Een onconventionele meester

Mister Motley is niet alleen een curieus tijdschrift, maar ook de personificatie van een wonderbaarlijk mannetje dat mensen wil enthousiasmeren voor beeldende kunst.

’Waarom begon het kleine zwarte jongetje te huilen toen hij aan de diarree was? Omdat hij dacht dat hij aan het smelten was.” Auteur Nina Thibo beschrijft in het tijdschrift Mister Motley het werk van de Amerikaanse kunstenaar Richard Prince (1949), die sinds de jaren tachtig foute grappen op doek schildert. Vindt de lezer dit geen leuk grapje? „Ben je zelf soms een neger dan?”, informeert Thibo.

Mister Motley, ’een jong en fris tijdschrift voor iedereen die nieuwsgierig is naar hedendaagse kunst’, bracht in juni zijn veertiende editie uit. Het onconventionele tijdschrift biedt in een oplage van 5500 nummers vier keer per jaar inzicht in de contemporaine beeldende kunst.

„’Wat gebeurt hier?!’ moet je denken als je het tijdschrift doorbladert”, zegt hoofdredacteur Hanne Hagenaars. Zij schrijft de meeste – vaak associatieve – teksten voor het magazine, in elk nummer bijgestaan door een door haar uitgezochte gastredacteur. Daarnaast heeft Mister Motley vier parttime medewerkers.

Afbeeldingen zijn belangrijk voor het magazine, want ’we hebben het immers over beeldende kunst’, vindt Hagenaars, van huis uit kunsthistorica. Ze probeert zoveel mogelijk nieuw werk te zien en bezoekt beurzen om in het tijdschrift een getrouw beeld van de hedendaagse kunst te geven. De beelden moeten aantrekkelijk zijn, maar hoeven niet allemaal van de pagina te knallen. „Ik vind het ook belangrijk wat stillere kunst een plaats te geven. Een beeld moet ook de tijd krijgen je voor zich te kunnen winnen.”

De oprichting van het tijdschrift is een initiatief van de Stichting Kunst Openbare Ruimte (SKOR). Vanuit haar eigen praktijk kwam de stichting zoveel onbegrip voor hedendaagse beeldende kunst tegen dat ze een tijdschrift wilde opzetten om er onbevangenheid voor te creëren. SKOR vroeg Hanne Hagenaars als hoofdredacteur, die eerder vijf nummers van The Dummy Speaks maakte, een tijdschrift met dezelfde doelstelling als Mister Motley.

Veel kunsttijdschriften zijn ontoegankelijk voor mensen die niet in die wereld werkzaam zijn, vindt Hagenaars. „Ze staan vol met jargon en benaderen hedendaagse kunst vanuit kunstgeschiedenis of kunsthistorie. Mister Motley kijkt naar kunst vanuit het leven van alledag, door middel van thema’s.”

Het werk van Prince, die met het letterlijk uitvergroten van foute grappen de bekrompenheid van zijn medemens wil laten zien, past precies binnen het thema van het laatste nummer: ’Barbaren!’.

„Dit nummer gaat over het kijken naar ’de ander’, zegt Hagenaars. „Iedereen heeft de neiging alles wat anders is te interpreteren en te beoordelen binnen zijn eigen referentiekader, terwijl je dat kader eigenlijk een beetje zou moeten oprekken.” Dat is ook de juiste manier om naar kunst te kijken, vindt Hagenaars. Maar het is als een slang die in zijn eigen staart bijt: „Want juist kunst is bij uitstek geschikt voor het genereren van die open blik.”

Mister Motley wordt vaak in het voortgezet onderwijs gebruikt in het vak culturele kunstzinnige vorming, maar Hagenaars benadrukt dat het tijdschrift voor iedereen vanaf vijftien jaar is. Het is een misvatting dat er een cultureel aanbod speciaal voor de doelgroep ’jongeren’ moet zijn, aldus Hagenaars. „Als jonge mensen zien dat iets ’speciaal voor jongeren is’, denken ze ’Dat is niet voor ons’. Als ze een educatieve lucht ruiken, rennen ze hard weg.”

„We verzorgen ook de kunst op Lowlands. Daar hebben we workshops en een performance. Je moet daar niet gaan staan met een spierwitte expositieruimte, maar ook niet met breakdance, hiphop of graffiti. Je moet niet proberen te bedenken wat zij leuk vinden. Die knieval moet je niet maken.”

„Ik begrijp het niet helemaal, maar het is wel interessant”, hoort Hagenaars wel eens van haar jongere lezers. Dat geeft niet, het spoort juist aan tot nadenken, vindt ze. „De teksten moeten prikkelen, uitdagen. Ze hoeven niet alles helemaal te begrijpen. Nadenken over de teksten brengt je verder, jongeren zijn toch ook bezig met het ontwikkelen van hun eigen identiteit.”

Het ’mister’ in Mister Motley vormt een knipoog naar die ongewenste betutteling: een meester, die de lezer eens even zal vertellen wat hij mooi moet vinden. ’Motley’, Engels voor ’bont’, ’gevarieerd’, omschrijft zijn karakter.

„Door de personificatie van zijn figuur kunnen we Mister Motley op meerdere manieren inzetten”, vertelt Hagenaars. Zo is het mysterie rondom het mannetje benut voor een publiciteitscampagne. In een posterserie van een paar maanden geleden kon de lezer kennismaken met de leefomgeving van de figuur: zo bestaat zijn garderobe uit een gebreid Supermanpak, en hangt Mister Motley zijn nichtjes met een spijker aan de muur.”

„Je leert Mister Motley’s wereld kennen wanneer je een tijdschrift openslaat, maar hij is meer dan een magazine alleen. Op internet zetten we informatie over kunstenaars en exposities die we de moeite waard vinden. Ook staan er opdrachten van kunstenaars om zelf mee aan de slag te gaan”, vertelt Hagenaars.

Bij sommige van de edities van het tijdschrift maakt Hagenaars met haar Motley-team zelf een dvd. Het laatste nummer gaf de aanleiding voor het schijfje ’Exoten en Barbaren’, waarin het thema van het tijdschrift verder uitgediept wordt.

Hagenaars: „We gingen op de thee bij de Engelse kunstenaar Grayson Perry, die traditionele keramische vazen met de meest uiteen lopende en soms bizarre beelden maakt. Ook qua persoon past Perry goed binnen ons thema. Hij kleedt zich graag als vrouw, maar maakt hier geen enkel geheim van: typisch iemand die je niet zomaar in een hokje kunt plaatsen.”

Naast Perry filmde Hagenaars de Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare op zijn recentste expositie in het Quai Branly in Parijs. Hier is onder meer de installatie ’Gallantry and Criminal Conversation’ te zien, waarin Shonibare levensgrote poppen in uitgesproken pornografische houdingen plaatste. De lichtgetinte figuren dragen gebatikte kostuums en hebben geen hoofd. „Een oproep om onze westerse idee n over geschiedenis, macht en identiteit aan de orde te stellen”, aldus Hagenaars in Mister Motley.

De inhoud van de dvd’s sluit goed aan op die van het tijdschrift, omdat Hagenaars en haar medewerkers ze helemaal zelf produceren. Soms zien ze een kleinigheid over het hoofd, zoals bij het filmen van Shonibare. Dat gebeurde in een duistere ruimte, waar de Nigeriaan maar moeilijk te ontwaren was. Hagenaars lacht: „Gelukkig wilden de mensen van Arte ons hun belichting lenen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden