Interview Ilja Leonard Pfeijffer

Eerst een grap, daarna knalt Ilja Leonard Pfeijffer de boodschap erin

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Het zou een grote fout zijn om te concluderen dat ik een lage dunk van vrouwen heb'. Beeld Jildiz Kaptein

Trouw-lezers kozen ‘Grand Hotel Europa’ tot roman van het jaar. Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer reageert verguld, ook al omdat dit jaar alle grote literaire prijzen aan zijn neus voorbij zijn gegaan. Met een lachje: ‘Dit maakt in één klap alles goed.’

Meer dan tweehonderdduizend exemplaren van ‘Grand Hotel Europa’ zijn er het afgelopen jaar over de toonbank gegaan. Het werd een van de succesvolste boeken van 2019, ondanks de sombere boodschap die Ilja Leonard Pfeijffer erin verkondigt. De schrijver schetst de ondergang van Europa, het nostalgische continent waar massatoerisme alles vermorzelt wat ooit authentiek was. Wie het boek uit heeft, durft nauwelijks nog op reis te gaan, weet Pfeijffer. “Ik heb veel lezers gesproken die me hebben gezegd dat ik hun vakantie grondig heb verpest.”

Behalve een maatschappelijk pamflet is Grand Hotel Europa vooral ook een liefdesroman. De ik-figuur, Ilja Leonard Pfeijffer geheten, verliest zich in de ranke, intelligente kunsthistorica Clio. De schrijver creëerde haar naar het beeld van zijn eigen Italiaanse vriendin Stella, die hem een paar jaar geleden van de drank af hielp en hem een nieuw leven gaf. Stella, ook kunsthistorica, beschouwt de romanfiguur Clio als een verbeterde versie van zichzelf. Pfeijffer is het daar niet mee eens. Hij verkiest het origineel. “Clio is van adel”, licht hij toe. “Ze draagt mantelpakjes, heel klassiek, maar ook wat saai. Stella is meer rock ’n roll.”

In het Leidse grandcafé Burgerzaken, waar hij voordat hij in 2008 naar Genua verhuisde een groot deel van zijn oeuvre schreef, blikt Pfeijffer terug op het afgelopen jaar. Onder het genot van een broodje Leidse kaas – “dit hebben ze in Genua niet” – vertelt hij dat hij geen moeite heeft met het etaleren van zijn persoonlijke leven in de media. Na enig aarzelen vond hij het dit jaar zelfs oké dat zijn Stella werd geïnterviewd door Humo en NRC. “Op je privéleven moet je zuinig zijn”, verklaart hij. “Maar ik ben ook trots op mijn mooie bestaan met Stella in Genua. Dat wil ik graag laten zien.”

Later die middag, tijdens een fotosessie in een tochtig steegje, onthult hij dat zijn lange, gitzwarte mantel – een kerstcadeau van Stella – vervaardigd is uit ‘bont van levende muppets’. De schrijver houdt wel van een grapje. Veel van wat hij zegt eindigt in gegniffel. De lezer zij gewaarschuwd: deze tekst kan ironie bevatten.

Uw vrijwel unaniem bejubelde roman heeft heel 2019 in de bestsellerlijst gestaan. Bent u het jaar zwevend doorgekomen?

“Met dit boek is het inderdaad gelukt om lezers te bereiken. Dat is natuurlijk waar elke schrijver op hoopt, ook al zegt hij dat het niet zo is. Maar ‘zweven’ is de verkeerde metafoor, want het was ook heel hard werken. Het succes is deels te danken aan het feit dat ik het boek achterna ben gehold met allerlei optredens.”

Verbaast het u dat het boek naast alle grote prijzen heeft gegrepen? Het ontbrak zelfs op de longlist van de Bookspotprijs.

“Ja, dat is verbijsterend. Dit boek heeft geen enkele grote prijs gehad. Dus als er nog ergens een jury of een bestuur van een prijs verlegen zit om een laureaat, dan weet ik nog wel een originele kandidaat.”

Nou, dat treft: afgelopen week is gebleken dat Trouw-lezers uw roman het allerbeste boek van het jaar vonden. De Trouw-lezersprijs 2019 heeft u dus in elk geval gewonnen – met overmacht zelfs.

“Ja, ik hoorde het. Fantastisch nieuws. Dit maakt in één klap alles goed.”

In een tweetbericht en een column heeft u dit voorjaar de spot gedreven met Libris-winnaar Rob van Essen. Die zou voortaan herinnerd worden als de laureaat ‘uit het jaar dat Grand Hotel Europa werd gepasseerd’. Steekt het verlies u zozeer?

“Ik gun het Rob van Essen van harte. Hij kon het veel beter gebruiken dan ik, dus wat dat betreft heeft de jury een goede keuze gemaakt. Op het moment zelf was ik wel teleurgesteld, net als de andere genomineerden die niet hebben gewonnen. Ik had vooral te doen met Esther Gerritsen, die voor de vierde keer genomineerd was en er voor de vierde keer naast greep. Maar Grand Hotel Europa had het niet nodig om te winnen. Ik kon me toch al verheugen in een grote schare lezers. De rechten zijn aan veertien landen verkocht.”

Van oorsprong classicus

Schrijver, dichter en columnist Ilja Leonard Pfeijffer (51), oorspronkelijk classicus, debuteerde in 1998 met de poëziebundel ‘Van de vierkante man’. Zijn eerste roman, ‘Rupert, een bekentenis’ (2002), won de Anton Wachterprijs. Internationaal brak Pfeijffer door met de roman ‘La Superba’, een ode aan zijn woonplaats Genua waar hij in 2014 de Libris Literatuurprijs voor kreeg.

Heeft uw aanklacht tegen het massatoerisme maatschappelijk veel teweeggebracht?

“Ik vlei mezelf met de gedachte dat mijn boek heeft geholpen om mensen aan het denken te zetten over toerisme, een fenomeen dat je misschien al te makkelijk als een vanzelfsprekendheid aanvaardt. De burgemeester van Gent is naar aanleiding van mijn boek een maatschappelijk debat begonnen over de toeristische toekomst van de stad. Het afgelopen jaar ben ik ook meermaals uitgenodigd op congressen van citymarketeers en mensen uit de toeristenbranche, bijvoorbeeld in Egmond aan Zee en Almere. Ik vind het een goed teken dat zulke mensen openstaan voor mijn mening, die nogal afwijkt van wat in de kringen gewoon is.

“Grand Hotel Europa is een boek dat zich nadrukkelijk wil verhouden tot de tijd waarin we leven. Het gaat over de positie en de toekomst van Europa in de wereld en over de globalisering, waar het massatoerisme een zichtbare verschijningsvorm van is. Ik ben blij dat die thema’s weerklank vinden.”

Waar komt uw engagement vandaan?

“Als mens heb ik altijd engagement gehad, maar in mijn werk heeft het tegenwoordig een grotere plek dan vroeger. Zo’n beetje vanaf ‘La Superba’, een roman over migratie, laat ik actuele thema’s explicieter aan bod komen. Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat ik in 2008 verhuisd ben naar Genua. Als je in Leiden woont en elke dag in café Burgerzaken zit, is het makkelijk om te denken dat er niet zoveel problemen bestaan in de wereld. In Italië werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Genua is een havenstad waar veel Afrikaanse immigranten een nieuw thuis vinden. Zij worden niet weggestopt in een buitenwijk, maar wonen in het historische centrum, heel zichtbaar. Dat was nieuw voor mij. Ik vond het belangrijk om daarover te schrijven. Hetzelfde geldt voor het toerisme. Als je in Italië woont, word je je sneller bewust van de urgentie van de problematiek. Italië is een voorhoedeland. Dat zie je weerspiegeld in mijn werk.

“Verder voel ik meer dan vroeger de behoefte om te schrijven over de wereld van nu, omdat die wereld is veranderd. Mijn debuut verscheen in 1998. Dat was nog in het Nederland van paars, van vóór Pim Fortuyn. De globalisering had nog niet om zich heen gegrepen. In die tijd was het makkelijker om je als schrijver of dichter te concentreren op de individueelste uiting van de individueelste emotie. In de wereld van nu zou ik het me niet vergeven als ik me daartoe zou beperken.”

Beeld Jildiz Kaptein

Tegelijkertijd ironiseert u erop los; er valt veel te lachen in uw boek. Vindt u dat belangrijk?

“Enorm. Als ik een humorloos boek lees, reken ik het niet snel tot mijn favorieten. Humor is een machtig middel om goodwill te kweken bij je publiek, vergelijkbaar met de captatio benevolentiae uit de retorica. Met een grap kun je bereiken dat de lezer zijn verdedigingsschild laat zakken. Daarna kun je de harde boodschap erin knallen.”

Die tactiek past u ook toe in de hilarische seksscène tussen de ik-figuur en het tienermeisje Memphis, dat weliswaar flinke ‘bubblegumtieten’ heeft, maar gaandeweg toch nog schrikbarend kinderlijk blijkt.

“Precies. Er zitten diverse seksscènes in het boek, stuk voor stuk verschillend. De scènes met Clio zijn lief, op het naïeve af. Een omkering daarvan vormt de seksscène met de jonge Memphis. Het is de meest uitgebreide en de meest expliciete in het boek. Een ongemakkelijke scène, bedoeld om pijn te doen. De humor zit in de aanloop, als de ik-figuur een contract moet ondertekenen waarin staat welke seksuele handelingen hij wel of niet mag verrichten. Dat is grappig. Maar ik wil dat het lachen de lezer daarna vergaat doordat het zo expliciet wordt.

“Met dat effect speel ik graag. Ik doe het ook in mijn nieuwe toneelstuk ‘De aanzegster’, over MeToo, dat in maart in première gaat. Je kunt zoiets niet in bedekte termen beschrijven, want dan mis je je doel. Je moet het de lezer in het gezicht wrijven.”

Vindt u seksscènes moeilijk om te schrijven?

“Heel moeilijk. Dat is op zich al een reden om ze te schrijven, want ik houd van moeilijke dingen. Het lastigste is om clichés te vermijden. Als je alleen de lichamelijke kant beschrijft, wordt het gauw nogal voorspelbaar. Het wordt pas interessant als je beschrijft wat zich in de hoofden afspeelt. Een geheim van een goede seksscène is ook dat je altijd slechte seks moet laten zien, want daar herkent de lezer zich in.”

U drijft vaak de spot met vrouwelijke personages. Zo is de militant feministische dichteres Albane een gewillig mikpunt. Ook Clio zet u soms weg als onredelijk en emotioneel. Hebben critici gelijk als ze uw vrouwbeeld achterhaald en vernederend noemen?

“Nee. De vrouwelijke personages uit Grand Hotel Europa zijn stuk voor stuk superieur aan de ik-figuur. Dat geldt zeker voor Clio. Zij is hem volkomen de baas. Ze blijft natuurlijk wel Italiaans, dus ze reageert soms op een wat mediterrane manier die op een noordelijke lezer lichtelijk hysterisch kan overkomen. Maar ze is een sterke, intelligente vrouw. Dat wilde ik ook zo. Ik zie daar niets antifeministisch in, integendeel.

“Het zou een grote fout zijn om te concluderen dat ik een lage dunk van vrouwen heb. Je zou dat hooguit kunnen zeggen over de verteller van het boek. Maar in een boek dat gaat over de hang naar het verleden is het logisch dat de verteller een enigszins ouderwetse man is. Ik heb hem met opzet ouderwetser gemaakt dan ikzelf ben. De ik-figuur gaat op een Sean Connery-achtige manier met vrouwen om. Dat gold een aantal jaar geleden nog als charmant, maar leidt in de huidige tijd tot misverstanden. Het feit dat ik dit thematiseer, betekent niet dat ik nostalgie heb naar die gedateerde masculiene instelling. Ik heb de verwarring hierover natuurlijk wel zelf gesticht door de ik-figuur mijn eigen naam te geven. De relatie tussen waarheid en fantasie speelt een rol in bijna alles wat ik ooit heb geschreven. Dus dat dit aspect vragen oproept, is precies mijn bedoeling.”

In het boek loopt de relatie met Clio op de klippen. Blijft Stella in het echte leven wel uw muze?

“Toen ik de passage schreef waarin de relatie uitgaat, had Stella enorm medelijden met mij. Ze wilde me troosten, heel schattig. Dus dat zit wel goed. In de periode dat ik Stella leerde kennen, in 2015, leefde ik eigenlijk alleen nog op papier. Het dagelijks leven om mij heen was tweederangs. Ik was een beetje bang voor het echte leven, waarin dingen kunnen misgaan en waarin je jezelf pijn kunt doen. Dat probeerde ik met alcohol te verdoven. Ondertussen koesterde ik het imago van bohémien en grote drinker. Een doodlopende weg, liet Stella me inzien. Daarom heb ik dat allemaal afgeschaft.

“Nu heb ik naast het leven op papier ook een gewoon leven. Stella is mijn muze. Zij inspireert me als mens. Ik ga niet eindeloos over haar schijven, maar zij maakt mij wel tot een beter mens. Daardoor hoop ik dat ik ook een betere schrijver kan zijn.”

Lees ook:

‘La Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer heeft de x-factor

Een boek over zijn werk en een toneelstuk naar zijn beroemdste boek ‘La Superba’: Ilja Leonard Pfeijffer staat in het middelpunt van de belangstelling. Hij is het prototype van de Beroemde Schrijver.

Ilja Leonard Pfeijffer: Ik had het idee dat ik zonder drank niet meer interessant was

In de interviewserie ‘Onverdoofd’ spreekt schrijver Erik Jan Harmens met bekende en minder bekende Nederlanders die net als hij hebben besloten zichzelf niet langer te bedwelmen. In deel twee ontmoet hij schrijver Ilja Leonard Pfeijffer. ‘Ik vind het een prettige gedachte dat nooit meer drinken in theorie niet definitief hoeft te zijn.’ De serie is ook als podcast te beluisteren.

De andere kerstinterviews 

Met Rutger BregmanCora van NieuwenhuizenDaily PaperDavina MichelJohan VollenbroekSjinkie Knegt en Marianne Thieme

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden