Recensie Tentoonstelling

Eindelijk de aandacht die Pieter de Hooch verdient

Pieter de Hooch, De moeder, circa 1661 - 1663. Beeld Jörg P. Anders, Staatliche Museen zu Berlin

De afgelopen eeuw stond kunstenaar Pieter de Hooch weggestopt in de schaduw van Johannes Vermeer. Nu laat een tentoonstelling in het Delftse Prinsenhof zien hoe onterecht dat was. 

Het licht wijst de weg, de zoekende toeschouwer hoeft zich alleen maar te laten gaan. Nee, deze eerste zin is geen poging tot een spirituele overpeinzing, het is een beschrijving van hoe Pieter de Hooch zijn schilderijen tot leven bracht. Ze sluiten de toeschouwer niet buiten, zetten geen 'muur' neer waar de kijker tegenop kijkt, de schilderijen trekken ons mee naar binnen.

Altijd licht er wel ergens een kledingstuk op, een witte hoed op een rood kussen, een geel jakje, maar zelfs een witgepleisterde rand van een huis kan het werk doen. Dan gaat het verder, via een paar glimmende tegeltjes, invallend zonlicht door een raam, een reflectie op een koperen pot, langs het strijklicht op de deur, naar buiten. Als een bal in een flipperkast laat De Hooch onze blik langs de randen van de door hem bedachte ruimte stuiteren, om uiteindelijk achterin, door de openstaande deur naar het ongewisse te verdwijnen. En net als bij die flipperkast denken we dat we controle hebben over het verloop van het spel, maar dat is van begin tot eind tot in de puntjes geregisseerd.

De presentatie van het werk van Pieter de Hooch in Delft de komende maanden kan bijna niet beter. Het was tijd: in 1998 was er voor het laatst een tentoonstelling over de kunstenaar, in 1980 was er voor het laatst een gedegen onderzoek naar het werk. De 29 schilderijen hangen op een droomlocatie: het Prinsenhof heeft precies de Delftse hofjes-omgeving die ook in de schilderijen van De Hooch is te zien. En ze hangen ruim, stemmig uitgelicht tegen een donkergrijze wand.

De Hooch was zelden in één keer tevreden over zijn werk

Over de levensloop van de kunstenaar is weinig bekend. De Hooch werd geboren in Rotterdam. Zijn vader was metselaar, Pieter was het enige kind van het gezin dat de schoolgaande leeftijd bereikte. Over zijn opleiding weten we niets, wel had een rijke lakenhandelaarszoon maar liefst elf schilderijen van De Hooch in bezit, toen de kunstenaar 26 jaar oud was. De schilderijen zijn dan nog maar weinig waard, maar het laat wel zien dat De Hooch op dat moment al een productief schilder was.

29 bruiklenen uit de hele wereld

Hoe krijgt een relatief klein museum zo veel topstukken uit allerlei grote internationale musea bij elkaar? Volgens Prinsenhof-directeur Janelle Moerman is het vooral te danken aan het goede voorstel én de locatie van het museum: nergens anders dan in Delft komt De Hooch beter tot zijn recht.

Daarbij komt dat het museum de tentoonstelling gecombineerd heeft met een multidisciplinair onderzoek door maar liefst zes wetenschappers, mede mogelijk gemaakt dankzij de subsidie van de Turing Foundation. “Sommige musea gingen juist daarom overstag: zo’n onderzoek levert hen ook kennis op die ze anders niet makkelijk zouden krijgen.” Zo ging bouwhistoricus Wim Weve op zoek naar de locaties die voorkomen op de schilderijen van De Hooch, en heeft Rijksmuseumrestaurator Anna Krekeler tien schilderijen onderzocht op materiaalgebruik. De resultaten van die onderzoeken zijn ook te zien in het museum, en beschreven in de stevige catalogus.

Prinsenhof-conservator Anita Jansen deed onderzoek naar de eerste jaren van De Hooch en constateerde dat die het voorbeeld was voor Johannes Vermeer, en niet andersom, zoals vaak gedacht is. Toch wil ze niet tornen aan die wereldberoemde status. “Met deze tentoonstelling willen we onze nummer twee de credits geven die hij verdient.”

In 1654 trouwde De Hooch met Jannetje, de zus van de Delftse schilder Hendrick van der Burch, het stel schreef zich in in Delft. Het lijkt erop dat De Hooch daar tot 1655 les van zijn zwager had, in dat jaar meldde hij zich bij het Sint Lucasgilde en werd hij dus een 'zelfstandig kunstenaar' die schilderijen mocht verkopen. Vanaf 1661 woonden beide kunstenaars in Amsterdam. In de hooguit zes jaar dat De Hooch in Delft werkte, ontwikkelde hij zijn huisstijl, de aanpak waarmee hij ook nu nog indruk weet te maken.

De eerste werken van De Hooch zijn nog wat groezelig. Dat komt deels door het onderwerp, hij schildert soldaten die zich binnen vermaken in een herberg, rokend, drinkend en kaartspelend. 'Kortegaardjes' worden ze genoemd, naar het Franse 'corps de garde', al vanaf de 80-jarige oorlog een populair genre. Vanaf 1657 veranderde De Hooch het perspectief: hij ging van binnen naar buiten, en van ruige soldaten naar propere huisvrouwen en kinderen. De Hooch was zelden in één keer tevreden over zijn werk, zelfs met het blote oog kan je de correcties dankzij de transparant geworden verf zien zitten.

Het maakt de scènes er alleen maar intrigerender om. Het basisrecept voor een goede De Hooch klinkt simpel: centraal een vrouw die iets in haar handen heeft, een lap, een potje, desnoods een appel. Ze draagt primaire kleuren: een rode rok, geel jakje, een witte kap, zodat ze zelfs als ze op de achtergrond staat, de aandacht trekt. Eerst zet De Hooch haar binnen neer; we kennen de setting van de inmiddels veel bekendere Vermeer, die trouwens zijn stijl weer van De Hooch lijkt te hebben afgekeken. Later staat ze vaak buiten, op een binnenplaats.
Het zijn die binnenplaatsen die het meest intrigeren. Alles lijkt te kloppen, ook de architectuurdetails, hoewel, zoals nu ontdekt is, het bijna altijd collages zijn van stukjes bestaande gebouwen. De metselaarszoon metselde met verf een solide muurtje. Goochelend met licht en donker, soms heel scherpe schaduwen en meesterlijke stofuitdrukkingen is ieder schilderij een spektakelstuk.

Pieter de Hooch, Vrouw en kind bij een bleekveld in Delft, circa 1657 - 1659. Beeld Mike Fear, Rothschild Collectie

Begrijpelijk dat De Hooch soms meerdere keren hetzelfde schilderij maakte. Door ze nu - voor het eerst - naast elkaar te hangen, wordt nog duidelijker hoe weloverwogen de glimmertjes op de plavuizen of de plaatsing van een koperen ketel op de grond waren. Had hij zijn compositie eenmaal op orde dan was er weinig dat hem ervan af kon brengen. 

Toen het gezin naar Amsterdam verhuisde, verdwenen de blauwe luchten en zette De Hooch zijn personages binnen neer. In Amsterdam waren rijkere opdrachtgevers, die ook een luxere omgeving wensten te zien. De kunstenaar paste zich aan, al gaat het niet van harte: de witgepoederde vrouwen in de nauwsluitende jurken lijken er met hun hoofd niet meer bij te zijn.

Over de laatste Amsterdamse jaren van de schildersfamilie is weinig bekend. In 1679 bracht het gezin de 24-jarige zoon Pieter, ook schilder van beroep, naar het Dolhuis. Vijf jaar later zou hij overlijden, de begrafenis werd bekostigd door het Dolhuis. Of de ouders het niet konden betalen, of ze waren verhuisd of inmiddels ook overleden is vooralsnog onduidelijk. De werken van De Hooch senior raakten verspreid over collecties wereldwijd, de naam van de kunstenaar misschien wat in de schaduw van zijn vroegere stadsgenoot Vermeer. Nu staat De Hooch terecht zelf weer in het volle licht.

★★★★★
‘Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer’, tot 16 februari 2020 in Museum Prinsenhof in Delft. prinsenhof-delft.nl

Lees ook:

Het koningskoppel Rembrandt en Velázquez is eindelijk samen

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog tussen Nederland en Spanje zijn er ook prachtige schilderijen gemaakt. Voor het eerst zijn de werken van Rembrandt, Velázquez en andere grote meesters nu samen te zien. Al hebben ze elkaar nooit gekend, er zijn verrassende overeenkomsten.

Ooit had alleen Monet zijn waterlelies lief

Ze horen tot de grootste clichés van de kunstgeschiedenis: de waterlelies van Claude Monet. Nu zijn ze geliefd, maar lang zijn ze beschouwd als dwaling en verstoften ze in zijn atelier te Giverny.

Zonder Jo van Gogh was Vincent nooit zo beroemd geworden

Tien jaar verdiepte Hans Luijten zich in het leven van Jo van Gogh-Bonger. Ten onrechte bleef zij altijd op de achtergrond in boeken die over haar zwager Vincent zijn geschreven. Het verhaal van een buitenbeentje in de door mannen gedomineerde kunsthandel.

[eventueel ook nog: Velazquez - Rembrandt - staat nu nog niet online]

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden