Review

Emmy Belinfante: journaliste in 1885

In 1885 was het Henriëtte van der Mey gelukt om als eerste vrouw tot de redactie van een krant te worden toegelaten. Twintig jaar later werkten er in Nederland rond de vijftig vrouwelijke journalisten. Zij kwamen uit de gegoede burgerij, hadden de middelbare school doorlopen en soms ook gestudeerd. Ze namen geen genoegen met een bestaan als huisvrouw, gingen ook niet werken in de voor vrouwen aanvaardbare beroepen van kantoorjuffrouw of onderwijzeres, maar stapten met vaste tred en uitdagende blik de mannenwereld binnen.

Koppig en ambitieus moeten ze geweest zijn, deze pioniers, overal botsend op conventies en weerstand, maar die trotserend, dankzij hun krachtige persoonlijkheden, maar vooral ook doordat ze zich gesteund voelden door een brede, internationale vrouwenbeweging.

Een van die eigenwijze types heette Emmy Belinfante. Ze werd rond 1900 de eerste vrouwelijke journaliste van Den Haag. Het vak van journalist kende ze van dichtbij. Emmy's overgrootvader Jacob Belinfante en diens broer Mozes waren de grondleggers van het eerste Nederlandse persbureau en hun zonen, schoonzonen, neven, achterneven en kleinzonen traden in hun voetsporen.

Een verre nazaat van Emmy Belinfante, Joost Divendal -ook in het krantenvak terechtgekomen- kwam haar naam tegen in de marge van de pers- en vrouwengeschiedenis en besloot samen met zijn vrouw Henriëtte Lakmaker op onderzoek uit te gaan. ,,Zij was meer waard dan een paar voetnoten', schrijven de auteurs in het voorwoord van hun biografie. Tot hun verrassing was er vrij veel materiaal over haar leven te vinden. Emmy Belinfante had aan wel dertig verschillende kranten en bladen meegewerkt en was veelzijdiger geweest dan verslaggeefster en schrijfster van een rubriek.

Ze bleek actief te hebben deelgenomen aan allerlei organisaties op het gebied van vrouwenemancipatie en was als delegatielid van de Nederlandse vrouwenraad uitgezonden naar Amerika. Als 'secretares' van de Haagse afdeling van de Nederlandse vereniging van journalisten was ze een bekende verschijning bij vakgenoten. Ze was in conflict gekomen met haar hoofdredactie, had zich fel verzet tegen het afpakken van haar rubriek, en strijd geleverd tegen een beweging die vrouwen terug naar de kinderen en de keuken wilde sturen.

Interessante stof voor een biografie bood bovendien de persoonlijke achtergrond van Emmy Belinfante. De Belinfantes hadden een wijdvertakte familie, waaraan de leden zo hechtten dat ze het liefst met elkaar trouwden, en het meer dan eens gebeurde dat iemand na haar huwelijk Belinfante-Belinfante heette. De vrouwen in de familie -de moeder, grootmoeder en tantes- waren in Emmy's eigen woorden 'allen zeer ontwikkeld en haar tijd een beetje vooruit'. De mannelijke Belinfantes hadden vanaf begin 19de eeuw een imperium uit letters opgebouwd, variërend van een monopolistisch persbureau tot drukkerijen en uitgeverijen. Toen Emmy opgroeide was dit geslacht van Portugese joden volledig geassimileerd en had een solide plaats veroverd in de Nederlandse samenleving.

Divendal en Lakmaker hebben een schat aan feiten en details opgediept uit archieven en familieoverlevering. De Tweede Wereldoorlog heeft weliswaar briefwisselingen, fotoalbums en andere documentatie weggevaagd, toch zijn er een paar belangrijke biografische bronnen bewaard gebleven, zoals het 'familieboek' van moeder Emilie en de 'veteranenbrief' van Emmy aan het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging. De auteurs hebben zich veel moeite getroost om het leven van Emmy Belinfante uit de vergetelheid te halen en ze hebben de laatste fase, haar ondergang in Auschwitz, roerend minitieus gereconstrueerd. Maar helaas hebben ze geen boeiend boek geschreven. Noch Emmy zelf, noch het decor waartegen haar leven zich afspeelde komt uit de verf. Dat valt de schrijvers niet helemaal aan te rekenen: Emmy's rol in de journalistiek en de vrouwenbeweging is waarschijnlijk toch te weinig prominent geweest om er een krachtig verhaal uit te componeren. De citaten uit haar werk maken de lezer niet nieuwsgierig naar wat ze te melden had. Ze illustreren hooguit het tuttige toontje waarop een dame uit de burgerij andere dames toesprak. Irritant is dat Emmy's stijl de biografen soms ook heeft aangestoken tot Joop-ter-Heul-achtige uitroepen: ,,Het kwam de duidelijkheid niet altijd ten goede, maar wat kon ze zich heerlijk laten gaan!'

Hoewel het boek een overvloed aan faits divers oplepelt, blijft Emmy een schim uit een ver verleden. Hoeveel weerstand ontmoette ze in de familie en daarbuiten, hoe lagen de familieverhoudingen, waarom bleef ze ongetrouwd, had ze vrienden? Wat was haar karakter, was ze principieel, was ze opvliegend of meegaand, tactvol of bot? Als je een heel boek over iemand leest, is het onbevredigend als er zoveel te raden overblijft.

Dat tekort hadden Divendal en Lakmaker kunnen compenseren door ons een kijkje te gunnen in de vrouwenbeweging, de persgeschiedenis of het geassimileerde Portugees-Joodse milieu aan het begin van de vorige eeuw. Maar zij stippen deze achtergronden alleen aan en gaan er verder niet op in. Jammer, want daarmee hadden ze het levensverhaal van Emmy Belinfante meer reliëf kunnen geven. Aan de verwerving van het vrouwenkiesrecht in 1919, toch dé mijlpaal die het feminisme bereikte, worden niet meer dan een paar luttele zinnen gewijd.

Dit boek heeft mij er niet van overtuigd dat Emmy Belinfante meer verdiende dan een paar voetnoten in de pers- en vrouwengeschiedenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden