Review

Eén sensueel organisme

Zeven vrouwen bevolken 'Het verticale strand': moeders, dochters, kleindochters. Individuen zijn het nauwelijks: ze vloeien in elkaar over. De lezer voelt zich opgenomen in een golvende diepzee.

In 1993 publiceerde Oscar van den Boogaard (1964) de roman 'De heerlijkheid van Julia', een zinderende en zinnelijke roman over de extase van een vrouw. Het was zijn vierde roman en wat mij betreft een hoogtepunt. Als geen ander bleek de schrijver zich te kunnen inleven in de organische, seksuele en emotionele gewaarwordingen van een vrouw.

Ook zijn jongste roman, 'Het Verticale Strand', gaat over verlangens en extases van de vrouw, ditmaal gepersonifieerd door zeven verschillende vertegenwoordigsters.

Drie generaties komen aan de beurt: de bejaarde Lucy, haar dochter Gloria en haar twee vriendinnen Brenda en Zoë, en de volgende generatie Ricky, Samantha en Solange. Ze zijn allemaal op een of andere manier met elkaar verwant dan wel innig bevriend en ze beleven ook stuk voor stuk wat ik maar plat zal noemen hun avonturen en hun relaties, maar daar gaat het in deze roman tenslotte niet om.

Van den Boogaard is er niet op uit ons een familieroman of een generatieroman voor te zetten, hij wil ons de ervaringswereld van de vrouw tonen: haar verdriet, haar obsessies, passies, levens- en doodsangsten. Niet de verfijnde psychologie van de afzonderlijke personages staat op het menu maar de elementaire kracht van het wezen dat vrouw heet en waarvan deze verschillende karakters als het ware diverse facetten belichamen, nu eens introvert, dan weer uitbundig, nu eens vrij, dan weer beklemd.

Allemaal zijn ze op zoek naar eenheid, in zichzelf en met anderen. ,,Solange was zich ervan bewust een geheel te zijn, niet meer afgescheiden, dat het klopte, eindelijk klopte, dit was wat ze altijd had vermoed, precies dit.''

Ergens in zijn roman trekt Van den Boogaard een ironische vergelijking met de Franse cartoonserie 'Barbapapa', de elastische wezentjes die allerlei gedaantes kunnen aannemen en als vloeistof in elkaar kunnen overgaan. Zo is het ook hier: de personages vloeien gedurig in elkaar over, letterlijk omdat ze elkaar voortbrengen, moeders dochters, en omdat ze met elkaar vrijen, maar ook geestelijk omdat ze almaar met elkaar bezig zijn en soms als het ware in elkaar incarneren: Samantha na haar dood in Solange, Gloria in het jongetje Allard: Van den Boogaard beschrijft de mens als bezield plasma en de wereld als een soort strand waarop alles zich vermengt.

Zijn proza is navenant oceanisch en extatisch, het bruist en het pulseert meer dan dat het een verhaal vertelt en ergens heen leidt. Dat je als lezer soms de draad kwijtraakt tussen al die zoekende, lijdende en genietende zielen is een prijs die betaald moet worden, en misschien zelfs in zekere zin de bedoeling van de schrijver. Niet toevallig begint hij zijn boek met de vraag met welke van zijn vrouwen hij eens zal beginnen.

Hoewel Van den Boogaard in de persoon van de alcoholistische Gloria de ondergang van de zogenaamd 'vrije' generatie van de jaren zeventig schildert, is zijn werk zelf wel degelijk beïnvloed door die generatie van het vrije leven en de vrije liefde. Hij vraagt niet naar de orde in de wereld maar naar de essentie van emoties en zintuiglijke gewaarwordingen; in het karakteristieke volgende fragment bijvoorbeeld:

,,Waar situeert zich de opwinding, waar maakt die zich van het lichaam los, van welke steiger vertrekt zij? Situeert de opwinding zich in de opwinding zelf, in het vermogen opgewonden te raken? Dat iets dat zonder enige reden tot vervulling kan leiden. Iets wat aangesloten is op een andere wereld, een toegang, iets waar dat aangespoelde weekdier aan herinnert. Is opwinding een herinnering aan een wereld of een visioen, een toekomstbeeld? Is dat wat ze hier voor zich ziet liggen? Een gekantelde wereld die schipbreuk lijkt te lijden als een schip dat nog even omhoogkomt voordat het naar de diepte der zeeën zinkt.''

Je kunt je overigens wel afvragen of Van den Boogaards opvattingen over de vrouwelijke sensibiliteit en extase wel helemaal aansluiten bij het beeld van de moderne, geëmancipeerde vrouw. In zeker opzicht schildert hij haar immers vooral als intuïtief, gevoelig, seksueel wezen en niet als het weerbare, praktische, zelfstandige icoon van tegenwoordig. Zijn vrouwen lijken om zo te zeggen meer op Couperus' Eline Vere en Van Eedens Hedwig dan op minister Rita Verdonk of Sylvia Toth: wezens als deze laatsten lijken in de empathische wereld van Van den Boogaard nauwelijks bestaanbaar.

Maar de vraag naar de status van Van den Bogaards vrouwbeeld is alleen maar sociologisch relevant; literair gesproken doet het er niet toe. Net zomin als ik me bij Bernini's beroemde beeld 'Extase van de heilige Teresia' afvraag of heiligen zich in werkelijkheid wel zo orgastisch toonden. De schrijver schrijft per slot van rekening geen sociocultureel tractaat; zijn boek gaat over geest en lichaam en is daarmee veeleer spiritueel van karakter.

'Het Verticale Strand' is niet maar een toevallige roman waarin Van den Boogaard eens wat experimenteert met het verschijnsel vrouwenziel; het boek past ook zelf weer organisch in het hele oeuvre van deze schrijver die als geen ander in de Nederlandse literatuur op zoek lijkt naar wezenlijke levenskrachten, naar eenheid, en naar de biologische en psychologische leefregels van voorkeur en uitsluiting.

Romans zijn bij hem geen vertellingen maar organismen. Je moet je er als lezer wel even op instellen, maar wie kopje onder durft te gaan in zijn mysterieuze en sensitieve verbeelding, belandt in een wonderlijke diepzee waar kritische, analytische geluiden niet goed meer doordringen. In dit boek voelt dat als een regelrechte opluchting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden