Boekrecensie

Een onthutsende uiteenzetting van de desillusies van Vietnam

Een Zuid-Vietnamese soldaat begeleidt een gewonde medesoldaat tijdens een operatie in het Trang-Bang-district, vlakbij Saigon, 27 januari 1973. Beeld AFP

Max Hastings geeft alle bizarre details van een oorlog die 30 jaar duurde.

De Brit Hastings (73) kan bogen op een imposante journalistieke carrière en een indrukwekkend boekenoeuvre, met onder meer werken over de Korea-oorlog en over spionage en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij zijn kloeke boek over Vietnam is sprake van bijzondere betrokkenheid. Hastings was tijdens de oorlog correspondent in de VS, deed verslag vanuit Cambodja en Vietnam en ontvluchtte in 1975 vlak voor de inname van Saigon met een Amerikaanse helikopter het land.

De auteur meldt het aan het begin van zijn geschiedenis. Verderop is het vergeefs zoeken naar dat persoonlijke perspectief. Hastings kiest dan consequent voor de afstandelijkere blik van de historicus, die bogend op de inmiddels ongelofelijke hoeveelheid beschikbaar bronnenmateriaal de lezer mee terug voert naar de drie decennia conflict en voorziet van wijsheid achteraf.

Verwarring

De Vietnamoorlog was nog niet ten einde, maar de Parijse Vredesakkoorden van begin 1973 betekenden wel de vrijlating van ruim dertigduizend krijgsgevangen door beide kanten. Tot de groep die haar vrijheid terugkreeg, behoorden 588 Amerikanen. Sommige van hen zaten al zo’n zeven jaar vast. Boven op hun traumatische ervaringen kregen ze bij terugkomst in de Verenigde Staten een enorme cultuurshock te verwerken. Vrijwel alles was veranderd: films zaten vol pikante scènes, homoseksuelen kwamen publiekelijk uit de kast, mannen en vrouwen droegen kleurige kledij en lange haren, de prijzen in de winkels waren onvergelijkbaar met die halverwege het vorige decennium.

Een veteraan vertelt in ‘Vietnam. Een tragedie 1945-1975’ van Max Hastings over de verwarring waar hij mee moest leren leven: “Toen ik terugkwam, was mijn tijdsbeeld nog dat van 1966. Ik wist nauwelijks iets van de rellen en de moorden. Ik had een hoop problemen met mijn geheugen. Ik leerde om zorgvuldig te kiezen waar ik mijn aandacht op richtte.”

Incapabele Europese koekenbakkers

De rode lijn in Hastings’ verhaal is de tragedie uit de ondertitel. Dan gaat het niet alleen om het roemloze einde voor de Amerikanen, wat een nieuwe dreun was voor de naar de VS terugkerende krijgsgevangenen en andere veteranen. De kracht van deze oorlogskroniek is dat die de waanzin van het conflict in vrijwel al zijn bizarre en gruwelijke facetten laat zien.

Nadat de Fransen met veel steun van de VS het niet hadden gered in hun koloniale oorlog, lieten de VS zich steeds verder in het Vietnamese moeras zuigen. Zelfoverschatting en een gebrek aan vermogen om zich te verplaatsen in anderen speelden daarbij een belangrijke rol. Dat de Fransen het hadden afgelegd tegen de communistische leider Ho Chi Minh en zijn medestanders kwam volgens de Amerikanen omdat ze Fransen waren. Het leger van de machtigste natie ter wereld zou in Zuidoost-Azië presteren wat die incapabele Europese koekenbakkers niet voor elkaar kregen.

Waar leiders als Churchill Washington waarschuwden, vonden de VS ingrijpen onvermijdelijk. De wereldwijde opmars van het communisme moest tot staan worden gebracht. De Vietnamezen, veelal straatarme boeren, moesten uiteindelijk wel vallen voor de Amerikaanse droom met zijn materiële verlokkingen, dacht Washington. Dat deden ze dus niet. De grote westerlingen met hun stampende legerkisten en hun ogen verscholen achter zonnebrillen oogden als aliens. Vietnamese kinderen die een bezoek brachten aan de dierentuin in Saigon vergeleken de apen met Amerikanen. Beiden hadden immers haren op hun armen.

Modder van Zuidoost-Azië

Met Zuid-Vietnam steunden de VS ook nog eens een door en door verrot regime. De leiders gingen zich te buiten aan excessen, waren corrupt en dol op uiterlijk vertoon. Van het opbouwen van een band met de bevolking kwam het nauwelijks. De door China en de Sovjet-Unie gesteunde regering in Noord-Vietnam koppelde meedogenloosheid nog aan schijnbare waardigheid, een sobere levensstijl en voorgespiegelde idealen.

Met de terugtrekking van Johnson uit de race om het presidentschap eind maart 1968 en zijn erkenning dat de Amerikanen in de modder van Zuidoost-Azië waren vastgelopen, was duidelijk dat Noord-Vietnam niet meer zou worden verslagen. Toch zou de oorlog nog zeven jaren voortduren. De nieuwe Republikeinse president Richard Nixon en zijn veiligheidsadviseur/minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger koesterden al lang geen illusies meer, maar om ervoor te zorgen dat het Amerikaanse volk ze wel bleef nastreven wilden ze een hoge prijs betalen.

Amerikaanse helikopters in Vietnam tijdens Operation Hastings, 1966. Beeld AFP

Een van de tactieken: de bemoeienis van de VS verminderen en de zaak dan zo lang rekken dat de onvermijdelijke nederlaag kon worden toegeschreven aan Zuid-Vietnamese incompetentie. Vooral in het belang van de beeldvorming gingen beide partijen nog gruwelijkere gevechten aan dan eerder in de oorlog. Logica was vaak ver te zoeken, zoals op het moment dat Noord-Vietnam zware bombardementen kreeg te verduren, omdat Zuid-Vietnam een akkoord (nog) niet wilde accepteren. Moreel en middelengebruik namen ondertussen bij de grotendeels ook illusieloze militairen bedenkelijke vormen aan.

Met vijanden die guerrillatactieken toepasten. werd het ook nooit een conventionele strijd. Het verloop was daardoor heel anders dan bijvoorbeeld in de Tweede Wereldoorlog waar met overwinningen het front in Geallieerd voordeel opschoof. Het belang van militaire successen werd sowieso schromelijk overschat: de belangrijkste strijd tussen Hanoi en Saigon was die op sociaal en economisch terrein, het draaide om het winnen van de harten en de hoofden van de Vietnamezen.

De pers kreeg van Amerikaanse en Zuid-Vietnamese woordvoerders vaak kulverhalen te horen, maar kreeg tegelijkertijd behoorlijk veel faciliteiten om vrijelijk te berichten over het demasqué. Noord-Vietnam offerde ondertussen op grote schaal mensenlevens, zonder daar een hoge mediaprijs voor te betalen.

Geen omgevallen boekenkast

In de inleiding van zijn boek neemt Hastings zijn hoed af voor ‘The Vietnam War’, de monumentale documentaireserie van de Amerikaan Ken Burns. Die is goed voor ruim zeventien uur. Wie soortgelijk zitvlees kan opbrengen voor het geschreven woord, krijgt in bijna achthonderd pagina’s een onthutsend en behoorlijk volledig beeld van de oorlog geschetst. Zelfs de deelname van Thai, Filippino’s en Noord-Koreanen ontsnappen niet aan zijn aandacht.

Omslag ‘Vietnam. Een tragedie 1945-1975’ Beeld TR BEELD

Toch wordt het nergens een omgevallen boekenkast. De gekozen zijpaden, anekdotes en ooggetuigenverslagen doen ertoe. Zowel Vietnamezen als Amerikanen komen aan het woord. De verhalen van de laatsten hebben wel de overhand. Dat is het voornaamste kritiekpunt op een verder voorbeeldig boek: nog iets meer Aziatisch perspectief had een nog evenwichtiger boek opgeleverd.

Al is het alleen maar om de verhoudingen in de dodenaantallen recht te doen: voor elke Amerikaan sneuvelden er rond de veertig Vietnamezen. Twee tot drie miljoen mensen lieten in dertig jaar tijd als gevolg van de oorlog het leven. Van de lessen werd weinig geleerd.

Oordeel: Onthutsend en behoorlijk volledig, nooit een omgevallen boekenkast.

Max Hastings
Vietnam. Een tragedie, 1945-1975
Vert. Edzard Krol Wilma Paalman. Hollands Diep; 846 blz. € 34,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers in ons dossier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden