PoëzieJanita Monna

Ellen Deckwitz laat zien dat poëzie kan troosten, je kan laten griezelen en nog veel meer

Ellen Deckwitz toont met Dit gaat niet over grasmaaien weer eens aan dat ze de meest aanstekelijke poëzie-ambassadeur van Nederland is.

Jaar in jaar uit verschijnen er alarmerende rapporten over hoe slecht de Nederlandse jeugd wel niet leest en hoe boring ze boeken vinden. En als er weer eens zo’n ranglijst gepubliceerd is, waarop Nederland in de onderste regionen bungelt als het gaat om leesplezier en leesvaardigheid, dan roept iedereen ‘oh, wat erg’. Dan komen er leescampagnes met een soort van bekende Nederlanders om het jaar daarop te constateren dat er geen boek méér door opengeslagen is. Geen wonder. Plezier in lezen wordt niet instant opgewekt door Famke Louise of Janny – ‘Heel Holland Bakt’ – van der Heijden. Daarvoor heb je mensen nodig die een leesvuurtje kunnen aansteken.

Nu is poëzie al helemaal niet aan jongeren te slijten. De meesten denken er ongeveer zo over als het neefje van dichter Ellen Deckwitz: ‘Wat heb je nou aan een tekst die toch alles maar kan betekenen wat je maar wil?’ Maar veellezer Deckwitz is toevallig Nederlands meest enthousiaste poëzie-ambassadeur, zie onder meer haar heerlijke Olijven moet je leren lezen (2016). Zie ook de recente opvolger, Dit gaat niet over grasmaaien. Want dat ontdekte dat neefje tijdens een bijles Nederlands met zijn tante: het gedicht dat hij las, ging misschien over veel, maar nee, niet over grasmaaien.

Skype en Zoom

De lockdown bood Deckwitz alle tijd om te lezen en herlezen, of om via Skype en Zoom poëzieworkshops met familieleden te houden. Ze vertelt, geestig vaak, hoe ze bijvoorbeeld een snaar raakte bij een modegevoelig achternichtje toen ze uitlegde dat klank en ritme in een gedicht net zo op elkaar afgestemd zijn als je dagelijkse outfit. Kijk, zo breng je poëzie aan de man.

Je hoeft niet alles te begrijpen, schrijft Deckwitz, zo bekeken zijn gedichten net mensen: ‘Een mens kan je aanvoelen, maar nooit helemaal voorspellen’. Of ze nu van Hugo Claus of van een instagram-dichter zijn, een gedicht opent mogelijkheden. En die kunnen veranderen, ervoer Deckwitz. Camperts ‘Poëzie is mijn adem’ kreeg voor haar een nieuwe lading in een periode waarin ‘beademing’ het nieuws beheerste.

Griezelen, troosten, laten zien dat je niet de enige onbegrepen puber bent – poëzie kan het allemaal, en nog veel meer. ­Deckwitz doet een vonk overspringen. Als het vuurtje eenmaal brandt, dan is het onmogelijk te blussen.

Poëzie is een daad

Poëzie is een daad
van bevestiging. Ik bevestig
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.

Poëzie is een toekomst, denken
aan volgende week, aan een ander land,
aan jou als je oud bent.

Poëzie is mijn adem, beweegt
mijn voeten, aarzelend soms,
over de aarde die daarom vraagt.

Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 limonade: dat is poëzie.

Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin poëzie.

Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de ouderdom.

Tenslotte wint de dood, jazeker,
maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.

De dood is een ontroering.

Remco Campert

Ellen Deckwitz  
Dit gaat niet over grasmaaien - Hoe lees je poëzie
Pluim
144 blz. € 19,99

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden