Recensie

Een verslavend debuut van een laatbloeier

Beeld Francesco Pecoraro

Indrukwekkend leidt Pecoraro de lezer door zeventig jaar Vrede. 

Deze indrukwekkende eerste roman van laatbloeier Francesco Pecoraro zul je niet in eerste instantie voor het verhaal lezen. Zijn verslavende aantrekkingskracht zit vooral in de bruisende, eindeloze stroom woorden, beelden en gedachten. Pecoraro’s literaire referentiepunten vinden we dan ook in de groten van het modernisme: Svevo, Musil, Céline, en misschien bovenal Carlo Emilio Gadda, de ‘Italiaanse Joyce’, wiens rabiate geest en stijl op veel pagina’s doorschemeren. Net als Gadda creëert Pecoraro een verteller die een prikkelende kruising is tussen een technisch ingenieur en een amateur-filosoof met ontluisterende, nihilistische inzichten.

Ivo Brandani, geboren in het voorjaar van 1945 en inmiddels 69 jaar oud, is een gedesillusioneerde babyboomer. Op het vliegveld van de Egyptische badplaats Sharm-El-Sheikh, een anonieme ‘niet-plaats’ waar hij urenlang zit te wachten op zijn vertraagde thuisvlucht, ontvouwt Brandani ons zijn hele leven en zeven decennia van ons westerse tijdperk van vrede. Namen van landen, instellingen, steden, en personen worden consequent als abstracte entiteiten aangeduid. Rome is de Stad Gods, hoofdstad van het Schiereiland, met Grote Rivier, Fontein en Heidense Tempel uit de tijd van het Oude Imperium. En zo bestaat het gezin Brandani uit Vader, (ex-)fascistisch en almachtig, Moeder, warm en beschermend, Grote en Kleine Zus.

Terug in de tijd 

In een verhaal dat steeds verder terug in de tijd voert, staat Brandani stil bij de meest (ver)vormende perioden en ervaringen uit zijn leven.

Te beginnen bij zijn laatste project: het stukje bij beetje vervangen van het afstervende koraalrif voor de kust van Sharm door kunstkoraal, ‘een enorme, kolossale pop-upinstallatie onder water’. Naar Brandani’s overtuiging zal uiteindelijk de hele wereld ten prooi vallen aan dit soort artificiële post-natuur, omdat de echte het zal moeten afleggen tegen kunstmatige imitatie. Ronduit apocalyptisch is de scène van Brandani’s eerste werkdag bij de Technische Directie van het Achtste Stadsdistrict van de Stad Gods, waar de Grote Rivier bijna buiten zijn oevers treedt en het historische centrum onder een zondvloed van vele meters water dreigt te verdwijnen.

Eveneens memorabel is het verhaal van zijn kortstondige carrière bij een wereldwijd opererend constructiebedrijf in de nietsontziende wereld van het Kapitaal. Dan volgen schitterende impressies van het studentenleven in de woelige jaren zestig, wanneer Brandani van een korte initiatie in de Filosofie overstapt naar Techniek. Via obsessieve visioenen en fantasieën over het andere geslacht in zijn middelbare schooltijd belanden we bij Ivo’s kleuterjaren. Alleen toen was de Oorlog nog tastbaar dichtbij, in de vorm van een griezelige kuil van een ingeslagen bom, vlak bij het ouderlijk huis.

Filosofische blik 

Als Brandani na deze slopende dag wachten, terugblikken, bespiegelen van hoog in de lucht eindelijk zijn Schiereiland weer ziet opdoemen, ontwaart zijn filosofische blik in het kilometers lager gelegen landschap de oorsprong van de chaotische volksaard van zijn landgenoten. Duidelijke scheidslijnen duiden op een dieper gelegen gevoel voor orde, de ‘wil van een cultuur, van een volk, om zich te verzetten tegen de chaos’. Maar Brandani ziet op zijn Schiereiland een heel ander schouwspel: “Kijk maar, het onmiskenbare keurmerk van mijn landgenoten, van de cultuur waaruit ik voortkom, van de beschaving die me heeft voortgebracht… Kijk maar, dat kluwen van individuele verlangens dat er nooit in is geslaagd systeem te worden, laat staan eensgezindheid, eenstemmigheid, consensus, beschaving, behalve dan geconcentreerd op enkele afgebakende plekken, in de privésfeer, nooit publiekelijk.”

Hoewel Pecoraro misschien niet steeds dezelfde zinderende spanning weet vast te houden, bevat zijn monumentale, indrukwekkende boek een schat aan microverhalen en originele gedachten over onze tijd. Onze feitelijk tijden van vrede zijn tegelijkertijd tot op het bot getekend door vroegere en verre oorlogen, én doortrokken van de chaos en conflicten van het Kapitaal: “Vrede is de oorlog van iedereen tegen iedereen: nauwelijks fysiek geweld, maar de strijd is kwaadaardig en wreed, vanwege de noodzaak om ruimte te veroveren, om zelfs maar een klein deel van de beschikbare inkomstenbronnen te bemachtigen, een klein beetje macht, voor wie dat interesseert… Een oorlog zonder helden, die wordt uitgevochten met ladingen cocaïne, antidepressiva, kalmeringsmiddelen, kettingroken…”

Francesco Pecoraro
Het leven in tijden van vrede
Vert. Els van der Pluijm en Hilde Schraa Wereldbibliotheek; 496 blz. € 29,99

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden