ZomercolumnFranca Treur

Er is een soort morele zwaartekracht die boeren op hun plek houdt

“We gaan een boertje van je maken”, zegt mijn vader tegen mijn zoontje, zoals hij dat tegen al zijn kleinkinderen heeft gezegd. Nieuw is dat hij erbij zegt dat hij het niet meent. In Nederland is er geen toekomst voor een boer. Dankzij steeds weer nieuwe milieumaatregelen, dure afgedwongen investeringen en hoge administratiedruk. Als boerendochter gaat me dat aan het hart, al snap ik dat er in een klein land als het onze iets van regulering moet zijn. Als boeren niet gebonden zouden zijn aan overheidsregels en quota zouden ze te veel produceren.

Dat komt door hun cowboymentaliteit, zei een vriend van me ooit. Want wat koopt een cowboy als hij een beetje geld heeft verdiend? Meer koeien. Dat is wel erg simplistisch, je kunt zoiets niet terugvoeren op karakter.

Nergens zou een dergelijk laag uurloon worden geaccepteerd

Boeren kunnen niet zo gemakkelijk inspringen op vraag en aanbod. Ten eerste is er de lange productietijd. Dat maakt het moeilijk om rekening te houden met bijvoorbeeld weersomstandigheden. En sowieso: de grond is er. De stal staat er. Investeringen om aan milieuregels te voldoen zijn gedaan. Niet inzaaien is so­wieso kapitaalvernietiging. De stal niet vol zetten ook. Bovendien zijn de prijzen die ze van de supermarkten voor hun gewassen en voor hun melk krijgen zo laag dat er alleen met een hoge productie nog een boterham uit gehaald kan worden.

Dat ze door blijven boeren ondanks alle overheidsbemoeienis en de veel te lage prijzen is natuurlijk bizar. In geen enkele andere sector zou een dergelijk laag uurloon, met zulke grote risico’s en zulke hoge investeringen worden geaccepteerd. En dat terwijl bijna niemand wil dat ze ermee stoppen. Stel je voor dat er ineens geen Nederlandse aardappelen meer zouden zijn, geen melk, geen groenten! Ze mogen niet stoppen, maar ook niet meer verdienen. Want dan wordt eten duurder.

Die angst levert al sinds mensenheugenis stereotypen op als de dom­me, grove boer die geen aansluiting vindt bij de burgers in de stad. Stereotypen die de boeren zelf ook overnemen, op de geuzenmanier. Ik groeide ermee op. Wij zouden nooit op een dorp gaan wonen, zeiden mijn broers en ik vroeger. En al helemáál niet in de stad bij de kakkers. Als tiener droeg ik een zilveren trekkertje om mijn nek.

Ook de overheid is zich ervan bewust dat de voedselproductie geen gevaar mag lopen. Voor boeren is er een beetje overheidssteun. Wel is na boterbergen en voedseldumpingen in derdewereldlanden de focus verlegd van productiesteun naar inkomenssteun, wat voor veel agrariërs moeilijk te verteren is. Een boer wil geen subsidie. Een boer wil een eerlijke prijs.

Maar mentaliteit speelt toch ook wel een beetje een rol. Er is een soort morele zwaartekracht die boeren op hun plek houdt. Met de bijbel in de hand is hun ooit aange­praat dat hun werk hun roeping is. En zo zien ze het zelf ook. Ze kunnen niets anders zijn dan boer. Ze doen eerlijk en nuttig werk, ze staan in direct contact met de natuur, met de aarde, met grond die al generaties lang in de familie is. Het is hun morele plicht om te blijven zaaien en oogsten, ongeacht de markt en ongeacht wat het oplevert. Ze hebben niet het gevoel dat ze iets te zeggen hebben en zwijgen liever. De recente protesten doen geloven dat de boeren zich massaal laten gelden, maar de meesten blijven thuis. Elke dag ademen ze de gezonde buitenlucht in, eigenlijk al een beloning op zich.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden