En dan de zon

,,Wat Willem den Ouden vastlegt zijn niet de huizen, noch de intieme hoekjes tussen het begroeisel van de uiterwaarden, noch de dorpsgezichten, noch de schepen op de rivier, al zijn ze als je goed kijkt in de verte weergegeven. Wat hij in beeld brengt zijn het licht en de ruimte die hier zo overweldigen.'' In 'De Beyerd' te Breda wordt vandaag een overzichtstentoonstelling geopend van de landschapschilder Willem den Ouden.

door Martin Reints

Het landschap dat Willem den Ouden tekent en schildert, is iets anders dan een stuk natuur uit een beleidsplan. In de beleidsplannen heb je twee soorten gebieden: de omgevingen waar mensen wonen en werken en de gebieden waar mensen buiten moeten blijven omdat daar een soort oernatuur wordt gereconstrueerd.

Naar die oernatuur mag je op een afstandje kijken, zoals je op de tribune van een arena naar een wild gevecht kijkt waar je zelf geen deel aan hebt. En omdat de beleidsmakers de taal spreken die de politici overtuigt, worden in steeds meer omgevingen de sporen van het menselijk bedrijf uitgewist. De menselijke bewoners worden geëvacueerd.

Het beheer van het landschap wordt aan teruggefokte oerdieren overgelaten. De nieuwe omgevingen worden alleen nog betreden door deskundigen, die hier de gegevens komen verzamelen voor hun tabellen over de soortenrijkdom. Sommige stukjes verwoest cultuurland zijn ingericht voor de recreatie van de mensen.

Over slingerende kanovaarten en via bochtige weggetjes worden ze langs de informatiepanelen geleid, zodat ze tijdens hun ontspanning de kennis opdoen die ze het gevoel geeft zinvol om te gaan met de vrije tijd. Ook deze stukjes verwoest cultuurland worden bezocht door de deskundigen. Want hier kunnen ze de gegevens verzamelen voor hun studies over iets wat ze natuurbeleving noemen.

Zo zijn er welbeschouwd twee soorten namaaknatuur, die met het oervee en die met de informatiepanelen. En geen van beide levert de landschappen op waar een landschapschilder iets mee kan. Want een landschap is iets anders dan een stuk natuur of een stuk namaaknatuur.

Het landschap van Willem den Ouden is, sinds tientallen jaren, het riviergezicht tussen Tiel en Zaltbommel. Hier stroomt de brede Waal traag door een omgeving die in de loop van eeuwen door mensenhand is gevormd en onderhouden. De menselijke ingreep was er al die eeuwen niet op gericht een aan de mens vijandig paradijs te herscheppen, laat staan om het in te richten voor de recreatie. De ingreep was gericht op het bevaarbaar houden van de rivier in droge tijden en op de bescherming van het land tegen overstromingen. Dus werd er voor een betrouwbare vaargeul gezorgd, en dus werd er een dijk onderhouden.

Die dijk volgt ongeveer de loop van de rivier, maar hij loopt er nu eens vlak langs en dan weer ver ervandaan. Daardoor zijn er grote buitendijkse gebieden, geschikt om overvloed van water op te vangen, geschikt om vee op te weiden, geschikt om klei te winnen om stenen van te bakken. Niets in dit landschap sluit de mens buiten, en niets in dit landschap nodigt uit tot zenuwachtig toerisme. Dit landschap is met zijn drukbevaren rivier en alles wat er langs en op de dijk wordt ondernomen, een groot toneel van menselijke bedrijvigheid. En iedereen die hier komt, als schipper, als visser, als boer, als wandelaar, als schilder, voelt er zich toeschouwer en acteur tegelijk. Want je kunt hier niet zijn zonder voortdurend de omgeving in je op te nemen. Je kunt hier in een meditatieve stemming geraken, maar je ogen zullen onwillekeurig voortdurend het hele landschap aftasten op indrukken die gaan meespelen in je gedachten. Je kunt hier dus wel denken, maar je raakt er niet in gedachten verzonken. Niet alleen de rivier is in beweging, ook wat er in je omgaat.

Willem den Ouden, geboren in 1928, fietste in 1963 voor het eerst langs de Lek, de Linge en de Waal. Sindsdien is het Rivierengebied het belangrijkste onderwerp van zijn schilder- en tekenkunst. Hij heeft zich daarbij steeds meer beperkt tot het stuk Waal halverwege Tiel en Zaltbommel, bij Varik, waar een dramatische bocht in de rivier een wijde blik veroorzaakt die verandert bij iedere stap die je er zet. Dit in afmetingen beperkte gebied heeft Den Ouden honderden en honderden keren in beeld gebracht: op grote schilderijen, in tekeningen, etsen en litho's. Op de helft van de jaren tachtig werden er plannen ontwikkeld om in dit gebied de jarenlang verwaarloosde dijken te verbeteren - of anders gezegd te vernielen. Een ingrijpende dijkverzwaring vormde het ideale werkverschaffingsproject voor de ingenieurs die hun vakkundigheid mochten demonstreren op het rechttrekken, verbreden en verhogen van de eeuwenoude dijk. Hiervoor moesten indrukwekkende rivierbossen worden gekapt, maar de milieubeweging werd zoetgehouden met de belofte van een paar stukjes nieuwe natuur. En er moesten talloze dijkhuizen worden afgebroken, maar de bewoners werden gelukkig gemaakt met het vooruitzicht van een degelijke nieuwbouwwoning. Willem den Ouden sloeg als een bezetene aan het werk om zoveel mogelijk vast te leggen wat ging verdwijnen. Hij maakte een unieke en immense serie tekeningen, en ontwikkelde zich juist dankzij de tijdsdruk tot een van onze belangwekkendste landschapschilders.

Wat Willem den Ouden vastlegt zijn niet de huizen, noch de intieme hoekjes tussen het begroeisel van de uiterwaarden, noch de dorpsgezichten, noch de schepen op de rivier, al zijn ze als je goed kijkt in de verte weergegeven. Wat hij in beeld brengt zijn het licht en de ruimte die hier zo overweldigen. Er is niets zo onderhevig aan voortdurende wisseling als het licht en de ruimte van het Rivierengebied. Het water staat geen dag op dezelfde hoogte. Met de verandering van de waterstand veranderen de afmetingen van de begaanbare uiterwaarden en de breedte van het water. En hoe hoger het water staat, hoe onstuimiger het stroomt. En met deze veranderingen verandert ook het geluid. Het geluid van de scheepsmotoren, soms zo laag dat je het nauwelijks meer als geluid maar eerder als een soort dreunen ervaart, klinkt lager en trager naarmate het door grotere watermassa's wordt voortgedragen. Maar naast deze dagelijkse veranderingen in de ruimte verandert het licht van minuut tot minuut, om niet te zeggen van seconde tot seconde. Niets is zo veranderlijk als de wolkenluchten boven de rivieren - luchten die wereldberoemd zijn gemaakt door grote schilders in de zeventiende eeuw. In die luchten zit het water dat uit de rivier opstuift, het vocht van dreigende regenbuien, de mist, de geweldige wind die soms door dit landschap trekt, de storm, het onweer. En dan de zon. De zon die van week tot week in felheid verandert, en het ene moment achter wolken zit, maar het volgende moment doorbreekt. Het licht dat links van je op de ruit van een duwboot weerkaatst, terwijl het rechts van je wordt gedempt door verwaaide nevels. Geen ogenblik is dit landschap hetzelfde als het vorige ogenblik. Er zijn maar een paar punten van houvast, die Den Ouden waarschijnlijk als geen ander kent: er staan in dit gebied een paar torens, je hebt de brug bij Zaltbommel, de min of meer bestendige loop van de rivier en de min of meer vaste begroeiing van het land.

De nauwkeurigheid waarmee Willem den Ouden dit landschap in beeld brengt, is indrukwekkend. Als de weersomstandigheden tijdens het schilderen veranderen, pakt hij een ander paneel - hij werkt op een en dezelfde plek tegelijk aan meer dan een landschap. Het ene schilderij heet Straffe bries over de Waal, het andere Nevelige Waal. De ene aquarel heet Zwoel, de andere Opklarend en weer een andere Zon boven de Waal. Betty van Garrel citeert in haar prachtige beschouwing in het boek 'Willem den Ouden, met bijdragen van een aantal schrijvers' dat ter gelegenheid van de tentoonstelling is verschenen, deze notitie van de schilder: ,,Weergave van de tegen de avond blauw wordende atmosfeer; opstijgende wolkjes weerspiegelen in het water.'' Vooral in de tekeningen is het haast onbegrijpelijk dat zulke genuanceerde landschappen niet met vlekken in beeld worden gebracht maar met golvende lijnen. Overigens laat dit boek met zijn vele reproducties een samenhang binnen het schilder- en tekenwerk zien - en hetzelfde doet de grote overzichtstentoonstelling - die niet meteen opvalt als je maar een of twee werken van de schilder kent. Overzie je het werk als geheel, dan zie je niet een reeks van losse momenten uit de geschiedenis van de rivier, maar veeleer één omvangrijke registratie van de onophoudelijke veranderlijkheid van de rivier. De samenhang binnen dit werk raakt dus op die manier aan het metaforische karakter dat iedere rivier nu eenmaal heeft sinds Heraclitus dat in verschillende formuleringen onder woorden bracht. In de vertaling van Cornelis Verhoeven bijvoorbeeld: ,,Het zijn dezelfde rivieren waar wij in stappen en het zijn niet dezelfde; wij zijn het en wij zijn het niet.'' Maar ook: ,,Op dat wat in dezelfde rivieren gaat, stroomt steeds weer ander water toe; ook zielen stijgen als damp op vanaf vochtige plaatsen.''

Met zijn landschappen voegt Willem den Ouden het zijne toe aan de traditie van het genre. Die traditie begint als ergens in de zestiende eeuw het landschap wordt losgemaakt van het portret en voor het eerst zelfstandig in beeld wordt gebracht. Het genre blijkt van generatie op generatie levensvatbaar te zijn. Telkens weer zien en grijpen schilders hun kans er iets nieuws en eigens mee te doen.

Zo loopt de overzichtstentoonstelling van de zeventigjarige Willem den Ouden bij toeval parallel met een opwindende tentoonstelling in Leeuwarden van vijf nieuwe landschapschilders, waarvan de oudste nu vijfenderig is. Sinds de eerste keer dat het landschap niet als achtergrond werd gebruikt maar zelf op de voorgrond trad, kunnen schilders onomwonden uitdrukking geven aan wat de omgeving kennelijk in ze teweegbrengt.

Misschien kun je het zo zien: toen in de zestiende eeuw het individu en de omgeving onafhankelijke onderwerpen werden, vroeg niet langer alleen het individu om een portret, maar ook de omgeving. Dat lijkt mij het verband tussen de portretkunst en de landschapskunst. En omdat wij in zekere zin samenvallen met de landschappen die in onze hoofden vertoeven - wij zijn het en wij zijn het niet - is het geportretteerde landschap niet veel anders dan een zelfportret. Het is de schilder die ons laat zien: deze omgeving heeft betekenis voor mij; dit is wat mijn beweeglijke ogen hebben opgemerkt; dit intieme gegeven kan ik met een pen of een kwast in mijn hand naar buiten brengen. Is dit niet ook de verklaring dat het landschap als genre zo dikwijls wordt beoefend door schilders die zich daarnaast specialiseerden in het portret? Dat zie je behalve bij Rembrandt, bij Van Gogh, bij Emo Verkerk. En ook bij Willem den Ouden. Op de tentoonstelling in Breda en in het daarbij behorende boek kun je zijn riviergezichten vergelijken met een aantal portretten en zelfportretten. En hoe beter je ernaar kijkt, hoe meer ze zich voordoen als varianten van hetzelfde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden