Tomas Lieske: ‘Ik wil een ­wereld beschrijven die alleen in de roman bestaat, een spiegel met eigen regels en wetten’

InterviewTomas Lieske

Een ontmoeting tussen een kraandrijver en Beethoven? In de wereld van Tomas Lieske kan het

Tomas Lieske: ‘Ik wil een ­wereld beschrijven die alleen in de roman bestaat, een spiegel met eigen regels en wetten’Beeld Mark Kohn

In zijn nieuwe boek ‘Honderd hoge dagen’ ensceneert Tomas Lieske een ontmoeting tussen een kraandrijver met hoogtevrees en zijn idool Beethoven.

Hoe krijg je het bij elkaar bedacht, zou je zeggen. Maar Tomas Lieske lukt dat. Het is begin jaren tachtig als Luuk, een hoogopgeleide kraandrijver annex Beethoven-fanaat, voor een Belgisch-Nederlandse aannemingsmaatschappij in Djeddah werkt, ­havenstad in Saudi-Arabië. Waar een literfles water duurder is dan een liter benzine, waar Palestijnen de elektriciteit regelen en Jemenieten het loodgieterswerk. Samen met zijn collega’s laat Luuk daar, zelf op honderd meter hoogte, een marmeren en glazen spookstad uit de woestijn verrijzen.

En dan komt het:  als apostel Paulus wordt Luuk verblind door een fel licht en dan staat daar in zijn cabine ineens zijn geliefde componist. Met lift en al is Beethoven door het dak van de Hofburg in Wenen gevlogen en bij Luuk in de woestijn beland. Beethoven, de man met z’n typische gedrongen postuur, asgrijze krullen, die grote witte kraag en rode sjaal. Er is geen sprake van een visioen of een hallucinatie, maar dit is literaire werkelijkheid. Beethoven wil ook even aan de hijskraan draaien, ‘ik denk dat ik het al behoorlijk in de vingers heb’, zegt hij na een tijdje. Luuk staat het toe, maar denkt: ik vraag toch ook niet of ik een variant op de Negende mag schrijven?

Beethoven en Luuk hebben dingen gemeen: Luuk is ambitieus en heeft door zijn werk hoogtevrees ­gekregen, en de grote componist Beethoven lijdt aan angsten, tinnitus en hevige darmklachten en ­beginnende blindheid. Hij is eind 19de eeuw bang voor ziektekiemen, net als wij nu, en vreest dat het hem niet lukt om die muziek te maken die al het andere moet overstijgen. Beethoven neemt bezit van Luuk, en ­helemaal van diens vriendin, die alles wil opgeven voor een carrière als danseres.

Lieske doet het vaker: personages uit verschillende tijden elkaar laten ontmoeten. En hij werkt graag met historische figuren. In zijn vorige ­roman wordt een 15-jarig meisje na een heftig auto-ongeluk teruggeworpen in de tijd en zit ineens tussen grote natuurkundigen als Einstein en Ehrenfest. In ‘Alles kantelt’ (2010) komt een 40-jarige man zichzelf tegen als 8-jarige, waarna ze in de rest van het boek samen optrekken.

Tomas Lieske

Tomas Lieske (pseudoniem voor Ton van Drunen, Den Haag, 8 juni 1943) studeerde Nederlands aan de Universiteit Leiden en was docent Nederlands aan het Haags Montessori Lyceum.

Van 1979 tot 1985 studeerde hij dramaturgie in Amsterdam en liep hij stage bij Erik Vos van toneelgroep De Appel. In 1992 debuteerde hij met de roman ‘Oorlogstuinen’, waarvoor hij de Geertjan Lubberhuizen-prijs kreeg. Later kreeg hij ook de Libris Literatuurprijs (voor ‘Franklin’ in 2001) en de VSB Poëzieprijs. Lieske woont met zijn vrouw Nan van Drunen (ook oud-docent Nederlands) in Leiden.

‘Honderd hoge dagen’ is misschien wel Lieske’s persoonlijkste roman tot nu toe, blijkt tijdens het gesprek met Lieske (77) in zijn woonkamer in Leiden. “Ik worstel al een tijd met de vraag: waar doe je het voor? Waarom doe je dat, literatuur maken, kunst maken? Is het normaal dat ik de laatste veertig jaar alleen maar werk aan boeken en ­gedichten? Ik doe het niet voor de prijzen en geldelijke winsten, want die zijn bij mij net als bij de meeste schrijvers vrij gering. Uiteindelijk merk je dat je het een en ander moet opgeven. Voor elke roman huur ik steeds anderhalf jaar een huis in ­afwisselend Parijs en Berlijn.”

Dat klinkt heel fijn. 

“Ja, maar ik zit daar in mijn eentje,  en ik schrijf dan, deels in een café, van acht uur 's ochtends tot ’s avonds laat. Regelmatig komt mijn vrouw Nan langs, dat is fijn, maar dat boek moet af. Wij waren beiden behoorlijk ziek in 2003, zij had een fout in haar ruggemerg, moest geopereerd, en vlak daarvoor kreeg ik een serie hartaanvallen, lag ik vijf dagen in ­coma. Maar een jaar later zat ik ­alweer alleen in Berlijn. Als er ’s nachts iets met me was gebeurd, dan was het mijn dood geweest. Dat soort beslissingen heb ik dus voor het schrijven over.”

U zegt zich te herkennen in Ludwig van Beethoven.

“Ja. Niet dat ik me met hem wil ­meten! Maar ik herken zijn neiging veel in het leven op te geven voor iets anders, iets groters. Ik had ook na twee romans kunnen zeggen: ik stop. Nee, ik ging door. Ik ben nog blij dat ik laat begonnen ben met schrijven, maar het is gewoon een aanslag op je leven. Ik heb nu bijvoorbeeld constant nachtmerries – dat ik mijn vrouw sla en dat ik dan gillend wakker word. Geen idee of het door het schrijven komt. Ik wil er geen drama van maken. Willen schrijven is iets heel anders dan rustig willen leven. Als ik een tijd poëzie maak, is het wel rustiger. Dat is minder intensief.”

Dan heeft u meer oog voor uw ­omgeving?

“Dat hoop ik.”

Beethoven wordt zelfs destructief door dat streven naar het aller­hoogste.

“Ook schrijven maakt je op een ­bepaalde manier kapot. De dingen die het leven minder eenzaam, en dus aangenamer maken, ook het ­kiezen voor kinderen, schrap je. Ik ook, in goed overleg met mijn vrouw. Het lukt mij beslist om mijn relatie in stand te houden, anders dan Beethoven, en mijn vrouw is ­bovendien een enthousiaste supporter van dat ik dit doe. Maar het is niet normaal om steeds anderhalf jaar in het buitenland te gaan zitten en het daar uit te vechten. Waarom besloot ik op een vroeg moment niet: leuk dat schrijven, maar ik doe het rustig aan. Ik kan na mijn pensioen nog weleens een novelle schrijven en nu maak ik ruimte voor kinderen, zoals bijna ­iedereen dat doet?”

Dan had u er een baan bij moeten nemen, bijvoorbeeld docent ­Nederlands moeten blijven.

“Ja, en die had ik juist opgegeven voor mijn schrijverschap. Ik heb het er met collega en vriend Willem-Jan Otten over gehad. Hij reed mij eind 2018 voor het schrijven van deze ­roman naar Parijs – er moesten kleren, een cd-speler en cd’s en boeken mee. Hij zei: ‘Ik denk niet dat je antwoord krijgt op de vraag: waarom doe ik dit?’ Ik probeer een antwoord te geven in dit boek. Als Beethoven en Luuk aan het slot op de giek van de hijskraan zitten, zegt Beethoven: ‘Ik denk dat ik het doe voor de momenten dat alles klopt, dat elke noot precies goed staat. Dat ik het gevoel krijg dat deze muziek al het andere overstijgt en raakt aan iets wat groter is dan wijzelf zijn.’ Vladimir Nabokov schreef eens over de mogelijkheid van de mens om over z’n eigen grenzen te turen: ‘Je staat op de kasteeltoren van het verleden en ook al valt er door de mist niet veel te zien, ergens is er het gelukzalige gevoel dat je de goede kant op kijkt. Dat vind ik een prachtige zin. Eigenlijk is het niets meer dan dat. Daarom deed Beethoven wat hij deed, en daarom moet ook ik genoegen nemen met een dergelijk antwoord.”

Na Parijs wacht dus toch Berlijn weer.

“Ja, ik denk toch dat ik doorga, ik heb een idee voor een volgend boek.”

Uw boeken komen altijd voort uit een geweldige beeldenrijkdom. U moet niets hebben van romans die een afspiegeling vormen van onze alledaagse werkelijkheid.

“Nee zeg. Literatuur is meer gebaat bij het beschrijven van onmogelijkheden, toch? Ik had laatst een ­gesprek met criticus Kees ’t Hart. ‘Jij ziet dingen die niet bestaan’, zei hij. Nee, ik wil in de roman een ­wereld beschrijven die alleen in de roman bestaat. Een spiegel van de werkelijkheid, natuurlijk, maar dan wel een spiegel met eigen regels en wetten. En natuurlijk bestaat de ­wereld van die roman, hoe krankzinnig de gebeurtenissen ook mogen zijn.”

Tomas Lieske: ‘Honderd hoge dagen’, 276 blz, Querido, € 20,99

Lees ook:

Schrijver Haroon Ali probeerde lang zijn vader te pleasen: ‘Maar het is nooit genoeg’

Journalist Haroon Ali reisde twee maanden door Pakistan. Zijn doelen: zijn biculturele identiteit leren omarmen en de band met zijn vader herstellen. Een uitdaging, blijkt uit zijn boek ‘Half’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden