InterviewDenise de Boer

Een museum oprichten? Die kans krijg je maar één keer

Denise de Boer.Beeld Martijn Gijsbertsen

Almere wil een kunstmuseum en Denise de Boer moet daarvoor zorgen. Ze heeft geen gebouw en geen collectie, maar wel een flinke smak geld tot haar beschikking.

Het is een unieke opdracht, even uitdagend als ­intimiderend: zet een nieuw kunstmuseum van internationale allure op. In Almere. Denise de Boer (36) greep de kans met beide handen aan, want ‘die komt hooguit één keer in je leven voorbij’. Ze vertrok bij het Frans Hals Museum in Haarlem en nam begin maart plaats achter een bureau in het Almeerse stadhuis, haar nieuwe werkplek. Daar zat ze dan – hoe begin je aan zo’n project? Er is nog niets: geen collectie, geen gebouw. Wel een torenhoge ambitie. En een forse subsidie: tot verbazing van velen kreeg het museum in oprichting een jaarlijkse rijksbijdrage van een dikke twee ton toegekend.

Dat Almere zo’n museum wil is best begrijpelijk. De stad wil de komende ­jaren verder groeien tot de vijfde van het land, richting de 250.000 inwoners. Dan wil je niet alleen een forenzenstad zijn met inwoners die voor hun werk, maar ook voor een museum, altijd naar Amsterdam of elders moeten. Ook Flevoland steunt het project voluit, want de jongste provincie is zich ervan bewust dat de cultuurtoerist nu nog vol gas voorbij raast naar oorden die rijker zijn voorzien. Om daarin verandering te brengen werd De Boer gevraagd ‘Kwartiermaker’ te worden, degene die voor de troepen uitloopt om de nodige voorbereidingen te treffen.

“Waarom bellen jullie mij?”, was haar eerste vraag aan de recruiter die haar dik een half jaar geleden benaderde tijdens haar ouderschapsverlof. Ze was net bevallen van haar tweede, een dochtertje, en zat nog prima op haar plek bij het Frans Hals Museum waar ze adjunct-directeur was naast Ann Demeester. Maar zo gek was dat telefoontje natuurlijk niet. De Boer is een zakelijk talent in de museumwereld. Ze begon haar loopbaan in het Amsterdam Museum, waar ze de fondsenwerving op poten zette. Ook in Haarlem hield ze zich bezig met de finan­ciële basis onder het museum. “Ik heb bedrijfseconomie gestudeerd. Fusies en overnames, die tak. Van die wereld werd ik niet echt blij, merkte ik toen ik ging werken. Het draaide echt alleen maar om geld – het was misschien wat naïef dat ik iets anders verwachtte. Voor mij is geld een middel, geen doel op zich.” Kunst en cultuur hadden altijd al haar interesse, dus ging ze kunstgeschiedenis studeren. Lachend: “Ik merkte wel dat ik wat zakelijker was dan mijn medestudenten.”

Gesputter in de kunstwereld

Het is haar in ieder geval gelukt om alvast een forse subsidie binnen te slepen uit de zwaar bevochten Bis-regeling. Dat ze de Raad voor Cultuur voor de plannen in Almere wist te winnen, heeft hier en daar tot wat gesputter geleid in de kunstwereld. Ze snapt wel dat het voor  instellingen die niets kregen lastig te verteren is dat een museum dat nog niet eens bestaat wel geld krijgt. “Maar ik kan me niet voorstellen dat ze ertegen zijn. Er mag hier in Flevoland wel iets bij.”

Denise de Boer: ‘ Ik ga ervan uit dat tussen de vijf en tien jaar van nu ­Almere een toonaangevend kunst­museum heeft’.Beeld Martijn Gijsbertsen

Om uit te leggen hoe zij in Almere te werk wil gaan, maakt ze graag de vergelijking met een start-up: “Als je een product introduceert is het tegenwoordig gebruikelijk om niet meteen een ­fabriek neer te zetten. Je maakt eerst een prototype en dat ga je toetsen bij je afnemer. Zo zie ik het voor het museum ook. We gaan de komende jaren activiteiten organiseren, en dan kijken wat wel en wat niet werkt. Dan kunnen we het bijschaven, zodat je het definitieve museum beter in de markt kunt zetten.”

Creatieve ruimte

Wat voor soort fabriek er uiteindelijk in Almere komt te staan – om maar even aan die vergelijking vast te houden – weet ze dus nog niet. Eerder grapte ze nog wel dat het museum ‘groter en hoger’ moest worden dan het Stedelijk in Amsterdam, maar inmiddels laat ze zelfs de vraag of er een nieuw gebouw moet komen onbeantwoord. De Boer, die nu nog helemaal in haar eentje plannen aan het schrijven is, vindt dat ze zo veel mogelijk creatieve ruimte moet laten voor de mensen die straks aanhaken bij het project en gaan meedenken. “Al heeft een museum natuurlijk wel een herkenbare plek nodig.”

Over het ‘protoype’ – de kunst die te zien moet zijn – is ze al iets concreter. “Die moet zintuiglijk zijn, je moet het kunnen horen, voelen en ruiken.” Een nieuw museum moet natuurlijk iets anders bieden dan wat de bestaande al doen. De Boer denkt aan grote, multimediale kunstwerken die vanwege hun omvang in andere musea zelden getoond kunnen worden. Er zit wel het een en ander in de Nederlandse depots. “Ik wil graag gaan samenwerken met andere musea, dat lijkt me logisch. Het zou zonde zijn als er werken liggen opgeslagen en dit museum zou een eigen vergelijkbare collectie gaan ontwikkelen. We zijn tegenwoordig veel meer gezamenlijk aan het verzamelen. Ik vind het een goede trend dat we de kunst van alle musea meer gaan zien als een landelijk collectie.”

Een inspirerend voorbeeld vindt De Boer het museum Team Borderless in de Japanse hoofdstad Tokio. Daar kun je swipend een werk van vorm doen veranderen, sta je als bezoeker midden in bewegende, veelal digitale kunst. “Het moet heel erg gericht zijn op beleving, je bent onderdeel van de kunst. Je gaat erin, je kunt het beïnvloeden. Er is interactie.” Dat sluit mooi aan bij de ­negen landschapskunstwerken die nu al her en der verspreid in de provincie Flevoland te vinden zijn. Ook immens groot en ze nodigen uit om doorheen te lopen of op te klimmen. Deze Land Art-collectie gaat deel uitmaken van het project. De Boer is ze onlangs allemaal gaan bekijken en het viel haar op hoe weinig bezoekers ze trekken. Dus daar ligt alvast een taak.

Almere deed in 2017 onderzoek naar de belangstelling van de inwoners voor cultuur. In de grafieken is duidelijk te zien dat de interesse in museumbezoek groot is, maar het aanbod klein: slechts negen procent van het totale museumbezoek vindt plaats in eigen stad. Dat kan in het Veiligheidsmuseum PIT en bij Kunstlinie Almere Flevoland (KAF).

Toegankelijker

“Wat ik belangrijk vind bij deze kunst en dit museum: je hebt geen voorkennis nodig. Ik wil me richten op instap-kunstkijkers, een benaming die ik onlangs hoorde bij museum het Lam in Lisse. Dat vind ik een positieve term. Veel hedendaagse kunst heeft een intellectueel karakter – nee, dat zeg ik fout – heeft zo’n imago. Het zit hem in de beeldvorming. Ik wil hedendaagse kunst wat toegankelijker maken.”

Het museum moet zo veel mogelijk mensen uit Nederland en de rest van de wereld naar Almere lokken – graag snoepen ze mee van de miljoenen toeristen die Amsterdam trekt. De niet geringe ambitie is 200.000 bezoekers per jaar. Maar in de eerste plaats moet het museum de interesse en het enthousiasme wekken van de inwoners van de stad en provincie, vindt De Boer. “Het wordt betaald door de gemeenschap, dan moet het er ook voor hen zijn. Dat is echt een principe.” Over de bewoners van Almere wist ze niet veel. “Geen idee dat hier meer dan 160 nationaliteiten wonen. Daar wil ik iets mee.” 

Een licht vooroordeel had ze wel, waarschijnlijk niet als enige, dat cultuur geen hoofdrol speelt in de stad. Maar dat blijkt een vergissing. “Er is ­onderzoek naar gedaan en daaruit blijkt dat inwoners van Almere heel cultuur-minded zijn. Daar was ik blij verrast over.” Meer dan 90 procent bezoekt ­ieder jaar een culturele instelling, van bioscoop tot theater. Meer dan twee derde van de inwoners is geïnteresseerd in museumbezoek en bijna de helft gaat al. Maar dan vooral in andere steden.

In het najaar legt De Boer haar plan van aanpak voor aan de gemeente en de provincie. Daarna volgen er projecten die het enthousiasme van de potentiële bezoekers moeten peilen. Eén datum staat al rood omcirkeld in haar agenda: de Floriade van 2022 in Almere. Daar moet een kunstpaviljoen staan dat een voorproefje geeft van wat het museum concreet gaat bieden. Maar verder is er nog geen vaste deadline. “Het is een stip op de horizon waar ik in stappen naartoe werk. Maar ga ervan uit dat tussen de vijf en tien jaar van nu ­Almere een toonaangevend kunst­museum heeft.”

Lees ook:

Het Flevolandse landschap als podium en kunstwerk

Geen gebied in Nederland leent zich beter voor landschapskunst dan het open, weidse, lege landschap van Flevoland. Johan Nebbeling volgt de Land Art Route langs monumentale kunstwerken op de voormalige zeebodem.

Aarzelend groeit de trots op Hollands polderglorie

De Flevopolders moesten Nederland beschermen tegen de nukken van de Zuiderzee en landbouwgrond opleveren. Ook hoe het er zou uitzien en wie er zouden wonen werd bedacht, al liep dat soms anders dan gepland, vertelt historicus Remco van Diepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden