Eenling in een gebrekkige wereld

Portret van Kleist op ongeveer achttienjarige leeftijd. De schilder is onbekend (Trouw)

De toneelstukken van Kleist worden nog volop gespeeld; maar ook zijn vertellingen hebben de tijd glansrijk doorstaan. Verhalen waarin niemand zeker is van andermans gevoelens, wat leidt tot tragische misverstanden.

Hoe kun je de geniale Duitser Heinrich von Kleist (1777-1811) het beste typeren? Misschien met de heerlijke woorden die Thomas Mann in 1954 aan hem wijdde, toen hij in Zürich een voordracht hield over Kleists proza: „Kleist was een van de grootste, origineelste en meest ambitieuze schrijvers binnen het Duitse taalgebied, een toneelauteur die zijn weerga niet kent – weergaloos ook als prozaïst, als verteller - volstrekt uniek, buiten alle tradities en stromingen vallend, radicaal in de overgave aan zijn excentrieke onderwerpen, tot op het dolle af, tot aan de hysterie. Maar hij was ook diep ongelukkig (...) altijd terneergeslagen door psychogene ziektes en tot een vroege dood voorbestemd.” Dit is Kleist in een notedop, wat zijn leven en wat zijn werk betreft. Hij was inderdaad uniek en met niemand te vergelijken, je herkent hem meteen aan zijn wonderbaarlijke openingszinnen en zijn opgejaagde stijl.

Met de iets oudere Weimarianen Goethe en Schiller had hij weinig gemeen, maar ook het gelijktijdig verschenen werk van de Duitse romantici staat ver van hem af, al zijn er enkele parallellen met E.T.A. Hoffmann en Ludwig Tieck. Kleist was een eenling, in dit opzicht vergelijkbaar met de honderd jaar latere Franz Kafka, die hem trouwens mateloos bewonderde en binnen de familiekring graag uit zijn verhalen voorlas (wat zijn zussen altijd tot tranen toe ontroerde).

Heinrich von Kleist, telg uit een Pruisisch adellijk geslacht en al op vierendertigjarige leeftijd vrijwillig uit het leven gestapt („De waarheid is dat ik hier op aarde niet te redden was”, waren zijn beroemde afscheidswoorden), heeft een indrukwekkend oeuvre op zijn naam staan: acht toneelstukken - waaronder het nabij Utrecht gesitueerde ’Der zerbrochene Krug’ (1808) -, acht magistrale novellen en een aantal niet onaanzienlijke filosofische of kunsthistorische beschouwingen en gedichten.

Te zeggen dat Kleist altijd actueel is gebleven is bijna een eufemisme. Zijn toneelstukken, zoals ’Prinz Friedrich von Homburg’ en ’Penthesilea’, worden doorlopend opgevoerd, novellen als ’Michael Kohlhaas’ en ’De markiezin van O.’ zijn – mede door de verfilmingen van Volker Schlöndorff en Eric Rohmer – uiterst populair, en ook het tragische leven van Kleist spreekt nog steeds tot de verbeelding. Twee jaar geleden verschenen er bijna gelijktijdig twee kloeke biografieën van Gerhard Schulz en Jens Bisky.

Nu verschijnt Heinrich von Kleists proza in een uitstekende Nederlandse vertaling van Ria van Hengel. Overigens is de term ’Verzameld proza’ ietwat misleidend, want Kleists even beroemde als meesterlijke 21 anekdoten – hij geldt als een van de grondleggers van dit genre - ontbreken volledig. Een andere lichte smet is een ontbrekend nawoord; gelet op de in Nederland steeds geringer wordende kennis van de Duitse klassieken is dat toch geen luxe.

De bundel opent met ’Michael Kohlhaas’, de lange novelle over een paardenkoper uit de zestiende eeuw die door een gekwetst rechts- en eergevoel tot rover en moordenaar wordt. Kohlhaas (‘een van de meest rechtschapen en tegelijk meest verschrikkelijke mensen van zijn tijd’) raakt in conflict met een jonker die illegaal beslag legt op twee van zijn mooiste rossen. De reacties van de paardenkoper zijn overtrokken en lopen steeds verder uit de hand: nadat hij de burcht van de edelman in de as heeft gelegd, trekt hij plunderend en moordend rond totdat hij op het schavot belandt.

Net als in sommige andere verhalen contrasteert Kleist hier de ’gebrekkige inrichting van de wereld’ (een van zijn lievelingsformuleringen) met het ’eigenzinnige’ individu, in dit geval iemand met een op de spits gedreven rechtvaardigheidsgevoel. ’Michael Kohlhaas’ laat een ingewikkeld en deels bijna onnavolgbaar handelingsverloop zien, en geheel in overeenstemming hiermee zijn de lange roesachtige zinnen, die de lezer tot aan de ontknoping geen enkele rust gunnen.

De andere verhalen uit de bundel zijn iets overzichtelijker. ’De markiezin van O.’ heeft een onalledaags thema: de titelfiguur is zwanger geworden, maar weet niet hoe en door wie. Pas op de laatste bladzijde wordt het raadsel opgelost.

Het wonderbaarlijke ’De heilige Cecilia’ speelt zich af in Aken tijdens de beeldenstorm en eindigt met de religieuze waanzin van vier broers. Een variant op dit thema tref je aan in ’De aardbeving in Chili’: een verliefd paartje wordt gelyncht omdat het door religieuze fanatici verantwoordelijk wordt gehouden voor een natuurcatastrofe.

Acht briljante, onvergetelijke verhalen kent deze bundel, en mijn lievelingsvertelling heb ik nog niet eens genoemd: ’De verloving in Santo Domingo’. Dit verhaal speelt zich af in Haïti rond 1800 tijdens de opstand van de zwarte bevolking tegen de Europese overheersers. Een jonge Zwitser is op de vlucht voor de opstandelingen en vindt gastvrij onderdak bij een mulattin en haar mooie vijftienjarige dochter Toni – zonder dat hij weet dat beiden onder één hoedje spelen met de rebellen en hem slechts in de val willen lokken.

Maar zoals vaker bij Kleist gebeurt er iets onverwachts. Toni en de Zwitser raken verliefd op elkaar en proberen dit (noodgedwongen) voor de buitenwacht te verbergen. Om hem te redden verzint Toni een list, die door de Zwitser niet of te laat wordt begrepen. Hij verdenkt haar van verraad, waardoor het verhaal op buitengewoon tragische wijze eindigt.

Een schitterend heroïsch vrouwenportret en fijnzinnige psychologie zijn de belangrijkste troeven van dit verhaal, waarin het gaat om vertrouwen versus wantrouwen. Een thema dat ook in andere verhalen en toneelstukken van Kleist een centrale rol speelt. Niemand lijkt geheel zeker van zijn of andermans gevoelens, misverstanden liggen overal op de loer. „Je had me niet moeten wantrouwen”, zijn Toni’s laatste woorden.

Onder de overige prozastukken uit de bundel moet hier vooral het beroemde opstel ’Over het marionettentheater’ worden genoemd. Het heeft grote invloed gehad op de schrijversgeneratie rond 1900 en ondermeer Rilke beïnvloed bij zijn ’Duineser Elegien’. Kleist laat hier zien ’welke verwarringen het bewustzijn in de natuurlijke gratie van de mens aanricht.’ Anders gezegd: het gaat om de tegenstelling tussen verstand en gevoel, tussen intellect en spontaniteit.

Een enkel woord tenslotte nog over de vertaling. Thomas Mann schrijft in zijn bovengenoemde opstel (feitelijk een nawoord bij een Amerikaanse vertaling) dat je Kleist haast niet kunt vertalen: ’een nog moeilijkere taak voor een vertaler bestaat niet’. Maar Ria van Hengel logenstraft Thomas Mann en heeft het onmogelijke gerealiseerd. Haar vertaling is secuur, uiterst leesbaar en met veel gevoel voor details. Een formidabele prestatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden