Eilandhoppen op een houten fiets

Beeld Nils Elzenga

Op een houten tweewieler hopte Nils Elzenga in Griekenland van eiland naar eiland. Drie weken lang plukte hij proviand zó van de bomen en was de Middellandse Zee nooit ver weg.

Het begrip ‘houten reet’ begint langzamerhand een hele nieuwe betekenis te krijgen. Hoelang zwoegen we nou al voort op die keiharde houten zadels? Toch zeker wel een uur of acht. En het einde is nog niet in zicht. Als reisgenoot Maarten en ik om tien uur ’s avonds eindelijk ons hotel binnen strompelen, in de stad Isthmia op het schiereiland de Peloponnesus, staat er ruim 140 kilometer op de teller. Mijn zitvlak is bont en blauw, ondanks het van mijn vader geleende fietsbroekje. Letterlijk een schrale troost: de route van vandaag, door fruitboomgaarden langs de Middellandse Zee, was prachtig.

Kletsnat peddelen

Twee dagen eerder is onze tocht begonnen op Kefalonia. Het eiland ligt in de Ionische Zee, ten westen van het Griekse vasteland, een eindje zuidelijker dan het bekendere Corfu. Het is er groen, heuvelachtig en aangenaam uitgestorven. Op de veerboot naar de stad Patras op het vasteland, het startpunt van een vierdaagse tocht naar Athene, bestellen dikke kerels om negen uur ’s ochtends flessen bier.

Onderweg naar Athene is de zee bijna altijd nabij. Voor verkoeling lopen we met kleren en al zo het water in. Als we kletsnat verder peddelen trekt het opdrogende zout onze huiden strak. We lunchen met onovertroffen Griekse salades. Als je die tomaten proeft dan weet je weer wat je mist in Nederland. Maar even vaak plukken we ons middagmaal gewoon langs de weg. Vijgen, druiven, granaatappels - het groeit hier allemaal in overvloed. Waterflessen vullen we bij dorpelingen die ons met grote ogen van verbazing aanstaren.

Beeld Nils Elzenga

Vanuit Athene’s haven Piraeus - chaotisch en smerig - pakken we een veerboot naar Agistri. Het kleine eiland ligt in de Saronische Golf, een hoefijzervormige baai waaraan ook de Griekse hoofdstad ligt. Zwetend ploegen we er tegen met pijnbomen bedekte heuvels op en verkennen dorpen met hagelwitte huizen. We zwemmen in de kristalheldere zee, springen van rotsen en bakken bruin in de nimmer aflatende zon.

Onze volgende stop, Syros, behoort tot de Cycladen. De cirkelvormige archipel van ruim tweehonderd eilanden in de Egeïsche Zee - kyklos is Grieks voor cirkel - ligt rondom het heilige eiland Delos, volgens de Griekse mythologie de geboorteplaats van de goden Apollo en Artemis. In de stegen van Syros’ hoofdstad Ermoupoli, gedrapeerd tegen de flank van een gortdroge heuvel, vallen rododendrons over natuurstenen muren. Langs pleinen en parken staan statige patriciërshuizen, een erfenis van een Veneziaanse overheersing eeuwen geleden. De klim naar het dorp Kini aan de westkust is pittig, maar de afdaling die volgt op het driehonderdzestig-graden-uitzicht bovenop maakt het afzien meer dan goed.

Majestueuze kerkuil

De boot naar het eiland Chios, op een steenworp afstand van de Turkse grens, stopt onderweg op de eilanden Mykonos, Ikaria en Samos. In het haventje van Chios-stad begroet de hyperactive gids Argiris Sarantis ons hartelijk. In de schemering fietsen we naar een hotel op een citrusplantage in de ommuurde wijk Kampos. Ineens spotten we een reusachtige witte kerkuil op de top van een elektriciteitspaal. Volkomen geruisloos slaat het dier zijn vleugels uit en glijdt de nacht in. Maar honderd meter verderop zit hij op een andere paal. Ditmaal stoppen we op tijd en kunnen we het dier een poos observeren. Majestueus.

De volgende dag gidst Sarantis ons langs het strand naar een platte rots waarop Homerus nog zou hebben lesgegeven. Dan buigen we af richting de pittigste bergen die ik tot dusverre heb gezien - Chios’ hoogste punt ligt op bijna 1300 meter. Al bij onze eerste stop, in de schaduw van een witgepleisterde windmolen, blijkt dat Sarantis bij lange na niet fit genoeg is. Hij verdrinkt bijna in zijn eigen zweet. Niet getreurd, even later komt zijn oudere broer al aantuffen in een gebutste Toyota pick-up. Sarantis stapt in en zal ons weer treffen bij het Mastiekmuseum. Chios vergaarde eeuwenlang rijkdom met zijn mastiekbomen, die een aromatische hars leveren die vroeger veel werd gebruikt in verf. Tegenwoordig zit het kleverige witte spul alleen nog in zaken als kauwgom, tandpasta en cosmetica.

Labyrintisch fort

Na het museum dalen we, weer aangevoerd door de geheel opgeknapte Sarantis, af naar het dorp Mesta in het district Mastichochoria (letterlijk: mastiekdorpen). Het historische centrum is een labyrintisch fort dat vroeger bescherming bood tegen piraten. Tijdens de lunch op een terras vraag ik een oude dame of ik haar mag fotograferen. Haar antwoord in het Grieks, vergezeld van een guitige glimlach, doet Sarantis bulderend lachen. “Ze zegt dat haar man hem niet meer omhoog kan krijgen, en dat ze je graag mee naar huis zou nemen als ze vijftig jaar jonger was.” Op een zwart zandstrand vlak buiten het dorp buiken we uit alvorens we in de Toyota terughobbelen naar ons hotel. Sarantis denkt dat hij vandaag minstens drie kilo is kwijtgeraakt.

Beeld Nils Elzenga

Ons laatste eiland is eveneens het bekendste en grootste van Griekenland. Langs de noordkust, tussen aankomsthaven Chania en hoofdstad Heraklion, blijkt Kreta helaas nogal volgebouwd met reuzenhotels. En in het wereldberoemde paleis Knossos irriteer ik me aan de lelijke reconstructies van de Britse archeoloog die het opgroef. Hoe haalde deze Arthur Evans het in zijn hoofd om te gaan knutselen aan het belangrijkste overblijfsel van de Minoïsche beschaving, die vier millennia geleden de moderne Europese geschiedenis inluidde? In het Archeologisch Museum in Heraklion zijn de Minoïsche schatten, waaronder veel kunstig bewerkt goud, gelukkig wel onbeschadigd.

Door Kreta’s bergachtige binnenland - de kuiten kreunen er weer eens flink op los - fietsen we naar het dorp Ierapetra aan de veel rustiger zuidkust. Onderweg pauzeren we bij ’s werelds oudste olijfboom, een metersdikke bonk knoesten met naar verluidt de respectabele leeftijd van 3250 jaar. We plukken de olijven zo uit zijn takken. Ik lees er verder in ‘Zorba de Griek’, het klassieke boek over de Kretenzer avonturen van de vrijbuiter Alexis Zorba. Zo bont als hij hebben we het de afgelopen weken misschien niet gemaakt. Maar een onvergetelijke belevenis was het.

Coco-Mat

Nils Elzenga en zijn reisgenoot Maarten fietsten op tweewielers van Coco-Mat, vooral bekend als ecologisch beddenmerk. Coco-Mat’s oprichter en eigenaar, de flamboyante Griek Paul Efmorfidis, woont al decennia in Amsterdam met zijn Nederlandse vrouw Mirjam. In 2016 besloot hij een eigen fietsenmerk te beginnen, uit frustratie over de ongezonde levensstijl van zijn landgenoten. “Nederlanders fietsen gemiddeld bijna tweeënhalve kilometer per dag”, zegt Efmorfidis in de werkplaats in de Atheense buitenwijk Nafsika, waar hij zijn tweewielers laat bouwen. “Grieken kweken de hele dag dikke buiken in hun auto’s. En in Athene kun je door alle uitlaatgassen nauwelijks meer ademen. Absurd.”

Coco-Mat gebruikt zoveel mogelijk natuurlijke, in Griekenland voorhanden zijnde materialen, vandaar de keuze voor hout als hoofdbestanddeel van de fiets. Meer weten? Zie: tinyurl.com/y47crj7l.

Lees ook:

Zakynthos moet het van de natuur hebben; en die is prachtig

Op een eiland waar niet veel is, hoeft ook niet veel. En dat is prima. Zeker als de omgeving zo mooi is als op Zakynthos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden