Review

Een schep, een wiel, een urinoir

K. Schippers is gefascineerd door beeldend kunstenaar Marcel Duchamp. Hij schreef een fragmentarisch, maar boeiend boek over deze verwante geest.

Marcel Duchamp (1887-1968) kende ik vooral van het urinoir dat hij signeerde en tentoonstelde: dat was een van de ready mades die hem beroemd hebben gemaakt. Zelfs een pisbak is kunst, als een kunstenaar het zegt. Ik vatte dat altijd op als een inventieve, maar ook flauwe grap.

Maar K. Schippers kijkt onbekommerd voorbij de provocatie en laat zien wat die ready mades eigenlijk zo interessant maakt. „De dingen ontkomen aan je blik, steeds weer, blijven aan de rand van het gezichtsveld. Je hebt ze zelden nodig en zo vervagen ze waar je bij staat, worden ze nooit het onderwerp van je hoogste concentratie. Iets tonen wat aan je aandacht ontkomt. Een schep, een wiel, een urinoir, een kapstok, een dot stof, hij toont het en toch zit dat laagje van wat niet wordt gezien er altijd omheen.”

Dit schrijft Schippers in zijn boek ’De bruid van Marcel Duchamp’. Er staan dagboekfragmenten in, essays, verhalen, observaties en plaatjes. Het is een allegaartje over zijn reizen naar de plaatsen waar kunstenaar Marcel Duchamp heeft gewoond en gewerkt.

Al op jonge leeftijd werd Schippers gegrepen door de eigengereide Duchamp, nog voordat de Fransman in Nederland echt beroemd werd. Een van Schippers’ dichtbundels, ’Een klok en profil’, dankt zijn titel aan een idee van Duchamp. Schippers, zelf geliefd om zijn scherpe typeringen en vrolijke waarnemingen, moet iets in hem herkend hebben.

Zijn fascinatie is nooit meer verdwenen. Het lijkt er zelfs op dat het boek met lange tussenpozen is geschreven, misschien wel tussen de bedrijven door. De hoofdstukken ogen als een verzameling opzetjes, aantekeningen en dagboekfragmenten. Die indruk wordt nog versterkt doordat Schippers ’Marcel Duchamp’ meestal afkort tot MD, alsof hij geen lamme hand wil krijgen bij het schrijven. Het kan ook een pose zijn: het draagt bij aan de laconieke toon die Schippers eigen is.

’De bruid van Marcel Duchamp’, twee maanden geleden al verschenen, is nauwelijks in een rubriek te proppen: geen proza, geen non-fictie, geen biografie. Als zo’n boek in de krant niet meteen een groot stuk krijgt, zou het zomaar overgeslagen kunnen worden. Maar dat mag niet gebeuren, want daar is het te bijzonder voor. Niemand anders dan Schippers kan je zo goed meenemen naar een andere tijd en de kunst van toen weer laten leven alsof je erbij bent wanneer de topstukken geboren worden.

Schippers gaat op zoek naar Duchamps appartementen en ateliers, belt aan, spreekt de huidige bewoners en denkt soms terug aan gesprekken met mensen die Duchamp nog gekend hebben. Want Schippers heeft niet alleen van alles over Duchamp gelezen. Voor zijn boek over dadaïsten in Nederland heeft hij ook kennissen van Duchamp gesproken, zoals de vrouw van Theo Doesburg. Ook kende hij Man Ray en John Cage.

En wat hij niet weet, verzint hij. Zo laat hij Duchamp met een vriend door een Duits stadje lopen, terwijl hij er zelf ook is en hen schaduwt: twee tijdperken vermengen zich op straat. „Ik loop hen vlug voorbij en steek over.”

Dat doet Schippers vaker. Hij ziet de historische plaatsen alsof de kunst nog gemaakt moet worden, en het leven nog geleefd. Met zijn gevoelige blik en zijn verbeelding nadert hij Duchamp. Langzaamaan bekruipt hem daarbij het vermoeden dat Duchamps werk uit liefdesverdriet is ontsprongen. Want wie is de ’bruid’ met wie Duchamp in zijn kunst zo vaakin de weer is?

Door dit boek zal Duchamp voor mij nooit meer dezelfde zijn, maar Schippers ook niet. Die twee staan voortaan naast elkaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden