Interview

Een tubaspeler soleert bijna nooit, maar Perry Hoogendijk doet het wel

Tuba-speler Perry Hoogendijk in de gangen van het concertgebouw Beeld Maartje Geels

Soloconcerten voor de tuba? Ze bestaan. De solo-tubaïst van het Concertgebouworkest Perry Hoogendijk voert het concert van Ralph Vaughan Williams uit.

De artiestentrap in de Grote Zaal?”, zegt de solo-tubaïst van het Concertgebouworkest, Perry Hoogendijk (1971). “Wat denk je, die heb ik zeker uitgeprobeerd.” Zondag soleert hij bij zijn eigen orkest in het Tubaconcert van Ralph Vaughan Williams. “Even voelen hoe dat loopt, enorm spannend om met mijn instrument naar het podium af te dalen. Je hoort de beroemdste dirigenten over hun angst om die trap te nemen. De deuren zwaaien open en dan is daar een lange weg te gaan, richting een zwart gat. En ik heb nieuwe schoenen, speciaal voor dit optreden, met gladde leren zolen. Je moet er toch niet aan denken dat je op je snuit gaat nog voor er één noot heeft geklonken.”

Vaughan Williams’ concert is een happening. De rode loper wordt uitgelegd voor een instrument dat doorgaans spaarzaam wordt gebruikt, maar een enorme impact heeft. De laatste keer dat het werk op het programma stond bij het Concertgebouworkest was in 1976, uitgevoerd door Hoogendijks voorganger Donald Blakeslee. Zijn opvolger: “Vaughan Williams is een van de weinige componisten die een solistisch werk voor de tuba hebben geschreven. Dit concert uit 1954, gecomponeerd bij het 50-jarig jubileum van het London Symphony Orchestra, valt binnen de romantische klanktraditie. Er is sindsdien nieuw repertoire bijgekomen, maar het houdt niet over. De tuba is geen ideaal solo-instrument, het geluid komt moeilijk boven het orkest uit, en het instrument is natuurlijk toch lastig hanteerbaar, biedt ook weinig souplesse.”

Nieuwe aspecten

“Ik speel niet uit het hoofd. Ik kan het concert dromen, maar wil geen risico’s nemen. Alles voelt vertrouwd, mijn eigen orkest, de Grote Zaal van het Concertgebouw waarin ik nagenoeg iedere dag speel. En toch kies ik het zekere voor het onzekere. Ik heb het concert drie keer eerder mogen uitvoeren, met verschillende orkesten, daardoor heb ik het goed leren kennen. In de aanloop naar deze bijzondere gebeurtenis heb ik weer nieuwe aspecten ontdekt. Ik moet bijvoorbeeld minder dramatisch vertragen op sommige plekken, dat gaat helemaal niet goed samen met een orkest. 

Beeld Maartje Geels

“Dit stuk moet heel Engels klinken, en dat betekent dat de klank rond moet zijn. De melodieën zijn rond van karakter. Williams heeft heel goed begrepen waarvoor hij schreef. Op een lastige passage in het slotdeel na ligt alles goed voor de tuba. Knap is dat hij het instrument nergens koddig of clownesk gebruikt, toch een beetje het imago dat de tuba aankleeft. Het is een stevig en serieus concert.”

Krachtsinspanning

Hoogendijk pakt zijn instrument erbij en speelt een passage uit het middendeel die revolutionair hoog en lyrisch klinkt voor een tuba. Hij laat het gloednieuwe zilverglanzende apparaat van zeven kilo zingen. Vriendelijk ronken de noten door de oefenruimte in het RCO House, het onderkomen van het Concertgebouworkest. Grote happen adem tussendoor, de sporter achter de tuba komt naar voren. “Klopt, ik loop hard en ik zwem, om fit te blijven voor het instrument. De krachtsinspanning is enorm, niet alleen moet je je embouchure trainen – de stand van je lippen – maar ook je ademconditie.”

Tubaïst zijn in een orkest betekent niet alleen uithoudingsvermogen hebben, maar ook een goede concentratie. De componist heeft de musicus spaarzaam ingezet, en hij moet, als speler, een topprestatie leveren met heel weinig materiaal. Een wezenlijk verschil met, zeg, de violen die een constante notenstroom spelen. “Dat vind ik het leukste dat er is”, zegt Hoogendijk, die al zestien jaar in het Concertgebouworkest speelt. “Ik luister in het orkest, ineens kom je erbij, en dan moet het perfect zijn. Het is mis of raak. Als je inzet mislukt, veroorzaak je brokken. Als het lukt, vervul je een essentiële rol die, goed uitgevoerd, niet eens zo opvalt. Ik moet mijn geluid in dienst stellen van het geheel. Het harmoniemodel is aan mij goed besteed. Maar als iets me niet zint, kan ik uithalen. In een orkest moet ik soms ook mijn stem verheffen.

“De spanning van heel lang wachten totdat je een paar noten moet spelen, daar heb ik wel mee om moeten leren gaan. Neem het orkestwerk ‘Roméo et Juliette’ van Berlioz, daarin speel ik in het begin vrij snel, daarna leg ik mijn tuba weg. De volgende inzet is pas drie kwartier later op een hoge g, een hoge g! Een kleine ramp, wat doe je dan? Er gebeurt van alles in je hoofd. Je bent eigenlijk drie kwartier met die ene noot bezig: je zit daar bang voor te zijn en probeert er niet aan te denken. Ik heb mezelf aangeleerd om een paar seconden voor het moment suprême de toonhoogte die ik moet gaan spelen in mijn hoofd te hebben. Dat is de enige manier om het er goed vanaf te brengen. De kunst is om dat nare stemmetje in je hoofd dat zegt: ‘O, die inzet gaat mis’, weg te drukken.”

Meditatie

Dat vergt een bijna boeddhistische levenshouding... “Ja, ik pas veel meditatie en ademhalingsoefeningen toe om dat stemmetje uit te kunnen drijven. Ik moet de concentratie opbrengen om te denken aan die ene noot die komt, de toonhoogte, de klankkleur, hoe wil ik articuleren, enzovoort.”

Straks staat de wereld op zijn kop: Hoogendijk zit in Vaughan Williams’ concert als solist voor op het podium, naast dirigent Dima Slobodeniouk, en verlaat daarmee zijn vaste stek helemaal achter in het orkest. Zijn functie verandert danig. Hij zal niet zo nu en dan aan het woord zijn, maar een continu verhaal vertellen. “En toch neem ik mijn orkesthouding mee naar dit solo-optreden. Het verschil is dat mijn verhaallijn nauwelijks onderbroken wordt. Maar ik blijf denken in de richting van wat ik moet gaan spelen, net als wanneer ik lang moet wachten, achter in het orkest. Ik speel naar iedere volgende passage toe, naar het timbre ervan, naar hoe ik wil dat het klinkt. Wat ik heerlijk vind is de power van mijn instrument. En extreem lage noten spelen: altijd al van gehouden. Dan draag ik de anderen. Ik heb ook een zorgzaam karakter.”

Concertgebouworkest en Perry Hoogendijk in het Tubaconcert van Ralph Vaughan Williams onder leiding van Dima Slobodeniouk: zondag 28 april om 14.15 uur in het Concertgebouw, Amsterdam. Info: www.concertgebouworkest.nl.

Lees ook:

Musicoloog Thiemo Wind: Anton Kersjes was een dirigent die nieuwe luisteraars bereikte

Trouw vraagt schrijvers wekelijks naar hun drijfveren achter het schrijven van een boek. Deze keer: Thiemo Wind (1961), musicoloog en muziekpublicist.

Muziek als de ultieme trooster

KLASSIEK & ZO Troost. Wat kun je dat soms nodig hebben. Er zijn van die weken dat bijna niets anders helpt. Verschrikkelijke drama’s, grote politieke gebeurtenissen die het persoonlijke ver overschrijden, maar ook juist het kleine, persoonlijke verdriet. En wat kun je dan beter doen dan je wentelen tussen de notenbalken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden