Recensie

Een vroom portret? Helemaal niet. Die man is juist arrogant!

'Portret van Abraham Grapheus', 1620. Cornelis de Vos. Beeld RV

Hoe wil je overkomen? Deze 21ste-eeuwse vraag wordt al vanaf de vijftiende eeuw gesteld, zo toont de portrettententoonstelling 'Zuiderburen' in het Mauritshuis. Vlaamse schilders domineerden drie eeuwen lang dit genre.

In eerste instantie lijkt het portret dat Rogier van der Weyden schilderde van Philippe de Croy een beetje saai. Een man met gevouwen handen, in donkere kleding tegen een donkere achtergrond. De jonge heer van Sempy, die hoge functies bekleedde aan het Bourgondische hof, was kennelijk een vrome man, gezien de rozenkrans tussen zijn handen.

Maar wie langer kijkt, ziet veel meer. Zo is zijn donkere kleding gemaakt van purperen fluweel. Hij heeft meerdere dunne gouden kettingen om zijn hals. En onderin is nog net het handvest van een zwaard zichtbaar.

Niks nederige vroomheid. Deze man laat zijn rijkdom en maatschappelijke status zien. En nu we dat weten is de blik in zijn ogen en de trek om zijn mond niet vroom, maar arrogant. Een intrigerende, ambitieuze jongeman.

Allerbeste portretten

Portretten zijn een lastig genre. Waarom zouden we kijken naar mensen die we niet kennen? Geschilderd in een beeldtaal, die we vanwege het verstrijken van eeuwen, niet meer kunnen verstaan. Maar wie de moeite neemt, wordt vaak getroffen door de personages in wie we onze beste en slechtste eigenschappen herkennen. Zeker als er goede schilders aan het werk zijn geweest.

In het Maurithuis hangt nu de tentoonstelling 'Zuiderburen, Portretten uit Vlaanderen 1400-1700' met 24 topstukken, die stuk voor stuk de moeite waard zijn om lang naar te kijken, omdat ze zijn gemaakt door de beste Vlaamse schilders van hun tijd.

Ze komen voornamelijk uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen. Dat is dicht vanwege een verbouwing en dat biedt de kans aan de hand van de allerbeste portretten van dit museum en enkele uit het Mauritshuis en Rijksmuseum te laten zien wat onze zuiderburen voor dit schildersgenre hebben betekend. En dat is nogal wat. De Vlamingen zijn te beschouwen als de uitvinders van het moderne portret.

Bernardo Bembo, door Hans Memling Beeld Hans Memling via Wikimedia

Zelfbewuste types

In de Romeinse oudheid werden wel individuele mensen, zoals keizers en hun entourage, in steen weergegeven, maar in de Middeleeuwen verdween het individuele portret helemaal. Het individu raakte ondergeschikt aan het collectief. Als er al mensen werden afgebeeld, was dat vanwege hun functie: de koning op een munt, de bisschop in een altaarstuk. Dat portret hoefde niet het innerlijk van de mens af te beelden, het hoefde niet eens te lijken. Maar in de vijftiende eeuw, de periode van de Renaissance, kreeg het individu weer betekenis.

Juist in die tijd werd in Noord-Europa, waarschijnlijk in Vlaanderen, de olieverftechniek uitgevonden. Daarmee kon veel gedetailleerder gewerkt worden dan met het Italiaanse tempera op eiwitbasis. Vlaamse schilders begonnen uit te blinken in de weergave van de realiteit: het landschap en het portret.

Ze schilderden individuen die zichzelf wilden laten vereeuwigen. Allemaal zelfbewuste types, die goed hadden nagedacht over hoe ze wilden worden afgebeeld. Niet veel anders dan wij doen als we een profielfoto kiezen.

Op de tentoonstelling hangen twee schitterende Memlings, de ene uit de Mauritshuis-collectie, de andere uit Antwerpen. Twee mannen tegen de achtergrond van een fictief landschap. Ze hebben hetzelfde donkere krullende haar en kijken allebei zelfbewust uit hun bruine ogen. Maar de Italiaan Bernardo Bembo maakt een verfijnde indruk met zijn smalle neus en lippen. Hij houdt een Romeinse munt vast en kijkt in de richting van de toeschouwer. Een humanist met de blik op het hier en nu. De andere man oogt onbehouwen. Zijn neus is waarschijnlijk gebroken geweest, hij heeft een vastberaden trek om de mond. Een vechtersbaas? Dan wel een devote, want hij houdt zijn handen gevouwen en zijn blik staart naar een onzichtbare Madonna.

Jan van Eyck, Van der Weyden en Memling: ze behoren tot de absolute top van de vijftiende-eeuwse schilderkunst. Je ziet bij hen elke baardstoppel, rimpel, ooghaar en huidplooi. De sieraden lichten op, het fluweel is aaibaar.

'Portret van een jongen als jager', circa 1630-1661. Erasmus Quellinus II en Jan Fijt. Beeld RV

Levensecht

Toch staan hun personages nog ver van ons af met hun stijve houding en formele blik. In de loop der eeuwen gaan schilders op zoek naar een steeds levensechter portret. De portretten worden groter, emoties en persoonlijkheid worden getoond, fysieke eigenschappen worden uitvergroot, de omgeving gaat een rol spelen. Wat blijft is de wens om er goed uit te zien.

Neem bijvoorbeeld het ijzersterke portret dat Peter Paul Rubens in de zeventiende eeuw schilderde van zijn vriend Nicolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez. Al dragen ze molensteenkragen, dit zijn mensen die we niet alleen herkennen aan de kleur haar en de vorm van het gezicht, maar ook aan hun karakter en manier van bewegen. De vrouw heeft humor, zou een doortastende buurvrouw kunnen zijn; de man is vast een gedurfd ondernemer en vrijetijdsfilosoof.

De Vlaamse zeventiende eeuw is de eeuw van Rubens, Jacob Jordaens en Anthony van Dyck. Portretten van hen zijn op de tentoonstelling in een oogopslag te vergelijken door een slimme opstelling van tussenwanden. De schilderstukken zijn groot, de mensen erop karaktervol neergezet. Die van Van Dyck zijn toch wel het meest sprekend, met de kenmerkende glanzende ogen - een klein randje wit op het onderste ooglid is zijn 'truc' - en de intelligente gelaatsuitdrukkingen. Schilderde hij alleen intelligente mensen of gaf hij zijn klanten een intelligentere blik?

Sommige ouders slaan in onze ogen de plank mis, zoals die van het kleine jongetje - hij draagt nog een jurk - dat met een valk in zijn hand en een heersersblik de verte in kijkt. Een leider in de dop, aldus de ouders, die hem zo lieten afbeelden.

'Portret van Philippe de Croy', circa 1460. Rogier van der Weyden. Beeld RV

Tussen alle schilderijen van interessante mensen en hun kinderen is er eentje die zich niet bekommert om hoe hij overkomt: Abraham Grapheus, afgebeeld door de schilder Cornelis de Vos. Dit is dan ook geen opdrachtwerk, maar eigen initiatief van De Vos. Grapheus was de knecht van het Antwerpse schildersgilde. Hij zorgde voor een goed gedekte tafel tijdens de feesten. Op het schilderij is hij, met schort voor en kraag los, bezig met het zilveren vaatwerk van het gilde. Hij kijkt bozig op alsof hij gestoord is bij zijn werk. Hier geen rijkdom of intelligentie, maar een man aan het werk. Straks gaat hij nog een potje schelden. Ondanks al het zilver een heerlijk informeel portret, dat juist door het gebrek aan decorum en prestige ons hart raakt. Want voor authenticiteit zijn wij in de 21ste eeuw het meest gevoelig.

★★★

'Zuiderburen. Portretten uit Vlaanderen, 1400-1700' is te zien van 7 september tot en met 14 januari in het Mauritshuis in Den Haag. 

Meer info: www.mauritshuis.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden