Review

En ineens huilen als het jongetje van toen

Han van den Blink bracht de oorlogsjaren door in het jappenkamp. Eerst in een kamp voor vrouwen en kinderen. Maar vanaf zijn elfde verjaardag in 1945 op eigen benen in een mannenkamp. Op een ochtend in 1988, hij woont dan al jaren in de Verenigde Staten, vindt hij tussen de post een brief van zijn vader met daarin een aantal knipsels. Een daarvan is uit Moesson, een blad voor oud-Indië-gangers. 'Monument jongenskampen Bangkong-Gejungjati 1944-45' leest hij en hij ziet een klein standbeeld van een uitgemergeld jongetje, in lendendoek met pikhouweel en schoffel.

Het was of er van een diep verborgen wond een korst werd afgescheurd. Hij barstte in tranen uit, bleef maar kijken naar het knipsel en kon niet ophouden met huilen, niet als een volwassen man, merkte hij, maar als een jongetje. Huilend beleefde hij zijn kampangsten opnieuw en het verbaasde hem hoe dicht die na ruim veertig jaar aan de oppervlakte lagen.

Later werd hij zich van nog een andere gewaarwording bewust. Het was een gevoel van rechtvaardiging. Dat bronzen beeldje met het opschrift 'Zij Waren Nog Zo Jong' erkende dat 'ook óns lijden echt was'. ,,Het was alsof er een last van me afviel, waarvan ik niet eens wist dat ik hem al die jaren met mij meegedragen had.'

Wat hem overkwam, interesseerde Van den Blink, intussen hoogleraar pastorale theologie en pastoraal counselor, ook beroepsmatig. Hoe kan een trauma van heel vroeger zo krachtig en zo onverwacht gereactiveerd worden? Of, algemener, hoe komt het dat een stemming van welbevinden ineens kan omslaan in een van angst en onrust?

In zijn zoektocht gaat Van den Blink uit van vier vooronderstellingen. De eerste is, dat ieder mens opereert in een context en van die context de invloed ondergaat. Met 'context' bedoelt Van den Blink de totale omgeving waarin wij ons bevinden en die zich ook in ons bevindt. Uit onze context kunnen we net zomin stappen als uit ons lichaam.

Ten tweede ontwikkelen mensen in hun reactie op elkaar in een mum van tijd vaste patronen. Die gaan een eigen leven leiden en spelen ook altijd een rol in de verhouding counselor/cliënt. In de derde plaats speelt in ieder oordeel over een ander, ook in dat van counselor over cliënt, altijd mee met wat er in de counselor of therapeut zelf gaande is. Inclusief vaak niet eens her- en erkende opvattingen en waardesystemen.

In de wereld van therapie en counseling wordt de invloed van eigen achtergrond en opvatting van de hulpverlener in zijn reactie op zijn cliënt nogal eens onderschat of zelfs ontkend. Ten onrechte, meent Van den Blink: de counselor ondergaat precies zo de invloed van zijn eigen context (zijn eigen geschiedenis en sociale positie) als ieder ander.

En ten vierde ten slotte brengt Van den Blink in zijn counseling een geloofsperspectief mee. Genezing, zo stelt hij, komt uiteindelijk niet van de counseling, maar van 'de scheppende Geest, die de bron is van alle genezing'.

Het sleutelwoord voor Van den Blink, zo blijkt uit deze vooronderstellingen, is verbondenheid. Dat begint al bij zijn visie op het trauma van een cliënt: geen geïsoleerd feit, maar verbonden met zijn levensgeschiedenis. Je kunt het ook niet uit die levensgeschiedenis pellen om het vervolgens als apart verschijnsel voorgoed uit de wereld te helpen. Wie denkt van wel loopt groot risico, hetzij als counselor hetzij als cliënt, vast te lopen in schuld- en incompetentiegevoelens.

De counselor kan niet meer doen dan hulp bieden om greep te krijgen op typerende patronen die iemand in problemen brengen. Van den Blink wil mensen leren begrijpen waarom ze in bepaalde situaties, bijvoorbeeld als ze in het nauw gebracht worden, zo reageren dat ze er zelf schade van ondervinden. Om vervolgens te leren daar niet aan toe te geven. Dat gaat moeizaam, met vallen en opstaan. En zonder dat de oude patronen ooit helemaal verdwijnen.

Van den Blink vergelijkt het met een rivier, die op zeker moment een nieuwe bedding zoekt. Maar vlieg je eroverheen, dan zie vanuit de lucht de oude bedding, droog gevallen en intussen begroeid. Hoewel, droog gevallen: bij heel hoog water lopen ook die oude beddingen nog wel eens onder. Helemaal over en uit, is het bij een trauma nooit.

Er spreekt een aangename bescheidenheid uit Van den Blinks aanpak. Hand in hand met een wellevendheid van de counselor tegenover zijn cliënt, die in de wereld van de psychotherapie nogal eens gemist wordt. Daarnaast bieden zijn beschouwingen, zowel over de parti-pris van de hulpverlener als over het moeten accepteren dat disfunctionele reacties wel overwonnen, maar nooit voorgoed terzijde geschoven kunnen worden, ruim stof tot nadenken over eigen bestaan en psychische gesteldheid.

Zeer inspirerend vind ik ook de beschrijving van zijn religieuze zoektocht. Begonnen in een traditie waarin God wordt opgevat als transcendente macht die ingrijpt in de geschiedenis en als zodanig systematische en exegetisch onder de loep is te nemen, heeft Van den Blink steeds meer oog gekregen voor wat hij noemt 'een verhoogd bewustzijn van de aanwezigheid van het Heilige in mijn leven.' Niet 'eropaf', maar 'wacht eens wat je overkomt'. Het is het milde vertrouwen, dat er door Gods Geest dan ook iets gebeurt, die dit boekje zo bijzonder maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden