Review

'Epitaph' mist avontuurlijke aanpak

De geniale componist bedenkt iets en staat erop dat het precies zó en niet anders wordt uitgevoerd.

Kees Polling

Charles Mingus, geniaal jazzcomponist en bassist, koesterde de ambitie een jazzsymfonie te schrijven. Dat werd 'Epitaph' (grafschrift). Geplaagd door omstandigheden en tegengewerkt door de goden, mislukte de eerste uitvoering in 1962. Zijn teleurstelling was zó groot dat hij er nooit meer naar om heeft willen kijken.

In 1989, tien jaar na Mingus' dood, beleefde 'Epitaph' dan toch nog zijn echte, complete, wereldpremière. Dat was te danken aan dirigent en jazzliefhebber Gunther Schuller en musicoloog Andrew Homzy, die drie jaar besteedden aan het reconstrueren van oude partituren.

Dat Mingus' genie daarmee eer betoond werd, daaraan werd niet getwijfeld. Feit was dat de muziek, zoals zij een paar jaar later op dubbel-cd verscheen, veel geniaals en genietbaars bevatte. Maar ook werd duidelijk dat Mingus' ambitieuze jazzsymfonie uiteindelijk slechts bestond uit losse delen, waartussen beproefde hits als 'Better get in your soul' en 'Peggy's blue skylight', en stukken van anderen (Vernon Duke's 'I can't get started', Jelly Roll Mortons 'Wolverine Blues). De meest jazzy daarvan werden ook na het debacle uit 1962 nog wel eens uitgevoerd door een van Mingus' groepen. De voor de jazzcomponist meest gewaagde delen (vol invloeden van Stravinsky, Varése en Bartók) waren pas in 1989 weer te horen.

'Epitaph' is sindsdien meermalen uitgevoerd, onder meer in Moskou. En nu ook in Nederland, waar het werk donderdag tijdens het Holland Festival werd gespeeld in het Amsterdamse Concertgebouw door het Amerikaans/Nederlandse Transatlantic Orchestra. Leverde deze uitvoering net zoveel voldoening op als de cd-uitgave? Om eerlijk te zijn: nee. Wat er precies mis was, is onduidelijk. Beneden in de grote zaal verwaaide de muziek, waardoor delen van het orkest - dat op bas en gitaar na, zoals het hoort, onversterkt speelde - niet of slecht hoorbaar waren. In het deel na de pauze, dat ik hoorde vanaf het balkon, klonk het ensemble beduidend beter in balans, maar behield de muziek haar rommeligheid en miste ik verfijning.

Bij de samenstelling van het ensemble werd de nadruk gelegd op de internationale bezetting. Ook eerder gebeurde dat: tweede bassist in het ensemble, Boris Kozlov, bleef hangen na het Russische concert. In het ensemble zaten kopstukken uit de Nederlandse jazz als Michael Moore (altsax en klarinet), Angelo Verploegen (trompet) en Wolter Wierbos (trombone). Moore kreeg enkele solo's, waarin hij zich duidelijk positief onderscheidde van zijn vroegere landgenoten, Verploegen kreeg één echte solo, waarin deze hetzelfde deed en Wierbos moest wachten tot het allerlaatste nummer om fiks uit te mogen pakken. Natuurlijk mochten de talloze solo's van de vaste solisten Bobbie Watson en Al Foster (altsaxofoon), Phillip Harper (trompet) en Art Baron (trombone) er ook zijn, maar hoe goed die ook klonken, ze ontbeerden de avontuurlijke geest van die van de Nederlanders. En als Mingus' muziek iets nodig heeft dan is dat een vrije, avontuurlijke aanpak.

Nee, dan de dubbel-cd van 'Epitaph' (Sony/Columbia 466631 2), dat is Mingus' enige, echte, waardige grafschrift.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden