Review

Eindelijk weer knalsucces voor De Nederlandse

Het aanzwellende applaus en het ovationele gejuich aan het eind klonken terecht ondubbelzinnig. De première van Erich Wolfgang Korngolds 'Die tote Stadt' afgelopen dinsdag in het Muziektheater was een klinkende overwinning voor Korngold, voor de solisten, voor dirigent Ingo Metzmacher, voor het Koninklijk Concertgebouworkest, voor de enscenering van Willy Decker en voor De Nederlandse Opera (DNO) zelf.

Dat eclatante succes kon DNO best gebruiken in een seizoen dat tot nu qua nieuwe producties gekenmerkt werd door tegenspoed. Voor de goede orde: de hernemingen van Wagners 'Ring'-onderdelen, van Tan Duns 'Tea' en van Verdi's 'Rigoletto' waren prima in orde, maar de nieuwe ensceneringen van Boito's 'Mefistofele' en Mozarts 'Lucio Silla' ontketenden stormen van publieke verontwaardiging terwijl Bellini's 'Norma' tenonder ging in diva-tragiek.

De magnifieke partituur van 'wonderkind' Korngold werd in de bak op het hoogst denkbare niveau omgezet in geluid door het Concertgebouworkest. Het enorme orkestapparaat dat Korngold voorschrijft (107 musici plus nog eens 10 in het bühne-orkest) stond onder leiding van Ingo Metzmacher, die zijn officiële debuut maakte bij DNO, het gezelschap waarvan hij in september chef-dirigent zal zijn. Metzmacher hield het orkest bewonderenswaardig in toom, waakte voor al te veel praal en bombast en gaf daarmee de zangers legio mogelijkheden tot het aanbrengen van subtiliteiten. Metzmacher voelde Korngold perfect aan, al zullen sommigen de ultieme verzengende kracht van deze decadente muziek gemist hebben.

Het begon dinsdagavond meteen overrompelend met schitterende vocale bijdragen van Lani Poulson (Brigitta) en Michael Kraus (Frank/Fritz). Absoluut topniveau en toen hadden de twee hoofdrolzangers hun mond nog niet eens opengedaan. Tenor Torsten Kerl zingt de rol van Paul inmiddels over de hele wereld en te horen was waarom. Een klaroengeluid zonder de excessen die daar meestal bijhoren. Kerl bracht onverwachte en zeer geslaagde vocale nuances aan. De Duitse Nadja Michael -voorheen een mezzosopraan van grote klasse- zong hier als Marietta haar eerste echte sopraanrol. De stem kon, met een kleine uitzondering in het allerhoogste register, de formidabele rol met gemak aan. Hier leverde een 'nieuwe' sopraan haar indrukwekkende geloofsbrieven af.

Ook als actrice was Michael in topvorm, daartoe in niet geringe mate aangespoord door de fantastische regie van Willy Decker. 'Die tote Stadt' is Deckers zoveelste voltreffer en het was verbazingwekkend om te zien hoe hij de van hem bekende beeldelementen -Monopoly-huisjes, portretten in veelvoud, scheve wanden- hier weer nieuwe betekenissen gaf. Het verhaal over de 'dode stad' Brugge als metafoor voor Pauls overleden vrouw Marie van wie hij maar geen afscheid kan nemen, kreeg bij Decker vele extra duidingen. Altijd logisch en altijd tot nadenken uitnodigend. Een topvoorstelling voor oor én oog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden