Review

Ego zit bejaarde pianist in de weg

Tien jaar geleden vierde de Amerikaanse pianist Dave Brubeck zijn zeventigste verjaardag in het Amsterdamse Theater Carré. Zondag stond hij er opnieuw, ditmaal in het kader van de tournee waarmee hij zijn tachtigste verjaardag, op 6 december, luister bij wil zetten.

Op het NOS-journaal beklaagde de bejaarde maar nog opvallend vitale pianist zich diezelfde avond erover hoezeer critici zijn muziek door de jaren heen hebben verguisd. De eerste set van zijn kwartet, in het bijna uitverkochte Carré, gaf echter maar weinig reden tot kritiek. Brubeck was namelijk op dreef, met een toucher en timing die ondanks zijn gevorderde leeftijd weinig aan kracht hebben ingeboet. Met het spel van zijn begeleiders was evenmin iets mis en de stukken die werden gespeeld, klonken fris en nieuw. Een enkel werk, zoals het ritmisch uitdagende 'Mississippi mud', was zelfs speciaal voor deze tournee gecomponeerd -heel wat anders dan de afgekloven oudjes waarmee hij doorgaans zijn platen vult.

Na de pauze ging het evenwel mis. Geheel in overeenstemming met de overkoepelende titel van het concertprogramma, 'Van Bach to Brubeck', was de eerste set geopend met een korte, frivole vertolking van Bachs concert voor twee violen door het Duitse Kamerorkest Schloss Werneck. Als het nu daarbij was gebleven, was er niets aan de hand geweest. Maar helaas. Brubeck, zo bleek ook uit zijn verschijning in het NOS-journaal, voelt zich een miskend genie. Al vroeg in zijn carrière stoeide de blanke pianist met klassieke muziek. De huidige tournee is daarom niet alleen ter ere van zijn tachtigste verjaardag, maar ook vanwege het 250ste sterfjaar van de door hem bewonderde Johann Sebastian Bach. In de tweede set leidde deze bewondering niet tot meer Bach-stukken van het Duitse kamerorkest, maar tot een samenvoeging van de orkestleden met de musici van Brubecks jazzkwartet op één podium, waarbij nieuwe stukken van Brubeck voor die grote bezetting werden gespeeld.

En daar ging het dus mis. Hoewel het publiek enthousiast reageerde, heb ik zelden zulke kitsch gehoord. De heerlijk weerbarstige lijnen van Bachs barokcomposities vielen weg. Zoetgevooisde strijkerspartijen, waaraan nog geen songfestival plezier zou kunnen beleven, kwamen ervoor in de plaats. Brubeck liet ondertussen zijn ego strelen en speelde glunderend de tamme, lieflijk klinkende solopartijen; kwartetlid Robert Militello bracht een weeige fluitsolo en verder, tja, verder was het allemaal slaapverwekkend. En dat terwijl het kwartet dit voor Nederland eenmalige concert eerder zo voortvarend was gestart met een vertolking van W.C. Handy's 'St. Louis Blues'. Deze compositie begon als een tango omdat, zoals Brubeck het publiek vertelde, 'uit de oorspronkelijke partituur blijkt dat Handy het eerste thema had uitgewerkt als een tango'. Niettemin werd het stuk gespeeld met zoveel blues en vaart, dat het kwartet er volop mee overtuigde. Brubeck viel tijdens de eerste set de toetsen af en toe aan als een oude klavierleeuw, Militello propte zijn solo's op altsax zo vol nootjes dat het net echte jazz leek, en ook bassist Alec Dankworth en drummer Randy Jones hadden er zichtbaar zin in. Waren ze daar in de tweede set maar mee doorgegaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden