Recensie

Een tweede kans voor Alfred

Beeld Frank Castelein

Existentiële liefdesroman over de nasleep van een belast verleden. 

Bert Natter
Ze zullen denken dat we engelen zijn
Thomas Rap; 288 blz.
€ 19,99

‘Begeerte heeft ons aangeraakt’ heette de roman waarmee Natter in 2008 debuteerde. Tien jaar en drie romans later is daar ‘Ze zullen denken dat we engelen zijn’, dat me, nog voor ik een letter had gelezen, aan die eersteling deed denken. Niet alleen door het decor waartegen beide verhalen zich afspelen - de vuurwerkramp toen, een terroristische aanslag nu - maar ook door de titels: aangeraakt, engelen, ons, we…

Er is, hoe hard de werkelijkheid ook op Natters helden in gaat beuken, meer tussen hemel en aarde dan dood, chaos en ellende. Liefde misschien, een vleugje schoonheid, kunst, hoop, toekomst…

Alle tijd

Doordat het even duurde voor ik Natters nieuwe roman daadwerkelijk kon lezen, had ik alle tijd om alvast wat over die engelen en die ‘we’ en ‘ze’ te mijmeren. Op voorhand raakte ik ervan overtuigd dat er iets moois zou ontstaan uit de chaos waarop Natter zijn helden trakteert. Die belofte maakt hij waar. Het zijn alleen niet zijn helden - of held, want eigenlijk is het er maar één: Alfred - voor wie er iets moois in het verschiet ligt; wij zijn het, de lezers: ’Ze zullen denken dat we engelen zijn’ is prachtig; ik zeg het maar meteen. Van meet af aan werd ik meegezogen in een wereld die breed en met een daverende klap begint, maar gaandeweg steeds nauwer wordt, eng en verstild, tot ik, net als Alfred, opgesloten raakte in zijn hoofd. Ook daar tikt ijselijk kalm een bom, de nawee van een dreun (hem uitgedeeld of door hem toegebracht?) die jaren terug zijn leven op losse schroeven heeft gezet. Zonder ooit sentimenteel of zwaar te worden beschrijft Natter in sobere, en toch heel beeldende en precieze woorden Alfreds van eenzaamheid doordrenkte leven, die bij vlagen aan Camus doen denken. “Ik deed boodschappen, het was koopzondag. (…) Omdat de zon scheen, besloot ik op een terras te gaan zitten.”

Toch ‘raast’ meteen al op de eerste pagina een geldwagen over het plein waar Alfred dat terrasje pakt. We zien het voor ons, zijn er misschien wel aan gewend geraakt: Nice, de kerstmarkt in Berlijn; nu dan in een niet nader genoemde stad aan de Hollandse kust. Het is de mooiste dag van het het jaar. “Daar moeten we van genieten.” Die woorden komen van een vrouw, Prunella (‘Prunella? Was het niet gewoon Ella?’) die naast hem is gaan zitten.

In Natters verhaal gaat het niet alleen over slachtoffers en daders, lot en toeval, absolutie en genade, maar vooral ook over de beelden die we van onszelf en anderen hebben, en de werking van het geheugen. Onze herinneringen zijn onbetrouwbaar, we kunnen er niet op bouwen, en toch doen we dat, dag in dag uit. Ze bepalen wie we zijn, of denken te zijn.

Exploderende bioscoop

Met een exploderende bioscoop op de achtergrond en de loop van een geweer op armlengte, belanden Alfred en Prunella in elkaars armen onder de terrastafel die hen tegen een regen van kogels zal beschermen. Worden zij bewust gespaard? Of heeft de schutter hen gewoon gemist? Als Alfred met hulpverlener Jon op het politiebureau de beelden van de beveiligingscamera ziet, gaat het er heel anders aan toe dan hij het zich herinnert. Ook later, als hij door een misverstand (of door zijn getroebleerde geest) zelf als een idioot door de stad rijdt met het busje waarin hij ‘zijn’ gehandicapte kinderen van en naar school vervoert, zal wat hij tijdens die rit beleeft niet overeenkomen met wat de politie hem op beeld laat zien. Die heeft reden om aan Alfreds verhaal te twijfelen. Want Alfred is niet zomaar Alfred, hij is Alfred Ellerau - de politie kent hem - en dan ga je toch heel anders naar die beelden kijken.

Mooi gedoceerd onthult Natter wat er met Alfred en zijn toenmalige vrouw Ellen is gebeurd, maar het is maar de vraag of we het fijne er ooit van zullen weten. En wat weet Alfred zelf nou eigenlijk? Wat het antwoord daarop ook moge zijn: Alfred wíl wel, iets met Prunella, maar durft niet meer; het verleden heeft hem vleugellam gemaakt. ‘Had ik, was ik, zou ik’, zo typeert hij zelf zijn ‘levensverhaal’.

Ellen wilde spektakel in het leven, zo leren wij. Ze kon ‘niet bestaan op een laag pitje’. De gebeurtenissen die hem en haar uit elkaar hebben gerukt, hebben Alfred in de luwte van het bestaan gedreven. De klap die hem en Prunella nu samenbrengt komt als een tweede kans. Zou het hem vergund zijn de geschiedenis achter zich te laten en terug te kruipen in de boezem van het leven (dat ook zomaar het oog van de orkaan zou kunnen zijn)? Ik bleef het tot op de laatste pagina met alle hartstocht voor hem hopen.

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden