Review

Elke liefde is een gok

Octavio Paz: De dubbele vlam, over liefde en erotiek. Vertaald door Ton Ceelen. Meulenhoff, Amsterdam; 221 blz. - ¿ 39,90.

ILSE LOGIE

Basisingrediënt van de hartstocht is volgens Paz de geslachtsdrift, een 'oervuur' dat de rode vlam van de erotiek doet oplaaien, die op zijn beurt een tweede, blauwe, trillende vlam, die van de liefde, ondersteunt. Dat de auteur vooral de twee begrippen 'erotiek' en 'liefde' behandelt, mag ons niet verbazen. Ook al is de seksualiteit de bron waaruit de twee andere ontspringen, het is tegelijk het enige terrein dat de mens met andere wezens deelt en dat primair met voortplanting te maken heeft.

De erotiek vindt haar oorsprong in het afbuigen van die reproduktiedrang, en komt neer op een door de menselijke verbeelding getransformeerde seksualiteit. De erotiek is, met andere woorden, wel uitsluitend een zaak van de mens, en is erop gericht de geslachtsdrift te beteugelen om die in een goed functionerende samenleving in te passen.

Lang staat Paz ook stil bij de autonomie die de erotiek kenmerkt, en tegelijk haar beperking uitmaakt. Als erotiek een doel op zichzelf is en niet zozeer een uitgestoken hand naar de medemens, wordt ook begrijpelijk waarom precies zij door de eeuwen heen en in alle beschavingen het aangrijpingspunt heeft gevormd voor religieuze praktijken.

Gaandeweg wordt duidelijk dat Paz zijn drie begrippen voorstelt als stadia die een opklimmende graad van complexiteit vertonen. Aangezien de liefde beide andere krachten in zich draagt, stijgt ze boven de seksualiteit en de erotiek uit. Liefde dient zich aan als een exclusieve, onverklaarbare openbaring, die echter op een merkwaardige paradox berust: het is een knoop waarin noodlot (de onvrijwilligheid van de aantrekking) en vrijheid (het bewust accepteren van die fascinatie) onontwarbaar met elkaar verstrengeld zijn.

Waarom toch gaat het zo vaak mis met de liefde, en waarom zijn we er desondanks zo koortsachtig naar op zoek? Omdat liefde, aldus Paz, tegelijk een erg schaars en een erg compleet goed is. In tegenstelling tot de andere drijfveren van de hartstocht, is de liefde drieledig. Ze bevindt zich immers op het snijpunt tussen verlangen en overtreding, tussen overheersing en onderwerping, tussen lichaam en ziel. Weliswaar bestaat ze uit deze tegengestelde bouwstenen, maar toch valt ze er nooit mee samen. De factoren die erin werkzaam zijn, kunnen niet worden overgesplitst, maar verkeren voortdurend in gevecht en verzoening met zichzelf en met elkaar.

In een liefdesrelatie ondergaan alle elementen voortdurend mutaties omdat ze onderworpen zijn aan de grilligheid van twee kwetsbare, unieke individuen, die elkaars verschillen en onvolkomenheden dienen te aanvaarden. In tegenstelling tot de erotiek kan de liefde nooit transcendent worden, maar is ze per definitie menselijk en dus uitermate broos.

Kortom, elke liefde is een gok, en het mag een wonder heten dat ze toch nog af en toe standhoudt. Als we er met zijn allen aan verslaafd zijn, heeft dat voornamelijk te maken met het feit dat liefde een van die benijdenswaardige grenservaringen kan doen ontstaan, die ons een blik gunnen op 'de andere kant', op wat Paz 'het onuitspreekbare' noemt. Hiermee doelt hij geenszins op een platonische, roerloze gelukzaligheid, maar wel op een intense menselijke communicatie, die ons even buiten onszelf kan doen treden. Behalve de liefde verschaffen ook de kunst (vooral de poëzie) en het (religieuze) feest toegang tot deze telepatische overdracht die zich afspeelt in een gestold tijdsgewricht.

In het tweede deel van de 'De dubbele vlam' overloopt Paz de geschiedenis van de liefde in de westerse beschaving, en legt vooral de nadruk op de wisselwerking met de religie. Liefde in de huidige zin van het woord bestond niet bij de oude Grieken, en deed schoorvoetend haar intrede in de steden Alexandrië en Rome. Pas in de twaalfde eeuw wordt de liefde, de hoofse liefde, door een groep Provençaalse dichters als een hoogstaand levensideaal verkondigd.

Paz maakt zijn lezers opmerkzaam op de verbazingwekkende slagkracht van deze cultus, die de erosie van de tijd heeft getrotseerd en, op een paar bijsturingen na, nog steeds wordt aangehangen.

De moderne literatuur, die Paz bij Petrarca laat beginnen, verkent zigzaggend en kritisch de tegenstrijdigheden van dat uit de twaalfde eeuw overgeërfde liefdesbegrip, en maakt ze tot de kern van haar poëzie. De laatste collectieve creatieve opflakkering van dit ideeëngoed meent Paz, trouw aan zijn modernistische wortels, te ontwaren in het Franse surrealisme. Maar, vraagt hij zich af, haalt dit liefdesconcept de eenëntwintigste eeuw?

Paz' eindbalans klinkt bij lange niet rooskleurig. De sinds de jaren zestig toegenomen seksuele vrijheid heeft niet opgeleverd wat de auteur ervan had verwacht. De liefde, die van nature onbaatzuchtig, inspannend en duurzaam is, wordt steeds nadrukkelijker overvleugeld door de erotiek en vooral door de seksualiteit. Afstomping alom, die Paz met onbehagen vervult. Het is mede deze ontgoocheling die voedsel geeft aan zijn onbuigzame afwijzing van een mechanistisch wereldbeeld.

In de slothoofdstukken van de bundel gaat de auteur uitvoerig op deze nog steeds gangbare opvatting in om haar met klem van de hand te wijzen. Rekening houdend met de toegenomen arrogantie van de technologie, valt de stelling dat de mens niet méér zou zijn dan een vernuftig schakelbord immers niet langer te beschouwen als een onschuldig dwaalspoor, maar als een regelrechte bedreiging voor het persoonsbegrip. Paz' hele betoog is erop gericht te laten zien dat uitgerekend dit persoonsbegrip een scharnierfunctie vervult in alle westerse waarden en overtuigingen, inclusief de liefde. En voor die liefde komt hij overtuigend in het geweer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden