reportage

Eerst bloemen snuiven, daarna schilderen

Kunstenaar Marc Mulders in de bloemenweide bij zijn atelier in Oostelbeers (gemeente Oirschot). Beeld Frank van der Linden

Trouw wandelt met kunstenaar Marc Mulders door de bloemenvelden rondom zijn atelier. Als abstracte voorstellingen keren ze terug op zijn schilderijen.  

Een hoekje van een van de bloemenweides rondom zijn atelier is platgetrapt. Waarschijnlijk is 's nachts een ree op visite geweest, zegt kunstenaar Marc Mulders. Laat het nou net zijn favoriete bloemenveld zijn: het is begroeid met rogge, roze en rode papavers,  blauwe korenbloemen en geel koolzaad. De kunstenaar kan zich voorstellen dat de ree de verleiding niet kon weerstaan. Zelf loopt hij ook regelmatig dit veld in om de geuren en kleuren te 'inhaleren'. "Dan zit ik ín mijn schilderij."

Negen jaar geleden verhuisde Marc Mulders (1958) met echtgenote Trudy uit zijn atelier in een kloosterschool in de binnenstad van Tilburg naar het landgoed Baest in Oostelbeers (gemeente Oirschot). Daar woont en werkt hij in een voormalige boerderij, die omgeven is met kleurrijke weides met bloemen, zijn belangrijkste inspiratiebron. Op de aangrenzende akkers worden op biologisch dynamische wijze groentes geteeld. De kroppen andijvie zijn allemaal doorgeschoten, maar dat is ook de bedoeling, vertelt Mulders. De gewassen die hier worden geteeld zijn niet bedoeld voor consumptie, maar voor vermeerdering of veredeling van zaden. Ook experimenteert tuinder René Groenen met nieuwe rassen, onder meer van pompoen. 

Bedwelmende bloemenzee

Elke ochtend om zes uur maakt Mulders zijn eerste wandeling over de paden tussen de bloemenvelden. Wat later op de ochtend mogen we met hem meelopen over zijn privé domein. "Eigenlijk ben je net iets te vroeg in het seizoen. Nog even en dan is het hier één grote bedwelmende bloemenzee met rondfladderende vlinders en gonzende bijen." Het is een grijze dag, maar dat doet niets af aan het kleurenpalet. Lichtflarden tussen de wolken laten de akker met koolzaad op de achtergrond opgloeien. Elk jaar laat Mulders nieuwe bloemen- en kruidenmengsels inzaaien, zodat het uitzicht vanuit zijn atelier nooit hetzelfde is. "Maar er moet wel altijd een veldje met rogge of gerst gemengd met papavers en korenbloemen bij. Dat vind ik zo schilderkunstig."

Tekst loopt door onder de foto

Schilderij van Marc Mulders Beeld Marc Mulders

Het was altijd al zijn droom om een eigen bloementuin te hebben, vertelt hij. En daarmee in de voetsporen te treden van de door hem bewonderde Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926), die bij Giverny ten westen van Parijs zijn beroemde tuinen aanlegde. Maar liefst 250 schilderijen maakte Monet alleen al van de waterlelies in zijn vijver. Met dezelfde bezetenheid schildert Mulders nu de wilde bloemen in zijn tuin. Net als Monet laat hij het inzaaien over aan vakmensen, al maait hij wel de paden tussen de weides en kiest hij de bloemenmengsels uit. Uren brengt hij door tussen de bloemen, om ze te bekijken, te fotograferen en al die verschillende sferen te inhaleren: de ochtenddauw, zonneschijn, nevel, tegenlicht. "In de lente en zomer snuif ik de geuren op. In de herfst schilder ik met de echo van die bloemenpracht in mijn hoofd. En in de winter word ik gedreven door het verlangen naar de nieuwe bloemen die zullen opkomen op mijn akker". Zo beschrijft hij zijn leven in 'my own private Giverny', ook de titel van het boek dat hij er recent over maakte.   

Het maakt veel uit, heeft hij ervaren, of je bloemen in je atelier haalt, zoals hij deed toen hij nog in de stad woonde, of echt naar de natuur schildert. Met zijn vertrek naar het Brabantse platteland verhuisde ook zijn 'schildersoog', vertelt de kunstenaar, terwijl we even stilstaan bij een veld met klavers. Uitstekende bodemverbeteraars, meldt hij enthousiast. En na het maaien is het gewas ook nog eens een smakelijke hap voor de koeien op een biologische boerderij. In zijn stadsatelier liet hij bloemen uit Aalsmeer komen. "Ik zette de rozen, irissen, lelies en pagegaaitulpen in een vaas om ze te bestuderen en na te schilderden. De focus lag toen op de bloem, het hart van de bloem. Nu ik midden in de natuur zit, kijk ik de bloemen niet meer close-up aan, maar is mijn blik verschoven naar het vergezicht boven de akkerbloemen uit."

Tekst loopt door onder de foto

De bloemenweide bij het atelier van Marc Mulders Beeld Marc Mulders

Op zijn vroegere schilderijen kon je de bloemen bij wijze van spreken tellen. "Ik schilderde eerst de ene bloem na, dan nog een, en nog een, zodat er een tapijt aan bloemen in olieverf  op het linnen groeide." Nu schildert hij niet langer 'die enkele bloem in repetitie', maar ziet hij de bloem als een 'rekwisiet in een groter natuurdecor'.  Zijn werk is daardoor niet alleen abstracter geworden, het lijkt ook alsof er meer licht en lucht in zit. Dat klopt, want hij is 'schraler 'gaan schilderen. Hij 'durft' nu ook stukjes van het schildersdoek onbedekt te laten, waardoor er lichtvlekjes  lijken te dwarrelen tussen de verfstreken.    

Lichte pastelkleuren

Sinds zijn vertrek naar het platteland is zijn kleurpalet ook lichter geworden. In de woonkamer hangt een van zijn vroege schilderijen: een metersgroot doek in aardse tinten. Je herkent meteen de hand van Mulders in de gelaagde bloemharten die hij als het ware boetseert met olieverf. Het lijkt of elke bloem je aankijkt. In het atelier, de voormalige koeienstal, staat zijn laatste werk op de schildersezel. Hier staat hij elke dag te schilderen, met de grote staldeuren wijd open, slechts een paar meter verwijderd van de bloemenvelden. Geen aardse tinten meer, maar lichte pastelkleuren. De verf zit nog altijd dik op het doek op de plekken waar je een bloem zou kunnen vermoeden. Maar de streken zijn zwieriger, minder zwaar aangezet ook. Mulders: "Vroeger wilde ik met elke verftoets als het ware een  rozenblaadje imiteren. Nu is het een impressie, die voortkomt uit verwondering over de schepping."

Tekst loopt door onder de foto

Schilderij van Marc Mulders Beeld Marc Mulders

Met zijn schilderijen wil hij 'goed doen'. "Ik wil laten zien hoe mooi de wereld toch nog steeds is ondanks deze bijna apocalyptische tijden. Mensen even weg halen van de waan van de dag. Ik geloof in de helende en verzachtende krachten van kunst. Dat zie ik ook als de taak van een kunstenaar." Tegenwoordig mag dat weer hardop gezegd worden, constateert hij. In het verleden is hij erom 'beschimpt'. "In kunstkritieken ben ik weggezet als een sentimentele puber die bloemetjes schildert met dode dieren als kitscherig elementen. Maar waarom zou ik als kunstenaar de helse taferelen moeten schilderen die ook via CNN al de wereld overgaan?  Ik richt me op de kwetsbare bloem om de kracht van schoonheid en vergeving te laten zien." 

Nog een missie heeft hij. Hij wil jonge kunstenaars de mogelijkheid geven om als artist in residence in zijn tuinen 'naar de natuur' te schilderen. Het voegt zoveel toe, weet hij uit eigen ervaring. Het liefst zou hij nog dichter op de bloemen willen zitten; zijn schildersezel midden in het roggeveld zetten voor de ultieme spirituele beleving van de natuur. Dat gaat niet, maar er wordt gewerkt aan een oplossing. Ontwerper Piet Hein Eek, zijn vriend, bouwt aan een mobiel atelier. Hij laat een tekening van het ontwerp zien. Het is een houten huisje op wielen, dat hij met de tractor op elke plaats kan neerzetten tussen de bloemenvelden. "Dan zit ik echt ín mijn schilderij."   

Uit de vaas, in de tuin

In de jaren tachtig brak Marc Mulders (Tilburg, 1958) als jonge schilder door met heftige, religieus geladen doeken. Daarna had hij veel succes met zijn schilderijen van bloemen en dieren. Zijn verhuizing naar het platteland van Brabant had grote invloed op zijn werk. De herkenbare bloemen maakten plaats voor abstracte voorstellingen van de bloemenvelden rondom zijn atelier. Recent verscheen zijn boek 'My own private Giverny', waarin hij met veel foto's laat zien hoe hij zich net als Claude Monet laat inspireren door zijn eigen bloementuinen. 

Lees ook:

Weelderig tuinfeest in het Singer Laren

Afgaand op de tentoonstelling 'Geschilderde tuinen' in het Singer Museum in Laren zijn de roos en zonnebloem populair in de schilderkunst. Maar heel verrassend: rond 1900 was ook de oostindische kers de favoriet van veel schilders. 

De kloof tussen boer en burger moet worden gedicht

De Nederlandse landbouw holt van incident naar incident. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is er maar één echte oplossing: een Nationaal Landbouwakkoord.

Een in amber verdronken kikker

In Bionieuws, het vakblad voor biologen, staan vaak wetenswaardigheden die ook voor niet-biologen interessant zijn. Ik schrijf er dan weleens over in dit Natuurdagboek. In het laatste nummer las ik over de vondst van een fossiele kikker. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden