Aimée de Jongh

Interview Striptekenaar

Een stripverhaal als ode aan alle taxichauffeurs

Aimée de Jongh Beeld Phil Nijhuis

Geen drama is te groot voor een stripboek, vindt Aimée de Jongh. In haar nieuwste beeldroman schetst ze heftige levensverhalen van taxichauffeurs. ‘Met een paar gezichtsuitdrukkingen of een simpele achtergrond kun je veel suggereren.’

Het voelt vaak wat ongemakkelijk als je in een taxi stapt. Begin je een gesprek met de chauffeur of zit je de rit zwijgend uit? Strip­tekenaar Aimée de Jongh (30) weet er alles van. Sinds haar internationale doorbraak in 2014 heeft ze eindeloos veel in taxi’s gezeten, van Jakarta tot Los Angeles. Over vier bijzondere ritten heeft ze nu een stripboek samengesteld: ‘Taxi!, verhalen vanaf de achterbank’. Het is een ode aan taxichauffeurs overal ter wereld.

“Soms gebeurde er onderweg helemaal niks”, zegt De Jongh in haar woonkamer in Rotterdam-Noord. “Maar chauffeurs vertelden me ook best vaak een mooi, persoonlijk verhaal. Soms ging het diep. Dan was ik echt geraakt en noteerde ik het gesprek ’s avonds in mijn dagboek, in stripvorm. Kijk, hier.”

Ze laat een stapel schriften zien, vol balpenschetsen: net scenario’s voor een film. Al pratend met een Canadese uitgever kwam ze op het idee er een paar ontmoetingen uit te pikken voor een boek. “Ik dacht: dan krijg je een mooie dwarsdoorsnede van de mensheid.”

In ‘Taxi!’, zwart-wit getekend, trekt inderdaad een bonte stoet bestuurders voorbij. Er zit een lomperik tussen, een rouwende en iemand met een trauma. De chauffeurs – uitsluitend mannen – openen gaandeweg hun ziel. Een geheime truc om hun vertrouwen te winnen had De Jongh niet. “Je zit al snel een half uur of langer samen in zo’n afgesloten ruimte”, verklaart ze. “Daarna zie je elkaar nooit meer. Dat nodigt uit om alles op tafel te leggen.”

Open zenuw

In Washington vertelt een chauffeur dat hij in de knoop raakte na het zien van een ernstig auto-ongeluk. Vervolgens liep zijn vrouw bij hem weg, mét hun dochtertje dat hij niet meer mocht zien. In Parijs voert de rit langs de Bataclan. Hoe onnadrukkelijk ook, het raakt meteen de open zenuw van de islam in Europa. Nog een voorbeeld: in Jakarta ontmoet De Jongh een chauffeur die al rijdend de krant zit te lezen. Hij blijkt net zijn vader te hebben begraven. Zelf heeft De Jongh ook haar vader verloren, na een lang ziekbed. De gedeelde rouw helpt het stroeve gesprek op gang.

Beeld Aimée de Jongh

De Jongh bedoelde haar eerste autobiografische boek niet als pleidooi voor verbroedering. Maar achteraf zit er wel zo’n soort boodschap in. “Eigenlijk is dit de perfecte tijd om deze strip uit te brengen. We leven in een periode van polarisatie; mensen groeien uit elkaar. Dit boek gaat juist over het zoeken naar verbinding. Twee mensen die elkaar totaal niet kennen, die uit volstrekt andere culturen komen, kunnen toch altijd iets gemeenschappelijks vinden wat ze allebei belangrijk vinden in het leven. Als je er maar voor gaat zitten.”

Vrijheid

Trauma’s, rouw, aanslagen... leent elk onderwerp zich voor een strip? Ja, zegt De Jongh. Zelfs suïcide kun je in plaatjes vangen, bewees ze vijf jaar geleden in ‘De terugkeer van de wespendief’. Die strip – haar internationale doorbraak – gaat over een boekhandelaar die instort nadat hij getuige is geweest van een zelfmoord.

“Ik was destijds erg met dat thema bezig”, zegt de tekenaar. “Wat brengt iemand ertoe? Als iemand het echt wil, waarom zou dat dan slecht zijn? Moet je het tegenhouden? Juist in een strip kun je daar iets mee. Met een paar gezichtsuitdrukkingen of een simpele achtergrond kun je op een subtiele manier veel suggereren. Een romancier moet alles omschrijven. Dat maakt het veel nadrukkelijker.”

Van alle kunstvormen geven strips de grootste vrijheid, meent De Jongh. Ze kan ervoor kiezen om het realistisch te houden, als in een documentaire. Maar ze kan er ook droombeelden of flashbacks doorheen mengen. In feite tekent ze een film op papier. Maar waar je bij een film al snel stuit op hoge kosten, heeft zij als striptekenaar bijna niets nodig. “Een pen, papier en verbeelding – dat is alles.”

Oermedium

Wat haar wel steekt, is dat de stripwereld kampt met een imagoprobleem. Veel mensen denken dat stripboeken alleen voor kinderen zijn, terwijl het een breed medium is met allerlei genres. De serieuze strips die De Jongh maakt, vergelijkbaar met arthousefilms, heten officieel ‘graphic novel’, ‘grafische roman’ of ‘beeldroman’. Maar de exacte term vindt De Jongh niet interessant. “Het gaat erom dat strips gebaseerd zijn op de oudst overgeleverde vorm van communicatie ter wereld. Het begon met schetsen van bizons en handen op de wand van grotten. Sindsdien zijn tekeningen nooit meer weggeweest. Ze zijn ouder dan taal. Ze hebben de eeuwen overleefd en zullen altijd blijven bestaan.”

Zo’n oermedium leent zich ook voor een delicaat onderwerp als de liefde. Dat liet De Jongh zien in haar vorige beeldroman, ‘Bloesems in de herfst’, die een jaar geleden uitkwam. Het boek wordt vaak aangeprezen als een verhaal over romantiek en erotiek bij ouderen. Maar het is meer dan dat, corrigeert De Jongh. “Eigenlijk gaat het over twee alleenstaande zestigers die denken dat hun leven voorbij is. Als ze elkaar ontmoeten, weten ze er toch nog iets fijns van te maken.”

Beeld Aimée de Jongh

Het lichamelijke speelt daar een belangrijke rol in. De tekenaar brengt dat expliciet in beeld. Ze schuwt vrijscènes niet, net zomin als verschrompelde geslachtsdelen en andere eigenheden van het verouderende lijf. De tekenaar kon ver gaan omdat het boek oorspronkelijk is uitgegeven in Frankrijk. “Daar zijn ze niet zo preuts”, aldus De Jongh. “Eindelijk kon ik iets nuttigs doen met de lessen modeltekenen die ik heb gevolgd op de kunstacademie.”

Het tekenen van ouderen was nieuw voor haar, en dat bleek wennen. “Ik had de hoofdpersonen aanvankelijk één lijntje te veel in hun gezicht gegeven. Dat maakte ze tien jaar ouder. Ik heb het lijntje weer weggehaald, een soort facelift, ja. Toen was het goed.”

Groteneuzenstijl

Het scenario van ‘Bloesems in de herfst’ is geschreven door de Belgische Zidrou, een grote naam in de stripwereld. Dat De Jongh met hem mocht samenwerken zegt veel over de status die ze zelf heeft bereikt. Persoonlijk is ze daar bescheiden over. Ja, haar werk slaat internationaal aan. Maar dat zou vooral komen doordat zij ‘modern’ tekent. “Ik heb de ouderwetse groteneuzenstijl van Asterix en Obelix achter me gelaten. De generatie Nederlandse striptekenaars vóór me blijft daar erg in hangen. Ik heb me meer laten beïnvloeden door de Japanse strip die in Nederland opkwam in de jaren negentig en die dankzij internet wereldwijd is verspreid. Daar ligt de nadruk op de expressie in de gezichten. De figuren hebben vaak grote ogen, maar niet altijd. Verder is er weinig tekst en veel stilte. En aandacht voor de natuur: zee, regen, wind.”

Ondanks de Japanse invloed heeft De Jongh eigenlijk geen vaste stijl. Elk boek pakt ze anders aan. Haar volgende grafische roman zal gaan over een fotograaf die de armoede in de Verenigde Staten van de jaren dertig in beeld brengt. Er heerste destijds extreme droogte op het platteland. “Als gevolg van agrarisch wanbeleid ontstonden er huizenhoge stof- en zandstormen, bijna bijbelse taferelen. Kinderen stierven aan stoflongen. Afschuwelijk uiteraard, maar ik heb veel zin om met die apocalyptische stormen aan de slag te gaan. Na mensen, mijn favoriete onderwerp, teken ik toch het liefst natuurgeweld.”

Eerste stripboek op haar zeventiende

Als kind las Aimée de Jongh (30) al veel strips. Die lagen thuis voor het oprapen want haar ouders, beiden met een Indische achtergrond, waren grote liefhebbers. Op haar zeventiende bracht ze haar eerste stripboek uit: ‘Aimée TV’. Na de kunstacademie in Rotterdam tekende ze vijf jaar de dagelijkse strip ‘Snippers’ in de krant Metro. Ze stopte ermee omdat ze liever grafische romans maakt.

Lees ook:
Strips ter lering en vermaak

Strips schurken steeds meer tegen de literatuur aan. En staan voor dezelfde vragen over de toekomst. En dezelfde antwoorden: ‘Er komen digitale stripboeken, maar het papieren stripboek zal altijd blijven bestaan.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden