Review

Een provinciale kijk op de wereldpolitiek

De gereformeerden en de ARP voerden eind jaren veertig oppositie tegen het Indonesië-beleid van de Nederlandse regering. Herman Smit, opgegroeid in dat milieu, legt in zijn proefschrift uit waarom.

Jan Kuijk

‘Als de gereformeerden iets wisten, wisten ze het zeker en ze wisten veel’. Van Deursens karakteristiek van de sfeer aan de Vrije Universiteit in de jaren dertig van de vorige eeuw blijkt ook van toepassing op de hoofdpersonen in het proefschrift van Herman Smit ’Gezag is gezag – kanttekeningen bij de houding van de gereformeerden in de Indonesische kwestie’, van 1945 tot 1949.

Een belangwekkend boek, niet alleen omdat het een bijdrage vormt aan de politieke en ideeëngeschiedenis, maar ook omdat het opnieuw duidelijk maakt dat de Tweede Wereldoorlog toch niet dat grote breekpunt in de Nederlandse geschiedenis was, zoals velen in de naoorlogse jaren dachten.

Dat gold overigens niet voor Jan Schouten, de man die na de oorlog de erfenis van Colijn op zich nam en bij zijn terugkeer uit het concentratiekamp verklaarde: ’ik ben niet veranderd’. Smit (van de jaargang 1934 en geboren en getogen in het gereformeerde en daarmee bijna synonieme anti-revolutionaire milieu) kijkt op die periode terug met evenveel verbazing als inlevingsvermogen en dat maakt het boek aantrekkelijk voor lezers die niet bang zijn voor abstracte zaken als staatsrecht en theologie.

Zijn hoofdpersonen op het politieke vlak zijn Jan Schouten en Sieuwert Bruins Slot, die in de Tweede Kamer veroordeeld waren tot het voeren van oppositie. Op kerkelijk terrein zijn vooral Johan Bavinck en Jo Verkuyl de voornaamste rolspelers. Beiden konden door hun ervaring in Indië de situatie en denkbeelden van de Indonesische nationalisten (onder wie heel wat christenen) beter beoordelen, maar voor de traditioneel-gereformeerde wereld in Nederland bleven ze toch relatieve buitenstaanders. Te kosmopolitisch misschien.

Want dat wekt, als lezer terugkijkend op die periode en de houding van de a.r.-politici, nog de meeste verbazing: de beperkte blik, het provincialisme haast, waarmee in de Kamer (en ook in Trouw, met Bruins Slot als hoofdredacteur) gekeken werd naar de wereldpolitiek. Daarin moest Nederland op dat ogenblik een hoofdrol spelen. De naoorlogse kabinetten deden dat tegen heug en meug en met een afgedwongen pragmatisme. De anti-revolutionairen, in het isolement van de oppositie, maakten zich er van af door zich terug te trekken op Groen van Prinsterers interpretatie van Romeinen 13 over het gezag van de overheid en het Nederlandse staatsrecht. Het affiche van de ARP bij de Kamerverkiezingen van 1948 liet dan ook een gespierde hand zien, die met een krachtig gebaar de Bijbel en de grondwet op tafel legde. ’Neem en lees!’

Het aardige van Smit is dat hij op zijn beurt Groen ook maar weer eens uit de kast heeft gehaald om daarna zijn, meer dan één nuance verschillende, interpretatie voor te dragen. In gedachten zie je hem zijn hoofd schudden over Bruins Slot, die in de jaren dertig al een neiging had vertoond van de oude door Groen geplaveide wegen af te wijken. Dat is inderdaad opmerkelijk, want Smit constateert terloops ook dat Bruins Slot minder stringente opvattingen over soevereiniteit had als het om de voorzichtig op gang komende Europese samenwerking ging. Om een andere reden is opvallend dat Smit met zijn interpretatie van Groen ook begrip kan opbrengen voor de houding tijdens de bezetting van in het naoorlogse Nederland verguisde figuren als H. H. Kuyper en A. Janse van Biggekerke.

Het grote raadsel blijft voor mij na lezing de figuur van Jan Schouten, die kennelijk zo’n charisma had dat hij in die jaren iedereen in het gelid kreeg. Smit is eveneens kritisch over hem en in zijn nabeschouwing vat hij in drie punten Schoutens ontwikkeling in zijn oppositie tegen de regering samen. Eerst was er sprake van een pacteren met de revolutie, daarna – in 1946/47 – was er geen gezag , maar chaos in Indië en tenslotte: de Indonesiërs zijn onbetrouwbare onderhandelaars.

Dan doet Smit iets wat een historicus eigenlijk niet mag, maar dat toch een aardig spelletje is. Wat was Schoutens perspectief als alles normaal – zonder revolutie – zou zijn verlopen? Niemand die het weet, want hij heeft er zich nooit over uitgelaten. Smit kan niets anders bedenken dan een of andere zelfstandigheid of autonomie voor dat gigantische eilandenrijk binnen het Koninkrijk: zoiets als Nederland op het oog had voor Suriname en de Antillen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden