De verrassing op het gezicht van Janine Jansen bij het uitproberen van twaalf zeldzame Stradivarius-violen spreekt twaalf keer boekdelen. Beeld Una Burnand
De verrassing op het gezicht van Janine Jansen bij het uitproberen van twaalf zeldzame Stradivarius-violen spreekt twaalf keer boekdelen.Beeld Una Burnand

Klassieke muziekAlbum van de week

Elke Stradivarius is weer een verrassing voor topvioliste Janine Jansen

Topvioliste Janine Jansen kreeg de unieke kans om twaalf Stradivarius-violen uit te proberen. Het leidde tot een bijzonder album en een docu.

Janine Jansen/Antonio Pappano
12 Stradivari (Decca)
★★★★★

Zoals de energie van overleden bewoners in oude huizen rondhangt, zo huizen er ook geesten van gestorven violisten in hun oude violen. Althans, dat beweert topvioliste ­Janine Jansen, die op haar bijzondere nieuwe album 12 Stradivari maar liefst twaalf verschillende Stradivarius-violen mag bespelen.

De peperdure en kwetsbare instrumenten werden voor een paar weken van over de hele wereld naar Londen gehaald. Van de voorbereidingen voor deze cd-opname maakte Gerry Fox de documentaire Falling for Stradivari.

Het is in die film dat de violiste spreekt over de geesten van weleer die in de houten klankkasten van de unieke instrumenten resoneren. “De ziel van die oude musici maakt de ziel van het instrument”, zegt Jansen. Ook Antonio Pappano, die haar op piano begeleidt, zegt het later in de film: “Er zijn geesten met ons in de zaal vandaag. Zeker nu het schemert buiten krijg je als vanzelf dat gevoel. Ik geloof in die geesten.”

Dubbele naam

De meeste van die Stradivarius-violen dragen voorgoed de namen van de fameuze violisten die er vroeger op speelden. Soms dragen ze zelfs een dubbele naam, zoals de Shumsky-Rode uit 1715, het instrument dat Jansen dankzij een weldoener sinds vorig jaar zelf bespeelt. Vernoemd dus naar de eerdere bezitters ervan, respectievelijk Oscar Shum­sky (1917-2000) en Pierre Rode (1774-1830).

Van de ruim tweehonderd Stradivari-violen die nog bekend zijn dragen er vele beroemde namen. Zo zijn er de Kreisler, de ­Vieuxtemps, Haendel, Milstein of de Huberman. Namen van topviolisten uit een ver of niet zo ver verleden. Geen wonder dus dat Jansen en Pappano hun geschiedenissen erin door horen klinken, of je nou gelooft in geesten of niet.

Antonio Stradivari (1644-1737) kwam uit het Italiaanse Cremona, en geldt als de Rembrandt of de Vermeer onder de vioolbouwers. Zijn instrumenten brengen op veilingen tot wel miljoenen euro’s op. Steeds vaker verdwijnt zo’n dure Stradivarius – net als bij dure kunst – als investering van het toneel.

Twintig Vermeers

Dat er twaalf instrumenten uit Stradivari’s zogeheten ‘gouden jaren’ bij elkaar zijn gebracht, is vergelijkbaar met een expositie waar een twaalftal Vermeers bij elkaar hangt. Dat het gelukt is, is te danken aan de Britse vioolmakelaar Steven Smith. Alleen al het regelen van de reisverzekeringen voor de instrumenten is een apart verhaal waard.

En toen werd Jansen midden in het opnameproces ziek. Corona. Ze moest in quarantaine, en het project werd drie weken stilgelegd. Gelukkig had pianist Pappano vanwege de pandemie een lege agenda, en Smith regelde dat de instrumenten langer in Londen konden blijven. Toen Jansen hersteld was, waren er vier opnamedagen in Cadogan Hall in Londen.

Het album is natuurlijk een parel, zoals alles wat Jansen aanraakt in goud verandert. In de vijftien korte stukken (tweemaal speelt ze op haar eigen viool, tweemaal op de Kreisler) is voor leken het verschil tussen de twaalf violen nauwelijks hoorbaar. Uit recente onderzoeken met blind luisteren bleek zelfs dat rasechte violisten geen onderscheid konden maken tussen een Stradivarius en een moderne viool.

Liefde op het eerste gehoor

Maar voor Jansen zelf is dat anders. Prachtig om te zien hoe op haar gezicht de verrassing van elke nieuwe ‘kennismaking’ af te lezen valt. En hoe ze Pappano uitdaagt om een stuk nóg een keer te spelen met een andere viool onder de kin.

Bij de Alard uit 1715, een instrument dat bijna nooit bespeeld is, groeit die kennismaking uit tot iets bijzonders. Het is liefde op het eerste gehoor. Op het album speelt Jansen op deze viool muziek van Josef Suk, en het wordt een hoogtepunt. Net als Sospiri van Edward Elgar waarvoor ze de eveneens zelden gebruikte Tyrrell uit 1717 bespeelt. Wondertjes op een wonderbaarlijk album. Ook als je er de geesten van al die grootheden niet in terughoort. Luister dan gewoon naar grootheid Janine Jansen zelf.

Het album 12 Stradivari van Janine Jansen en Antonio Pappano verscheen bij Decca. De documentaire Falling for Stradivari is op 12 september te zien op NPO2 Extra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden