Review

En zo komt Japan uit de manga

Kinderen hebben er geen moeite mee: met gemak passen ze de figuren van Pokémon en andere Japanse cartoons in hun belevingswereld in. Maar eigenlijk zijn manga, Japanse strips, behoorlijk onbegrijpelijk voor niet-Japanners. De stapel boeken die manga voor westerlingen proberen te verklaren, groeit door. Maar niet alle auteurs slagen er zo goed in als Ian Buruma om Japan te 'lezen'.

Manga-figuren, met de bekende grote ogen, disproportionele lichamen en buitenissig piekhaar, enteren via televisieseries en chipszakspeeltjes de kinderfantasie en volwassenen laven zich in de bioscoop aan prachtige tekenfilms als 'Spirited Away'. Het begint erop te lijken dat manga buiten Japan de al langer bestaande aanhang van grafisch ontwerpers en jeugdige stripliefhebbers aan het overstijgen is, en zo langzamerhand een plek heeft veroverd in het collectieve culturele geheugen van de westerse wereld.

Zo vreemd is dat ook niet. Ondanks het feit dat er veel manga van povere artistieke kwaliteit gemaakt wordt, is er ook veel moois in manga te ontdekken, in de literaire zin maar meer nog op het grafische vlak. Goede manga kent een vitale combinatie van artisticiteit, ambachtelijkheid en het gebruik van een dynamische, vaak op esthetiek gerichte beeldtaal. Kenners, westerse striptekenaars voorop, hoeft wat dat betreft niets te worden uitgelegd: de introductie van Japanse beeldcultuur in het Westen is een verrijking voor de wereld van het beeldverhaal, inclusief het medium film.

Vandaar ook het steeds uitdijend arsenaal van inleidingen in boekvorm, waaraan kort geleden nog eens twee titels zijn toegevoegd: 'Manga -Sixty Years of Japanese Comics' van de journalist Paul Gravett, en een Taschen-glossarium met werk van honderdvijfendertig artiesten, eenvoudigweg 'Manga' getiteld.

Manga is overal in het Westen te krijgen -Nederland loopt overigens, vanwege de financiële risico's bij dure vertalingen voor een klein taalgebied, mijlenver achter op landen als Frankrijk, Italië of de VS. En de stapel westerse boeken óver manga groeit. Kennelijk heeft manga een wereldwijd bereik en een wereldwijde uitstraling. Kennelijk wordt manga overal begrepen.

Of toch niet? Veel manga is ronduit onbegrijpelijk voor een niet-Japanner. Aan de verhaalstructuur, beeldtaal en karakteropbouw van de personages liggen Japanse stereotypen en vertelpatronen ten grondslag, die zonder uitleg soms slecht te volgen zijn.

Ouders met kinderen die aan de Pokémon-rage meededen, zullen beamen dat de manga misschien uit Japan te halen is, maar Japan niet gemakkelijk uit de manga. Kinderen hebben daar grappig genoeg vaak geen enkele moeite mee: de kindergeest vouwt zich moeiteloos rond personages, die van de ene fysieke verschijning en identiteit naar de andere springen, van sekse veranderen of tussen mens-zijn en robot-zijn laveren.

Bij een volwassene roept dit vragen op, variërend van eenvoudige nieuwsgierigheid naar waar kinderen eigenlijk mee spelen tot vragen over de Japanse wereld achter de manga. Wat zegt de opvallende vermenging van geslachten, de gender-blending, in de strips over de seksuele verhoudingen in Japan? Vanwaar de obsessieve nadruk op geweld en robuuste techniek in mecha-strips (van het Engelse mechanic)?

Het boek van Paul Gravett geeft een eerste zetje bij de pogingen manga te begrijpen. Hij kiest ervoor 'gewoon ' een geschiedenis te schrijven van de mangacultuur en maakt zo op een praktische manier inzichtelijk hoezeer manga in de Japanse cultuur en maatschappij is verankerd. Bij elkaar genomen beantwoordt zijn boek twee vragen: Wat is manga en hoe is de manga-cultuur tot stand gekomen? Zoals elke populaire cultuur is manga een oppervlakteverschijnsel met enerzijds wortels in verschillende culturele bronnen -oudere beeldcultuur, de Japanse ideomatische schrijftaal, Japanse geschiedenis en folklore -en anderzijds een stevige band met de dromen en verlangens van het hedendaagse publiek.

Veel manga-series worden op wekelijkse basis uitgegeven -in absolute oplages die in Nederland alleen met die van het telefoonboek kunnen concurreren- en zijn voorzien van gefrankeerde retourkaarten waarop fans aan kunnen geven wat zij goed of minder goed vinden aan de serie. Die opmerkingen worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van het verhaal. Hierdoor wordt een hechte band tussen manga en publiek gesmeed. En de manga gaat op den duur verbeelden wat de gemiddelde fan van zijn of haar strip verwacht. Op die manier kan een hoge mate van interactiviteit tussen lezer en schrijver ontstaan, ook omdat auteurs soms in de kantlijnen van hun werk persoonlijke opmerkingen krabbelen over de post die zij gekregen hebben.

De combinatie van deze interactiviteit en de massale aanwezigheid van manga in Japan, suggereert dat manga een ideaal onderzoeksobject is voor het bestuderen van de Japanse mentaliteit, fantasie en moraal. De manga-strips en tekenfilms bieden een venster op Japan en de Japanners, althans voor wie er oog voor heeft. Jammer genoeg niet voor een schrijver als Paul Gravett. Als introductieboek voldoet zijn 'Manga -Sixty Years of Japanese Comics' prima, al is het hier en daar wat saai geschreven. Maar aan de derde vraag, de standaard afsluiting van het lagere-schoolwerkstuk, komt hij niet toe: Waarom? Waarom heeft manga zo'n massale aanhang verworven in Japan? Wat zoekt en vindt de Japanner in zijn stripboeken? En wat kan de geïnteresseerde westerling uit manga over de Japanner leren?

Wie zoekt naar antwoorden merkt dat de meeste andere westerse auteurs die vraag ook ontlopen. Ook Frederik L. Schodt, een journalist die in 1983 met 'Manga! Manga! The World of Japanese Comics' manga voor het Westen opende, komt niet ver in dit opzicht. Hoewel zijn boek nog steeds de vergelijking met die van Gravett kan weerstaan, gaat ook dit boek mank aan te veel beschrijvingen van de oppervlakte. Goed voor het Wat en Hoe van Japanse manga, niet voor het Waarom.

Niet dat het een gemakkelijke opgave is om tussen de inktlijnen door te lezen en te analyseren wat er eventueel achter steekt. Japan heet sociaal ontoegankelijk te zijn en Japan wordt in het Westen graag als een onoplosbare puzzel voorgesteld: Japanners zijn vriendelijke mensen, maar je krijgt er totaal geen hoogte van. En dat terwijl het bij nadere beschouwing meevalt en er in sommige gevallen slechts wat westerse begrippen gekanteld of uitgewist moeten worden om dicht bij de Japanner te komen.

Zo krijgt Ian Buruma in zijn 'De Spiegel van de Zonnegodin' in een paar pennenstreken helder waarom de sterke aanwezigheid van seks en geweld in manga ons niet hoeft te verbazen. Japanners hebben een andere omgang met seksualiteit, omdat in het niet-christelijke land geen morele notie van de zonde bestaat. De banvloek die in de christelijke wereld over de lichamelijkheid is uitgestort, is daar afwezig, met als gevolg een in onze ogen zeer vrije omgang met seksualiteit, ook in beeldverhalen.

Daarnaast, zo maakt Buruma duidelijk, is er de andere verhouding tussen de individuele mens en het collectief. De sociale vrijheden zijn beperkter dan bij ons, maar worden gecompenseerd in de fantasiewerelden van bijvoorbeeld manga-verhalen, waarbij de impliciete afspraak is dat de fantasie de sociale werkelijkheid beïnvloedt. En zo kan het dus zijn dat een Japanner in strips grove en perverse gewelddadigheden kan lezen, zonder dat hij zich daarover schuldig voelt, en, over het algemeen genomen, zonder dat het gedrag in de strips leidt tot verstoringen van de mores in de maatschappij. Kijk, zo wordt de puzzel die de Japanner heet te zijn al veel oplosbaarder.

Zulke inzichten maken het direct plezieriger naar manga te kijken, omdat het venster op Japan in dit geval ook een spiegel op het Westen biedt. Het westerse, christelijke zondebesef is in Japan afwezig, wat het perspectief opent op een minder beladen omgang met lichamelijkheid in het Westen.

Herlezing van Buruma's boek doet je reikhalzend uitzien naar meer van zulke beschouwingen. Wat mist is verse manga-studie, die verderborduurt op deze analyses biedt. Omdat op die manier niet alleen de manga uit Japan komt, maar Japan ook stukken beter uit de manga, ter lering en vermaak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden