Een rode pantalon

Begin vijftiger jaren verscheen er iets nieuws in Kampen: de dames-pantalon; uitgevoerd in een beschaafde, donkerblauwe wollen stof. De nieuwe damesdracht veroorzaakte nogal wat commotie op de christelijke scholen.

door Riekje Wierenga

Want, stond er niet geschreven: “De vrouw zal geen mannenkleren dragen!”

Anderzijds gunde men de meisjes wel wat extra warmte in de winter. “De kou trekt zo gemeen op!” Ik hoor het mijn moeder nóg zeggen. Ze had gelijk. Dáár, waar de wollen kousjes eindigden, waren de bovenbenen slechts bedekt met twee smalle reepjes elastiek: de jarretels!

Ook op het Gereformeerd Lyceum verschenen aarzelend de eerste lange broeken.

Mijn vriendin Juultje kreeg een lange broek, vers uit de winkel. Ik droeg een ‘zelf-gemaakte’ van bordeaux-rode ribfluweel.

Ik kijk omhoog langs de gevel. Er gebeurde zoveel achter al die ramen. Daarachter ‘zie’ ik de lokalen. Het statige bouwwerk imponeert ook nu nog. Anno 2007. Ik sta hier voor ónze helft van de school; de andere helft was ‘gemeentelijk’. In het midden de twee grote voordeuren. Alleen toegankelijk voor docenten. De mooie, oude boom is helaas verdwenen.

In 1995 stond ik hier óók. Een reünie, ter gelegenheid van het honderd jaar bestaan van de school had mij naar Kampen gelokt. De ontmoeting met mijn oude school, was tevens een afscheid. Het gebouw was leeg; de banken waren verwijderd. De school was geschiedenis geworden.

In mijn tijd was de heer Nieboer rector van onze school. ‘s Ochtends stond hij altijd onder aan de trap en begroette iedere leerling bij zijn doopnaam. Hij vergat nooit een verjaardag en bij de eerste geruchten over ziekte, kwam hij langs met een appel of een sinaasappel. Hij waakte over een groot gezin, dat toen al uit bijna 200 leerlingen bestond.

Ik kijk nog steeds naar de gevel van het oude lyceum. Zie hoog in de lucht de koekoeksramen op het brede dak. Het geeft iets huiselijks aan het gebouw. Ik zoek naar dat ene lokaal. Daar op de hoek. Dat is het! Eerste etage. Klas 1A - 1954. Ach ja, die lange broeken! Opeens ben ik weer terug op school.

Wij waren weer eens láát. Juultje en ik. Rector Nieboer had zijn post bij de trap al verlaten. Veenhof, de conciërge, had de eerste bel geluid en wij renden samen de trap op, om vóór de tweede bel binnen te zijn. Midden op de trap werd ons een halt toegeroepen door de rector.

Wij draaiden ons verbaasd om, halverwege de trap. Wij waren immers nog niet té laat?

Nieboer vergat de gebruikelijke ochtendbegroeting. Deze keer geen: “Goede morgen, Juliana Beatrix!” en ook geen “Goede morgen, Hendrika!”

Nieboer had iets anders op het hart. Hij bezag ons met een peinzende blik en schudde licht het hoofd. Toen volgde er: “Die dónkere broek, dat gaat nog. Maar die rode! Dat is toch meer iets voor een clown?” Wij waren opeens broeken geworden!

Diezelfde avond nog staat de rector bij ons op de stoep. Hij vraagt belet. Hij heeft iets belangrijks te bespreken. Mijn ouders zetten zich verbouwereerd met de heer Nieboer onder de lampenkap.

Het gaat om de rode lange broek van Riekje, verklaart de rector zich nader. Nu ja, mijn ouders zien toch ook wel in, dat hun dochter wel érg in het oog springt met die broek.

Zou daar niet een rokje overheen kunnen?

“Maar wat is er mis met de kleur?” vraagt mijn moeder verbaasd. “Het is toch mooi dieprood? Ik vind het juist zo aardig staan.”

Maar mijn vader vindt een rokje zo gek nog niet. Hij verfoeit lange broeken. Ze staan zo onvrouwelijk. Hij zit nog midden in de gewenningsfase en heeft vier dochters.

“Een rokje er overheen?” zegt hij. “Dat is een prima oplossing.”

De rector verlaat gerustgesteld het pand. Dit komt wel goed, weet hij.

Want, staat in de Schrift niet geschreven: “‿.dat de vrouw de man gehoorzame!”

Zo níet mijn moeder! Zij had voor mij eigenhandig een leuke broek gemaakt en dácht er niet over, om die onder een rokje te verstoppen. Mijn vader legde zich er vrij snel bij neer. Zo’n probleem vond hij het nou ook weer niet.

En zo dartelden Juultje en ik de volgende dag weer vrolijk rond in onze warme winterbroeken: een beschaafde blauwe en een clowns - rode.

De rector deed er wijselijk het zwijgen toe.

Ik werp een laatste blik op mijn oude school. Loop een rondje om de Bovenkerk die later Sint Nicolaas bleek te heten. Onder de Koornmarktpoort door. De witte verf is verwijderd. De oude bakstenen zijn terug. Langs de IJsselkade en dan de brug over. Daar ligt het station.

In de verkeerde trein stappen, kan hier niet. Hij rijdt alleen naar Zwolle. Vanuit het raampje heb ik nog even zicht op Kampen, stad aan de rivier. Ik mis de witte poort.

Die broeken! Stond daar niet iets over geschreven?

Thuis gekomen pak ik een boekje uit de kast:

LEREN VOOR HET LEVEN. Van Gereformeerd Gymnasium tot Johannes Calvijn Lyceum. 1896 – 1995. Door Drs. H.G. Leih. Ik vind de passage op pagina 119.

‿‿nog onder het rectoraat van de zeer sympathieke en menselijke rector Nieboer [‿..] is er de huivering voor veranderingen. Zo treft ons uit de notulen van de bestuursvergadering van 1 mei 1953 de volgende aantekening: ‘Inzake de kleding der leerlingen op school vraagt de rector de bevoegdheid, om, als leerlingen in niet behoorlijke kleedij, (zulks ter beoordeling van den rector) ter school komen, aan bedoelde leerlingen de toegang tot de lessen te ontzeggen; aldus goedgevonden’. De moeilijkheid is hier dat meisjes graag in lange broek, in plaats van in rok, op school komen. Enkele jaren later is dat geen probleem meer!

Rector Nieboer. Pas nu besef ik, dat hij mij de toegang tot de school had kunnen ontzeggen. Hij heeft het niet gedaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden