Klassiek & ZoPeter van der Lint

Een stoer statement, die vierenhalve minuut stilte bij de Nationale Opera & Ballet

Het was een stoer statement. Mag je als zangeres na maanden eindelijk weer je mond opendoen, ‘zing’ je op je eerste recital het stuk 4’33’’ van John Cage. Voor wie die conceptuele compositie van Cage niet kent, boven alle drie de delen noteerde de componist: tacet. Zwijg. Je mond houden dus, vierenhalve minuut lang.

Sopraan Claron McFadden en haar pianist Ernst Munneke namen hun rol serieus. Beiden tikten ze aan het begin een chronometer in, zodat ze precies tegelijk klaar waren met stil zijn. Het was hilarisch eigenlijk, en toch werd er niet gelachen in de Nationale Opera & Ballet. In het immense, rode auditorium zaten welgeteld dertig toehoorders. Dan is lachen om die quasi serieuze act op de bühne echt wel een dingetje. Niemand durft wat dat betreft het voortouw te nemen en elke suggestie van gegniffel verdampt meteen in de kille, lege stilte van die enorme zaal.

We have a full house”, hield operadirecteur Sophie de Lint niet zonder sarcasme haar publiek voor aan het begin van deze unieke recitalreeks ‘Zomerzang’. Daar was geen speld tussen te krijgen, want ik telde precies dertig liefhebbers, het maximum aantal dat was toegestaan. Toen twee dagen daarna alt Helena Rasker haar recital gaf, was premier Rutte op televisie de maatregelen aan het versoepelen. Wat weer het gevoel gaf dat De Nationale Opera (DNO) achter de feiten aanliep. Je moet in deze tijden als concertorganisator wel op vele borden tegelijk kunnen schaken.

Maar we gaan niet zitten zeuren

Dat DNO met deze recitals haar deuren weer opende, was hoe dan ook uitermate sympathiek. Nederlandse zangers, die niet altijd automatisch voorrang hebben bij het verdelen van de rollen daar, stonden nu toch maar pontificaal in de spotlights op het duurste podium van Nederland. In de reeks van elf recitals ontbreken wel een paar opvallende namen. Geen Henk Neven, geen Judith van Wanroij, Christianne Stotijn of Rosanne van Sandwijk bijvoorbeeld. Maar we gaan niet zitten zeuren. Op de vier recitals die ik mocht bijwonen – er volgen er nog zes tot en met 2 juli (www.dno.nl) – viel veel te genieten.

Claron McFadden in het enorme, lege auditorium van Nationale Opera & Ballet.Beeld Michel Schnater

Het programma van McFadden was het meest origineel. Naast dat bizarre stiltestuk van Cage zong ze ook de ‘Aria’ die hij voor Cathy Berberian componeerde. Daarin moet geniest worden en dat deed McFadden keurig in haar elleboog. ‘My Funny Valentine’ van Richard Rodgers zong ze met mondkapje op, terwijl pianist Munneke met zijn handen de pianosnaren beroerde. Met verder muziek van Crumb, Copland en Ellington was dit een fraai opgebouwd recital. Een perfecte ‘vertaling’ van de vreemde omstandigheden in die rare, lege zaal.

Tenor Marcel Beekman maakte het zich een dag later niet makkelijk. Schumanns ‘Dichterliebe’ had weliswaar de juiste innigheid, maar de liederen van Liszt plaatsten hem voor aardig wat moeilijkheden. Aanstekelijk was de toegift, toen Beekman op hoge hakken, met hoed en sjaal een aria uit Rameau’s ‘Platée’ zong, zijn paraderol.

Echte openbaringen waren de recitals van Helena Rasker en Peter Gijsbertsen. De laatste overtuigde enorm met muziek van Clara Schumann en Richard Strauss. Heerlijk uitbundig zong hij aria’s uit operettes van Léhar. Rasker gaf op woensdag een droomrecital waarin alles klopte. Wat een fantastische stem. En zo hoorde De Lint een zangeres om wie ze niet meer heen kan.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden