Review

Een verloren generatie was op zoek naar risico

Voor de grijsharige babyboomers en de nu jonge global villagers hebben ze geen eigen gezicht, geen eigen kleur of streven: de generatie die volwassen werd in de jaren tachtig. Fred de Vries zocht het levensgevoel van die jaren en beschreef zijn speurtocht.

Tussen het idealisme van de babyboomers van de jaren zestig en de materialistische wereld van de generatie X uit de jaren negentig van de vorige eeuw ligt een vreemd niemandsland. Het wordt bezet door een verloren generatie van inmiddels veertigers die in de jaren tachtig te hard waren voor de hippies en te groot voor het dorp, maar tien jaar later te tobberig bleken voor de techno en te stads voor de hele wereld die de globalisering binnen ieders bereik heeft gebracht.

Het was in zekere zin een verwende generatie zonder kansen, want ze ging naar school toen de eerste vruchten van de wederopbouw werden geplukt maar werd volwassen in een periode van grote werkloosheid. Je zou er in de geest van het zwart dat gedragen werd een louter somber beeld van kunnen schetsen. Maar dat dekt de lading maar half, zo schrijft Fred de Vries in zijn boek over de underground van de vroege jaren tachtig ’Club Risiko’. Want, al was er geen werk en geen geld, tijd was er volop en daar werd, in alle dwarsheid, uiterst energiek en creatief mee omgesprongen.

Talloze bandjes namen hun eigen cassettes en platen op in eigen beheer. Er werd gewoond en opgetreden in kraakpanden en iedereen was koning in zijn eigen gecreëerde rijk zonder regels en grenzen: „Je daalde af in de breukvlakken. Je ontweek de saaiheid en voorspelbaarheid, de regels en de regelgevers, en wendde de chaos aan voor eigen nut.” In ’Club Risiko’ laat De Vries zien hoe de postpunks hun verlangen naar grenzeloze vrijheid, door Dirk van Weelden wel ’tactisch negativisme’ genoemd, gestalte gaven en hoe zij daar nu op terugkijken.

Aardig is de selectie die De Vries gemaakt heeft. Om een zo breed mogelijk beeld te krijgen bezocht hij niet alleen bekende, trendgevoelige steden als Londen, Berlijn, New York en Amsterdam maar reisde hij ook naar Ljubljana en ging hij op onderzoek uit in de stad waar hij ooit als correspondent voor Trouw werkte en nu opnieuw woont, Johannesburg.

Juist de verhalen uit die steden, waar de spanning van oorlog, totalitarisme of Apartheid nog in de lucht hangt, maken Club Risiko inhoudelijk de moeite waard. De Sloveense cultband Laibach bijvoorbeeld (Laibach is de Duitse benaming voor de hoofdstad) cultiveerde een crypto-fascistische pose, die op merkwaardige wijze bijdroeg aan het zelfbewustzijn van de Slovenen binnen het communisme van (groot-)Joegoslavië, maar ook gevaarlijk serieus genomen werd door neonazi’s die Hitlers liefde voor dit deel van Istrië nog niet vergeten waren. Hoewel de bandleden zelf altijd hebben volgehouden dat zij maar anonieme spelers waren in een groots bedacht Totaaltheater, probeert De Vries door alle schijn heen te breken. Hij gaat daarbij zo ver dat je als lezer opgelucht bent als blijkt dat Laibachs spelen met vuur een onverwachte apotheose krijgt: de band wordt uitgenodigd om in 1995 te spelen in Sarajevo, bij de ondertekening van het akkoord van Dayton waarmee de vuile oorlog in Bosnië werd afgesloten.

Minder goed loopt het af in Johannesburg waar De Vries ontmoetingen heeft met de oude punkdichter Johan van Wyk en acteur Marcel van Heerden. Terugkijkend op de jaren tachtig, zegt Van Heerden, inmiddels begin vijftig, dat er in het nieuwe Zuid-Afrika geen interesse bestaat voor de overlevers van de jaren tachtig. Toch is hij hoopvol, nu hij aan een film begonnen is over de relaties van een blanke universitair docent met zwarte prostituees naar een autobiografisch script van Van Wyk. Een paar maanden later krijgt De Vries een e-mail van Van Wyk, waarin deze schrijft dat hij met een mes is aangevallen door een van die prostituees.

Een bijzondere rode draad in dit boek, het intrigerendste boek dat ik in Nederland ooit over popcultuur heb gelezen, wordt gespannen in Parijs. Daar probeert De Vries vergeefs in contact te komen met de angstige en teruggetrokken levende filmmaker Leos Carax, bekend van ’Les amants du Pont-neuf’ en de cultfilm ’Pola X’ uit 1999, geënt op een roman van Melville over een onmogelijke broer- en zusterliefde. In het terugkerende thema van de mislukte pogingen tot ontmoeting raakt De Vries de psychologische kern van ontheemding die Carax en met hem de verloren generatie zo kenmerkt. Vandaar ook dat Carax, die opgroeide met een moeder en drie oudere zussen, uiteindelijk niet in staat is te antwoorden op de vragen van De Vries die hij uiteindelijk per e-mail doorkrijgt: ’Te persoonlijk’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden