Column Rob Schouten

Een zekere ontreddering maakte zich in de auto van mij meester

Concreter kon het niet, dit was de werkelijkheid, de wereld. Omstreeks tankstation Hazeldonk had ik een nieuw kauwgumpje in mijn mond gestoken en nu haalde ik op de rondweg van Breda een Poolse vrachtwagen in, er stond iets van ‘spedycja’ op. De nieuwslezer vertelde dat er twee jongetjes bij een brand waren omgekomen, een drama, en er was een drone-aanval op Saudische olievelden gepleegd, nu zouden de olieprijzen wel flink stijgen; Jemenitische Houthi-rebellen beweerden dat zij dat gedaan hadden, maar de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Pompeo gaf de schuld aan Iran.

Achter mij zat iemand met meer haast, dus stuurde ik na de Pool weer naar rechts. Het zou vandaag mooi weer worden, maar aan het eind zou het vanuit het noorden betrekken en later gaan regenen. Volgens mijn navigator was het nog zeventig minuten rijden naar mijn huis. Geen files, een rustige zondagochtend ergens op driekwart van het jaar 2019. Het nieuws maakte plaats voor muziek, iemand speelde een Largo van Bach, dat ik herkende als het tweede deel van de Triosonate in D, dit keer niet voor orgel maar voor piano.

Mijn gedachten begonnen te schiften. Wat had het allemaal voor zin? Over een jaar of twintig, dertig zou ik dood zijn en dan? Het hiernamaals had me nooit gelokt, want zou ik daar mijzelf wel zijn of een onbekende hemeling met wie ik niets te maken had? Hindoeïsme dan maar en wie weet een libelle worden? Nee ook niet. Al die godsdiensten verkondigden toch eigenlijk de dood, al verpakten ze het als drastische verandering. In mijn puberteit was ik een tijdje solipsist geweest maar dat viel ook niet vol te houden.

‘Er moet een wereld bestaan hebben’

Een zekere ontreddering maakte zich van mij meester, niet dat ik in paniek raakte maar waarom bestond ik eigenlijk, en met mij de hele wereld, als het toch allemaal tot niks leidde en we op den duur opgeslokt werden door de duistere kosmos? Mijn opa was bij het Leger des Heils geweest, lekker concreet, blazen en helpen, maar in mij was alleen maar twijfel gezaaid. Bach werd een beetje heviger maar ebde daarna weer weg. 

Ik moest denken aan Nijhoffs gedicht ‘De moeder de vrouw’: ‘Laat mij daar midden uit de oneindigheid / Een stem vernemen dat mijn oren klonken.’ Uit de eeuwigheid klonk iets concreets, maar bij mij ging het precies andersom, ik verstrikte mij steeds verder in abstracte overwegingen. Hier, weer een vrachtwagen, dit keer uit Litouwen, zat die man ook over het bestaan na te denken? Bachs Largo naderde zijn einde, maar net toen het slotakkoord leek te klinken ging het toch weer door, met oneindig geduld. Opeens herinnerde ik mij dat dit stuk voorkwam in een gedicht van de Zweedse dichter Lars Gustafsson: ‘Er moet een wereld bestaan hebben voor/ de Triosonate in D, een wereld voor de partita in a mineur,/ maar hoe zag die wereld eruit?’

‘Er moet een wereld bestaan hebben’, wat een prachtige observatie, en daar moeten we het dan mee doen. Inmiddels was het nog maar zestig minuten naar mijn huis en toen ik daar aankwam waren de denkbeelden verdampt en leefde ik weer gewoon voort, zoals meestentijds.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden