Review

Een verantwoord kerstdiner van rauw plantaardig voedsel

Onze Albert Heijn paste deze week de schappen aan: vegetarische burgers moesten wijken voor gevogelte en reerug. De geboorte van het kindeke kost nogal wat beesten de kop. Sneu? Walgelijk? Zouden we dieren dan rechten moeten geven? In het maandblad Filosofie Magazine een sterk gesprek tussen Erno Eskens, actief bij stichting Dier en Recht en de filosoof René ten Bos, auteur van ‘Het geniale dier,’ dat in januari zal verschijnen. Ja, zegt Eskens, we moeten dieren rechten geven: ,,Dierenrechten zullen direct praktisch nut hebben: ze maken het dierenorganisaties mogelijk om naar de rechter te stappen.’’ Nee, meent Ten Bos, we zijn van de natuur vervreemd, en zullen dat nog meer doen als we dieren allerlei rechten geven: ,,Ik maak me nu al zorgen over alle lagen van deskundigheid die onze directe omgang met het dier zo verstoren, dat van een spontane betrokkenheid nog nauwelijks sprake is. Mijn dochter ziet een vogeltje liggen, zij houdt veel van dieren en wil dat oprapen. Komt er een natuurbeschermer aan die zegt: ’Dat mag niet, want het is onderdeel van de natuur dat het vogeltje uit het nest valt.’ Het laatste wat we kunnen gebruiken, is volgens mij dat we tussen mens en dier nog een laag van juridische expertise gaan stoppen.’’ Maar vraagt Eskens, op het moment dat we kinderen op basis van bepaalde eigenschappen rechten geven, dan zouden we dat toch ook moeten doen als we het over dieren hebben? Vind jij niet? Ten Bos pareert deze logische zet meesterlijk: ‘‘Als bezorgde ouder vind ik helemaal niet dat wij kinderen rechten moeten geven. Ik schend constant bepaalde rechten die ze hebben. Rechten als vrijheid van meningsuiting gelden bij mij thuis niet. Dat heeft met ouderlijk gezag te maken. De vraag is natuurlijk: kun je dat nou echt scheiden? Ik koester een groot wantrouwen tegen logisch en coherent in de wereld staan.’’

Dit wantrouwen weerhoudt Bos er niet van de carnivoor te berispen die zijn hart ophaalt aan de decembervoorraad van Albert Heijn. Bos: ,,Iedereen die een beetje logisch nadenkt over de catastrofale gevolgen van de vleesindustrie, weet dat het volkomen idioot is dat mensen nog vlees eten.’’

Uit deze idiotie trok Diana Store de uiterste consequentie. In het tweemaandelijks blad Onkruid vertelt zij uitsluitend rauw plantaardig voedsel te eten. ,,Ik groeide op in Noord-Ierland waar het traditionele dieet voornamelijk bestaat uit grote hoeveelheden aardappelen en vlees, met hooguit nog een klein beetje groenten voor de afwisseling en de kleur. Toen ik zeven jaar oud was, realiseerde ik mij voor het eerst dat het vlees dat ik at afkomstig was van koeien en andere dieren die daarvoor erg jong om het leven werden gebracht.’’

Ze wilde vegetarisch worden, maar haar ouders vonden haar te jong voor zo’n ingrijpende beslissing. Zeven jaar bleef ze tegen heug en meug het traditionele voedsel naar binnen stouwen. Toen gingen haar ouders akkoord en werd ze vegetarisch. Maar in 1996 ging ze nog een stap verder, ze las over een dieet bestaande uit rauw plantaardig voedsel. Een eye-opener: ,,Ik eet al zeven jaar geen gekookt voedsel meer, ook geen brood.’’ De voordelen: ze is nooit ziek, kan zich beter concentreren, slaapt beter, en heeft veel meer energie.

Maar of deze voordelen de consument weerhoudt de eenden uit de schappen te plukken is de vraag. Misschien maakt hij er een goed voornemen van: in 2008 geen vlees meer. En het jaar daarop geen aardappelen, en het jaar daarop – nog even Filosofie Magazine waarin schrijver en filosoof Coen Simon op deze voornemens ingaat: ’Daarom zijn wij gedoemd tot goede voornemens: wij weten dat er altijd verschil zal zijn tussen ons handelen en het nastreven van onze idealen.’

Zo blijft de mens een gespleten persoon. Wat willen we werkelijk? Over deze vraag schreef de filosoof Jacques De Visser in het maandblad Streven naar aanleiding van het oeuvre van Ingmar Bergman. De mens is ,,een broos wezen dat al te vaak mislukt in het verlangen één te zijn of op een authentieke manier in de werkelijkheid te raken.’’ De Visser beschouwt allerlei films van Bergman, maar over dit onderwerp haalt hij een fraai citaat aan uit ‘Van aangezicht tot aangezicht’: ‘Ik spreek de wens uit dat iemand of iets zo’n diepe indruk op me zal kunnen maken dat ik werkelijk mag worden. Ik herhaal dat keer op keer: kon ik maar ooit op een dag werkelijk worden. Dat ik de stem van een mens hoor en erop vertrouw dat die voortkomt uit een mens die net zo gemaakt is als ik.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden