Eindelijk, het examenconcert op het grote podium van de aula

Beeld Vivian Keulards

Muziekdocent en schrijver Gerwin van der Werf volgt zijn eindexamenleerlingen voor Tijd. De weken voor dat examen zijn nogal leeg en zielloos, alsof hij al een beetje tot hun verleden behoort.

Wekenlang gebeurt er niks, er zijn toetsen, mondelingen, af en toe een les die iedereen snel vergeet. Ik vraag me af waarom ik er eigenlijk over schrijf, over de klas en de school, er is niets dat het vermelden waard is. Het lijkt zelfs alsof ze er al niet meer zijn, de leerlingen uit de examenklas, ze willen er ook niet meer zijn, ze zitten thuis te blokken, hebben meeloopdagen op de universiteit of een examentraining. In het voorbijgaan groeten ze mij op een andere manier dan voorheen: een beetje verrast, alsof ik tot hun verleden behoor, iets dat ze achter zich hebben gelaten.

Het zijn lege weken.

En dan gebeurt ineens alles tegelijk. Het wonder waar ik op wachtte, waarvan ik weet dat het altijd gebeurt. Het is de week van het examenconcert. Ze lopen met instrumentkoffers door de gangen. Ieder vrij moment zitten ze in de muzieklokalen, iedere pauze en tot ver na schooltijd als de schoonmaakploeg het gebouw allang heeft overgenomen. Stofzuigers en gitaren, iedereen naar huis, de school als klankkast.

Ontplofte groepsapp

Onze groepsapp, die zo lang een kwijnend bestaan leidde, ontploft. Liselotte stuurt de ontwerpen van de posters, iedereen reageert. Tussen de mondelingen Duits en Frans door hangt ze samen met Annika, Mirjam en Evelien de hele school vol. Teksten van de nummers en akkoordenschema’s vliegen over de app, afspraken, vragen. Er zijn bandjes en ensembles gevormd en alles komt natuurlijk aan op het laatste moment. Paul loopt de ganse dag rusteloos rond met zijn blokfluittas, een stevige stoffen zak die je kunt uitrollen. Ik heb thuis ook zo’n rol alleen zitten er bij mij schroevendraaiers en vijlen in. Hij wil weten of hij beter op de hardhouten altfluit kan spelen of op die van eh, zachthout. Ik zeg dat het publiek het niet zal opmerken, wat hij een domme opmerking vindt, want het gaat toch zeker niet om wat het publiek vindt?

We bouwen het podium op in de aula, de drums, de toetsen, de gitaarversterkers, we sluiten tien microfoons aan en oefenen alles nog een keer, op een roostervrije dag. Driehonderd lege stoelen gapen ons aan.

Het is zover. De muziekklas, tot dit ogenblik een eenheid die alleen zichtbaar was voor mij, in een lokaal, laat zich zien aan de buitenwereld, op het grote podium van de aula.

Ze voelen de lampen op hun huid. De volle zaal is onzichtbaar, een zwart gat achter de felle toneellichten. Geen van deze kinderen heeft veel podiumervaring, geen van hen ambieert een carrière als musicus, maar ze staan er allemaal, eerst samen als groep en daarna één voor één in solo-optredens. Nikita is gisteren achttien geworden, ze licht de keuze voor haar nummer toe: “Ik heb een beetje het imago van een glamourgirl, en dat klopt ook, ik houd van mooie spulletjes en make-up, maar soms denk ik ook: waarom eigenlijk? Voor wie doe ik dat allemaal?” Daarna zingt ze: you don’t have to try so hard. Haar stem is soepel en helder en beeft een klein beetje van de zenuwen. Ik slik iets weg en schrijf wat op mijn papieren, want ik moet een cijfer geven.

Voor Pauls optreden moet ik zelf het podium op. Hij rolt zijn blokfluittas uit op de piano en haalt de zachthouten alt tevoorschijn. In het eerste stuk vergeet hij de herhaling van de eerste acht maten, waardoor ik ineens in het luchtledige zit te spelen. Ik voel het zweet op mijn rug prikken, helder blijven denken, volgen, weer oppikken. Paul heeft niets in de gaten. Als men in de zaal denkt dat er iets mis is, dan zal men mij de schuld geven, en dat is best. Hij stampt keihard mee met zijn voet. Bach met een dance-kickbeat.

Nirvana en een traantje

Steven gaat in zijn Daffy Duck-broek het podium op om Nirvana te zingen. Hij schreeuwt het laatste refrein. Dit is de ironie ver voorbij, dit is totale overgave. Bij Iris pinkt de zaal een traantje weg, ze staat alleen en kwetsbaar op het grote podium en zingt ‘Zombie’ van The Cranberries. Ik heb de pen nog in mijn hand en mijn leesbril op, maar met de aantekeningen wordt het niets meer. Romy, die nooit wil optreden, swingt op een country-achtig nummer, Lisanne regelde een zevenkoppige band, Mirjam heeft zelf strijkerspartijen geschreven bij het sfeervolle lied dat ze zingt, Liselotte schreef een nummer zelf, Emile Praquin probeert vier gitaren uit voor hij er een vindt die niet vals is en Tijn zingt Jacques Brel in vertaling terwijl hij zichzelf op piano begeleidt. Brel! Mijn papieren liggen ergens onder mijn stoel.

Na het slotapplaus dat volgt op ‘Wall Street Shuffle’ word ik naar voren geroepen door de klas. Ik loop naar voren met zo’n slungelige houding van ‘ach, die poespas, ik doe gewoon mijn werk’. Maar het is geen gewoon werk, eerder iets onduidelijks dat soms tot kleine wonderen leidt. Honderden muziekdocenten in het land weten dat dat zo is. “Er is eigenlijk maar één ding dat nog mist in je leven”, zegt Annika in de microfoon zodat iedereen het hoort. “Eén ding dat niet mag ontbreken.” Ik probeer te bedenken wat dat kan zijn, ik heb geen idee maar kan geloven dat iemand als Annika dat wel weet. Ik krijg een doos in paars glimmend pakpapier. Ik scheur het papier eraf en open de doos. Iedereen ziet het: het is een knalrode ukelele. Nu moet ik ook wat zeggen. Dat is moeilijk, eerst voel ik trots en weemoed, maar onder de hete lampen verkruimelen mijn woorden. Iedereen hoort het: ik beloof dat ik zal oefenen op de ukelele. “Dit is het dan”, zeg ik ten slotte tegen mijn klas. “Dit is jullie afscheid van school. Nu komen er alleen nog wat onbelangrijke dingen, zoals het examen.” Ze krijgen allemaal een roos van me. Rozen geven is makkelijker dan speechen.

Melancholisch gevoel

Daarna gaan we opruimen. Opruimen is uitstekende therapie, het leidt af van het melancholische gevoel dat iedereen bevangt na zo’n concert, van de waarheid dat het de laatste keer was. Iedereen helpt en iedereen vraagt wat-ie nog kan doen. Ik ben tijdens het opruimen de hele tijd mijn rode ukelele kwijt maar steeds is er een leerling die erop gepast heeft. Terwijl iedereen sjouwt met versterkers en kabels probeert op te rollen komt Liselotte naar me toe met een lief lachje. Ze begint al te huilen voor ze een zin heeft uitgesproken. “Ik wil niet huilen”, zegt ze, “ik wil dit gewoon zeggen. Ik wil zeggen, eh...” Ineens begrijp ik dat ze een afscheidsspeech probeert te hakkelen.

“Joh, we hebben dinsdag gewoon nog les hoor”, zeg ik. “De laatste les.”

“O echt? O sorry, ik dacht...”

Thuis tokkel ik zachtjes op de rode ukelele, het ding klinkt verschrikkelijk vals, en ik weet niet eens hoe je een ukelele moet stemmen. Dat zoeken we morgen wel op, als alles weer gewoon is. Gewoon? Nee, dat wordt het niet meer. Deze klas is klaar. Hij bestaat al haast niet meer. De appgroep zal een langzame dood sterven. Als ik mag surveilleren bij het examen, zie ik mijn leerlingen nog in de gymzaal als eenzame strijders, en dan hopelijk op de diploma-uitreiking als overwinnaars. Maar nooit meer als klas. Al wat vanaf nu gebeurt: ik heb er niet de geringste controle over.

Kom op jongens, nail it, dat examen.

Lees ook: Wie denkt dat pubers alleen appen en netflixen, moet mijn examenkandidaten eens zien

Muziekdocent en schrijver Gerwin van der Werf zit met zijn klas in een appgroep. ‘Het idee dat ik hierin getolereerd word, vind ik op een bijdetijdse manier gezellig.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden