Review

Eindeloos wachten op een scheiding

Voor makers en lezers van moderne Chinese literatuur is al bijna honderd jaar lang een brandende vraag of hun teksten ook buiten China wel meetellen. Sinds de late negentiende eeuw is de Chinese verhouding met andere literaturen (Westers, Japans, Zuid-Amerikaans) ongemakkelijk: enerzijds hebben de Chinezen artistieke modernisering laten inspireren door buitenlandse voorbeelden, anderzijds is het voor de Chinese cultuur, trots op haar ouderdom, nauwelijks te verkroppen dat zij in de recente geschiedenis dus 'achterlijk' zou kunnen aandoen -in artistiek én maatschappelijk opzicht.

Zeker, ontwikkeling en vooruitgang zijn maar betrekkelijke begrippen, en iedereen weet dat vooral westerse landen en talen een verderfelijke neiging hebben tot koloniaal en imperialistisch gedrag. Maar voor een cultuur die eeuwenlang zelfverzekerd, om niet te zeggen zelfgenoegzaam, haar gang heeft kunnen gaan, en uit welker klassieken iedere staatsman of manager wel een anekdote of een dichtregel kent, blijft het moeilijk verteerbaar dat haar moderne literaten het qua internationale bekendheid afleggen tegen de eerste de beste Ier of Colombiaan.

Kort geleden is dan ook, ondanks de nodige controverse, een zucht van verlichting door Chinezen- en sinologen-land gegaan, toen Gao Xingjian als eerste Chineestalig auteur de Nobelprijs kreeg. Deze paukenslag werd voorafgegaan, zo realiseren wij ons achteraf en blij met iedere illusie van samenhang in de wereld, door tromgeroffel rond de in Amerika woonachtige Ha Jin (1956). Zijn roman 'Wachten' werd genomineerd voor de Pulitzer Prize en kreeg de National Book Award van 1999; in 1997 was zijn 'Ocean of Words' al onderscheiden met de Pen/Hemingway Award. Net als bij Gao's Nobelprijs zorgen die onderscheidingen voor de nodige verwarring. Want is dit nu Chinese literatuur? Niet voor wie de taal van het werk als maatstaf neemt, aanvechtbaar en verdedigbaar standpunt van bijvoorbeeld de redactie van Het trage vuur, tijdschrift voor Chinese literatuur in Nederlandse vertaling. Ha Jin, al anderhalf decennium woonachtig in de Verenigde Staten, liet zijn roman namelijk direct in het Engels verschijnen. Chinees of niet, 'Wachten' is een bijzonder boek.

De hoofdpersoon, Lin Kong, wacht met één vergeefse poging per jaar achttien lange jaren op het moment dat hij van de rechter mag scheiden van Shuyu, zijn eerste vrouw. Met Shuyu is hij door zijn familie tot een verstandshuwelijk gedwongen. Ze is onooglijk, ongeletterd en met haar gebonden voeten zichtbaar een schepsel van de wrede, traditionele Chinese samenleving. Haar huwelijkse trouw is niet gebaseerd op romantische liefde maar op het pragmatische verbond dat met hun plattelandsbruiloft bezegeld is. Ze verzorgt Lin Kongs ouders op voorbeeldige wijze en schenkt hem een dochter (in haar wereldbeeld de enige juiste formulering). Dat Lin Kong, gestationeerd in een ziekenhuis van het Volksbevrijdings-leger, vijftig (!) weken per jaar van huis is, vermindert haar toewijding niet in het minst. Hijzelf heeft ook geen moeite met zijn weinig enerverende liefdesleven. Zijn wens tot scheiding ontstaat pas als hij verliefd wordt op Manna Wu, verpleegster.

Shuyu heeft geen verweer tegen Lin Kongs jaarlijks tijdens zijn verlof herhaald verzoek, maar haar broer Bensheng des te meer. Eén keer staan de plaatselijke boeren, met dorsvlegels en al, de aspirant-trouweloze-echtgenoot zelfs buiten de rechtbank op te wachten. De proloog van het boek beschrijft een van die vele tochten van het echtpaar naar de rechtbank, op Kongs aandringen, en hoe Bensheng de rechter doet besluiten de scheiding alweer niet toe te staan. In een meesterlijke scène beschrijft Ha Jin hoe het gezelschap na de uitspraak gedrieën gaat eten, en Bensheng, volop genietend van de door zijn zwijgende zwager betaalde maaltijd, de kwestie bespreekt als was het een volstrekt zakelijke transactie.

Die passage is een voorbeeld van de kracht van deze roman, en van iets dat misschien alleen een migrant kan: quasi-objectieve beschrijving, rustig maar niet berustend, van zaken die voor de meeste Chinezen uit de Volksrepubliek van de jaren 1960, 1970, 1980 vanzelf spreken, en die veelal te maken hebben met de dehumaniserende macht van het Systeem, maar die een niet-Chinese (verwende westerse) lezer kunnen verbijsteren. Hoe weinig ruimte het leven op het Chinese platteland biedt aan humanistische bespiegeling, bij voorbeeld; of hoe de Communistische Partij echtelieden door toewijzing van werk ver van huis elk alleen kan laten leven; of hoezeer agressief politiek jargon deel uitmaakt van het dagelijks leven in de Volksrepubliek; of hoe de legerleiding voor volwassen mensen besluit welke boeken schadelijk en heilzaam zijn, en of ze met elkaar naar bed mogen. De macht van het Systeem betekent onder andere dat Lin Kong en Manna Wu tijdens hun eindeloze wachten braaf van elkaar afblijven, zich middelerwijl steeds mismoediger afvragend of dit nu de bedoeling van het leven is, af en toe ook nog vertwijfelde pogingen doend de oude vrijster Manna aan een nette weduwnaar te koppelen. Als ze elkaar uiteindelijk gekregen hebben slaat het noodlot toe, uit verschillende hoeken. Ha Jin kleedt een en ander van begin tot eind in met prachtige beschrijvingen: van het weer, van de inrichting van een kamer, van boerenrecepten, van straatbeelden in een stad in Mantsjoerije.

'Wachten' mag in het Engels geschreven zijn, en in dat opzicht niet behoren tot de Chinese of Chineestalige literatuur, maar het is natuurlijk evengoed proza uit China, om het zo dan maar te noemen. Dat laat onverlet dat de Amerikanen trots mogen zijn op 'hun' Ha Jin, net als de Fransen het wel aardig vinden dat een flatgebouw in een buitenwijk van hun hoofdstad een bescheiden Nobel-laureaat blijkt te huisvesten, al is Gao Xingjian als we zijn paspoort buiten beschouwing laten toch heus een Chinees. Zo bezien levert dit soort situaties de beroemde win-win scenario's op, waarbij verschillende culturen delen in de roem van één mens -een schrale troost voor het verzamelde leed van alle ballingen wier naam we niet kennen. Hoe dan ook, 'Wachten' is een mooie aanvulling op ánder proza uit China, van het oneerbiedige, streetwise werk van Wang Shuo tot de souvereine literaire anthropologie van Han Shaogong. Uitgeverij De Geus verdient dus lof voor oordeel en daadkracht -en blaam voor de haast van haar redacteuren, die de tijd niet hebben genomen om enkele schreeuwende anglicismen ('Elke muur heeft wel een barst') te verwijderen uit Manon Smits' vertaling, die gelukkig grotendeels prima loopt. Alles bij elkaar is 'Wachten' zeer de moeite waard. Niet om taal-esthetische redenen, en niet om nieuwe inzichten in een bekende wereld. Maar om het oog van de migrant: Ha Jins even afstandelijke als gevoelige blik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden