog weleens onder de radar van het publiek - en van de kritiek! - blijven.

Juist méér titels

En de huidige Griekse crisis dan, sinds 2009? Getallen ken ik niet, maar als je in Griekse boekhandels rondloopt, lijken er in de crisisjaren alleen maar méér titels verschenen te zijn. Eentje die eruitspringt is van grande dame Rhea Galanaki: ‘De uiterste vernedering’ (de benaming van de Christusafbeelding die bij ons als ‘Man van smarten’ bekendstaat). In deze ‘crisisroman’ - die nog op vertaling wacht - slaagt Galanaki erin het lijden van Griekenland na 2009 van binnenuit te verbeelden zonder in een (aan)klacht te vervallen. Het boek is een bezinning op de eigen Griekse geschiedenis en op de eigen omgang met de moderne tijd, die beide hun rol spelen in deze crisis. Galanaki’s romans behoren tot het beste wat de Nieuwgriekse literatuur de laatste decennia te bieden heeft, maar ze zijn geen gemakkelijk leesvoer met hun vaak beeldend-associërend-dichterlijke taal.

De Griekse literatuur is in Nederland sterk afhankelijk van een redacteur op een van de grote uitgeverijen, die toevallig ‘iets met Griekenland heeft’. Zolang die er niet rondloopt, zijn de betere boeken uit een kleine literatuur als de Griekse aangewezen op een kleine uitgeverij. Het literaire belang van die uitgevers neemt daardoor dus toe.

Boekenredacties op kranten zijn zich daar vaak niet van bewust, ze pikken publicaties van kleine uitgevers zelden op. En zo zullen het grote publiek of de toeristen nooit weten hoe Griekenland, met heel dat lange, grootse verleden, omgaat met die geschiedenis en met de moderne tijd.

Want als je een vakantieland wilt leren kennen, zei de bekende Griekse detectiveschrijver Petros Márkaris ooit, ga er dan naar de markt en naar de marktplaats van de geest: de nationale fictie.

Lees ook:

Griekse componiste Calliope Tsoupaki: "We zijn een taai volk, zo voel ik dat"

De Griekse componiste Calliope Tsoupaki kwam voor de muziek van haar leermeester Louis Andriessen naar Nederland, trouwde er en bleef. ‘In ons huis zijn de twee culturen duidelijk aanwezig. Ik breng chaos mee.’

Voor veel Grieken is een hond geen levend wezen, maar een ding

Als een Griek zijn hond zat is, laat hij hem vaak ergens achter. Zwerfhonden kom je daardoor volop tegen in Griekenland. Nederlanders willen graag adopteren, mits een dier leuk is met de kinderen, natuurlijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden