Review

Een schets op papier te bewaren

Schrijven over jezelf heeft een slechte naam. Maar volgens Jacques Kruithof is het juist de taak van de fictie het eigen leven een plaats te geven in de geschiedenis, in de tijd. In 'Het slotfeest' blikt hij breeduit terug op de tweede helft van de 20ste eeuw. Op de afkalving van het onderwijs en de tijd waarin het kunstzinnige een ondergeschikte plek kreeg in onze cultuur.

T. van Deel

dls essayist en criticus is AJacques Kruithof in jaren zeventig en tachtig toonaangevend geweest. Hij wist zijn belezenheid en academische studie op een persoonlijke manier te verwerken in kritieken en beschouwingen die tot op de dag van vandaag aan belang niet hebben ingeboet. Uit zijn monografie over het werk van de schrijver Paul de Wispelaere valt op te maken dat hij diens autobiografische werkwijze, waarmee altijd een literaire bewerking is gemoeid, hoog aanslaat. Ook het plaatsen van het eigen leven en denken in het grotere geheel van de actualiteit en de geschiedenis, de wereld, is hem vertrouwd.

Met de roman 'Het slotfeest' heeft Kruithof het boek geschreven, lijkt mij, dat hij als essayist het meest gewaardeerd zou hebben. Het is een ronduit magistrale, want over meer dan zeshonderd bladzijden beheerste vertelling, die tegelijkertijd dagboekachtig en beschouwelijk is, en waarin de ongetwijfeld autobiografische elementen zijn opgenomen en vervormd in een verhalend en bespiegelend geheel. Dit is het soort boek dat het leven zelf weergeeft, in kunstige reflectie, en dat zowel het heden als het verleden en wat de toekomst brengen moge aan bod laat komen.

De verteller en hoofdpersoon heet Melchior en de jaren van waaruit hij vertelt, zijn 1990 en 1991. Het sturende gegeven in zijn bestaan is het feit dat hij vroegtijdig, hij is vierenveertig, zal worden ontslagen bij de lerarenopleiding, waar hij literatuurcolleges geeft. Het Instituut komt in een nieuwe situatie, waarin taalkunde en vooral taalbeheersing de boventoon voeren: literatuur, of bij uitbreiding cultuur, geschiedenis, het kunstzinnige, is van ondergeschikt belang. Het is begrijpelijk dat Melchior, die nu juist met heel zijn wezen aan de cultuur en de traditie hecht, zich bedreigd voelt.

Hij gaat een journaal bijhouden: ,,Er is mij iets aan gelegen van dit verdwijnende instituut – de collega's, de studenten, de colleges, de gebouwen – een schets op papier te bewaren, voor de lezer die ik eerlang zal zijn.” Dit vastleggen van het destijdse heden heeft Kruithof ongelooflijk scherp voor elkaar gekregen; het is alsof die vroege jaren negentig (ook wat de politieke kant betreft: Golfoorlog, Kroatië, Oost-Duitsland) herleven. Maar er is veel meer tijd in deze roman opgeslagen, want Melchior houdt zich niet alleen met zijn huidige omstandigheden bezig, maar hij haalt ook zijn hele leven tot dusver naar boven. Zijn gereformeerde jeugd, zijn jeugdliefde, zijn studietijd, zijn huwelijk en de afbraak ervan, zijn grote liefde en ten slotte zijn meer dan tienjarige alleenzijn.

De distantie die Melchior opbrengt ten aanzien van zijn eigen bestaan is te danken aan de stilering die Kruithof aan zowel het vertellen als het nadenken heeft weten te geven. Die stilering komt mooi tot uitdrukking in bijna spreukmatige zinnen als: ,,Het schaakbord zelf herinnert zich al lang niet meer dat het ooit zweefde” of ,,Je hebt vergankelijkheid gestudeerd, en je geeft les in komen en gaan”.

Net als in de roman 'Hajar en Daan' van Robert Anker is in 'Het slotfeest' veel kritiek te lezen op zogenaamde onderwijsvernieuwingen en op manieren van leven zoals die in de jaren zestig en zeventig bon ton waren. Het herkenbare in Kruithofs roman maakt het boek tot een gedenkboek, een boordevolle herinnering aan wie we waren en hoe we zijn geworden tot wie we zijn, waar we vandaan komen en naartoe zijn gegaan. Vermoedelijk is de grote nadruk op het onderwijs geen handicap voor lezers die daarmee weinig vertrouwd zijn: het docentschap zorgt voor omgang met leerlingen en collega's, de 'school' is zoiets als het Bureau, een Instituut waarin men met elkaar omgaat, van elkaar leert – een slangenkuil ook vanzelfsprekend.

Naast veel afkalving, verwatering, verval – op het slotfeest gaat het Instituut zelfs in vlammen op – is er verwonderlijk genoeg in deze roman de stellige hoop op een nieuw leven. Meteen al in het begin ontmoet Melchior, na dus al jaren alleen en gescheiden te hebben geleefd, een wat jongere vrouw, een zangeres, op wie hij verliefd raakt en zij op hem. In deze omvangrijke roman komt zij verhoudingsgewijs, wat het aantal bladzijden betreft, weinig voor, maar toch is deze ontmoeting en wat er uit voortvloeit voor Melchior de poort naar het nieuwe leven.

De muziek speelt daarbij geen geringe rol, want Melchior beschouwt muziek 'als opperste kenmiddel van de mens', vandaar dat er dikwijls in deze roman over muziek wordt gepraat en gedacht. Dat zijn nieuwe vrouw juist de belichaming is van muziek, geeft weer dat zij geen bijzaak is, maar essentie.

'Het slotfeest' heeft alles van een tijdsdocument en van een terugblik op de afgelegde weg, in het vooruitzicht van een tweede leven. Het is een boek dat de rekening op wil maken, breeduit, en het verband wil aanbrengen tussen zoveel verscheiden gedragingen en belevenissen. Melchior is een man van de geschiedenis en de traditie, hij wil zich verbonden voelen met andere tijden en levensvormen, maar hij wil ook het lijfelijk aanwezig zijn in het hier en nu ten volle ondergaan. ,,Dit leven verdraagt geen losse eindjes, geen perspectiefbreuk of continuïteitsfout; niets kan geschrapt of verworpen worden. Toeval en tegenslag moet ik uitbannen of naar mijn hand zetten. Niels zou hier zeggen: pas het vertellen schept de samenhang, dus doe dat!”

Niels – het alter ego van Paul de Wispelaere – heeft gelijk en het is een groot geluk voor de Nederlandse literatuur dat Kruithof zich naar deze uitspraak heeft gedragen en dit geweldige boek heeft geschreven. Het is geen roman in de gebruikelijke zin van het woord, het laat veel uitweidende overwegingen toe, veel werkelijkheid ook in de vorm van verslaggeving, maar toch maken al die zijwegen en addenda deel uit van het geheel van rekenschap afleggen en zelfinzicht krijgen. ,,Je schrijft zoiets [...] teneinde meer van jezelf te weten te komen.”

,,Het domein van het autobiografische schrijven is de verbeelding, daarin onderscheidt het zich niet van andere fictie.” Dat staat vlak voor het einde van dit boek te lezen. En zo is het. De kracht van de roman, een prestatie van belang, is gelegen in de accolade die wordt gezet boven een leven en een tijd, de tweede helft van de 20ste eeuw. Die zijn op een persoonlijke manier, als egodocument én als literatuur, ingelijst in de tekst en algemeen toegankelijk en herkenbaar gemaakt. De laatste woorden luiden dan ook: ,,'En nu', zei ze, terwijl ze haar lange benen om mij heen sloeg, 'moet je me alles vertellen'.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden