Review

Een schrijvende heer van stand

Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918. Uitgegeven door J. P. de Valk en M. van Faassen; Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag; twee delen, geill., 1173 blz. - f 125 (geb.), f 95 (pb).

WIM SLAGTER

Voor wetenschappelijk onderzoek waren de notities (41 cahiers en een aanzienlijk aantal losse stukken) van deze oud-liberale politicus lange tijd niet toegankelijk. Pas sinds enige tijd kunnen historici erover beschikken. Met de integrale uitgave van het grootste deel ervan hebben Hans de Valk en Marijke van Faassen een uitermate belangwekkende bron toegevoegd aan de kennis van het Nederlandse liberalisme en van het politieke leven rond de eeuwwisseling. Terecht merken de bezorgers op, dat de uitgave 'in al zijn subjectiviteit de lezer in staat stelt een sfeer te proeven, de indrukken van een periode te ondergaan'.

Het valt om meer dan een reden toe te juichen dat de dagboeken voor een breder publiek worden gepubliceerd. De acht jaar geleden verschenen 'Briefwisseling Kuyper-Idenburg' heeft nu een niet oninteressante liberale pendant gekregen. Bevat het boek van De Bruijn en Puchinger vooral veel interne (anti-revolutionaire) kwesties uit de eerste twintig jaar van deze eeuw, de notities van De Beaufort zijn veel meer een beschrijving van en een reactie op gebeurtenissen overal ter wereld.

De lezer kan een zeer betrokken verslag van de ramp met de veerboot Hoek van Holland-Harwich, waarbij 128 mensen omkwamen (juli 1907), dan ook aantreffen naast de koele (sic!) aantekening van de dood van de Belgische koning Leopold II (december 1909), die het wegens zijn vermeende buitenechtelijke escapades blijkbaar niet alleen bij de door en door fatsoenlijke De Beaufort verbruid had: 'In Belgie zal dit overlijden weinig droefheid veroorzaken; men was in de laatste jaren al meer en meer afkeerig van den koning geworden.' Wat een verschil met het oprechte verdriet bij het sterven onlangs van koning Boudewijn . . .

Maar ook - om een willekeurige greep te doen - de Russisch-Japanse oorlog, het optreden van de Hauptmann von Kopenick, kritiek op de omslachtige werkwijze bij kabinetsformaties, de ondergang van de Titanic en de ambivalente houding van de protestants-christelijke partijen ten opzichte van de katholieken komen aan bod.

Wie was Willem Hendrik de Beaufort? Geboren op het landgoed Den Treek bij Leusden - als iemand van het patriciaat is hij zich altijd blijven voelen en gedragen - studeerde hij rechten te Utrecht en werd hij in 1877 lid van de Tweede Kamer. Met enige onderbrekingen (onder meer in de periode 1897-1901, toen hij minister van buitenlandse zaken was) bleef hij afgevaardigde tot zijn dood in 1918. Hij maakte derhalve van zeer nabij mee, hoe de confessionele en socialistische politieke groeperingen opkwamen en de liberalen duidelijk aan macht en invloed inboetten.

Zeer nauw was De Beaufort betrokken bij de voorbereidingen en de vergaderingen van de Haagse Vredesconferenties van 1899 en 1907, in dat laatste jaar zelfs als vice-voorzitter en als leider van de Nederlandse delegatie. In de grote politieke issues van zijn tijd - de kiesrechtkwestie, de schoolstrijd en de legerwetgeving - had hij een werkzaam aandeel, terwijl hij daarnaast nog in allerlei raden en commissies zitting had, en in de redactie van De Gids (1876-1894).

Politiek gezien behoorde De Beaufort tot de rechtervleugel van de liberalen, die zich na verloop van tijd in verschillende fracties zouden vertakken; zijn optreden in het eerder vooruitstrevend-liberale kabinet-Pierson was daarom alleszins verrassend, niet in de laatste plaats voor De Beaufort zelf: “ . . . mijne eerste gedachte was om dadelijk te weigeren.”

Doordat hij in uiteenlopende kringen connecties bezat -aan het hof, binnen de meeste politieke partijen, bij het corps diplomatique, in de universitaire wereld en in ondernemerskring - verkreeg De Beaufort zijn nieuws uit doorgaans welingelichte bronnen. Zo was hij voortdurend op de hoogte van de pogingen een geschikte echtgenoot voor koningin Wilhelmina te vinden, waarbij hij over een vooruitziende blik leek te beschikken ('De positie van een prinsgemaal zal niet gemakkelijk zijn in Nederland'). Bij het voorgenomen huwelijk van Wilhelmina met Hendrik, hertog van Mecklenburg, was De Beaufort aanvankelijk opgelucht ('. . . .

veel beter dan een Hohenzollern'), maar hoewel hij persoonlijk sympathie voor de prins koesterde, zag hij in 1909 - toen de koningin na enige miskramen opnieuw in verwachting was - in het geval van een 'noodlottige bevalling' liever de koningin-moeder dan Hendrik als regent optreden.

Naast allerlei belangrijke gebeurtenissen (de Boerenoorlog, de spoorwegstakingen van 1903, het uitbreken en het verloop van de Eerste Wereldoorlog) vallen in de dagboeken vooral de rake schetsen van tijdgenoten op. Behalve de persoonlijke herinneringen die De Beaufort bij de dood van bijvoorbeeld Fransen van de Putte, Van Kerkwijk, Mackay en de ongelukkige Melvil van Lynden opschreef, zijn de in de Appendix opgenomen mini-biografieen van onder meer Kappeyne van de Coppello, Pierson, J. Heemskerk Azn., Schaepman en Kuyper stuk voor stuk een neerslag van zijn rol als kritisch beschouwer; beschouwer als tegenpool van de populistische Abraham Kuyper, die als het bete noire uit de aantekeningen naar voren komt:

'Hij (Kuyper) is geheel journalist. Reclame maken is zijn fort. In den grond der zaak is hij een kwast die van ijdelheid vergaat, maar een behendige kwast, die echter gevaar loopt het slachtoffer zijner ijdelheid te worden.'

Bij Kuypers val als kabinetsleider in 1905 en vooral bij de onthulling van de 'lintjeszaak' in 1909 (waarbij Kuyper ervan werd beticht iemand voor een koninklijke onderscheiding te hebben voorgedragen, nadat deze een grote financiele gift in de anti-revolutionaire partijkas had gestort) weet De Beaufort zijn leedvermaak nauwelijks te onderdrukken.

Maar ook andere confessionele politici (Lohman, Kolkman, Talma) moeten het ontgelden - evenals trouwens de gehele 'clericale' partijpolitiek!

Van de anti-revolutionairen kon alleen Th. Heemskerk rekenen op iets dat op waardering leek ('een zonderling mengsel van wijsheid en dwaasheid') en opnieuw - De Beaufort schreef de regels reeds in 1899 - lijkt de schrijver een voorspellende geest te hebben, want 'Heemskerk zal op den duur het wel niet met Kuyper uithouden'. Hoe juist die verwachting was, bleek een tiental jaren later . . .

De laatste jaren uit de dagboeken - een imposante Fundgrube van de Nederlandse parlementaire geschiedenis - laten een vereenzaamde De Beaufort zien. De dood van zijn vrouw (1913) en de voortdurende gevechtshandelingen, gevoegd bij een toenemende immobiliteit, deden een onmiskenbaar pessimisme bij hem postvatten. De vrees, het einde van de oorlog niet te zullen meemaken, werd bewaarheid: op 2 april 1918 overleed W. H. de Beaufort, 73 jaar oud. Hij was een boeiend dagboekschrijver.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden