Review

Een museum met muren van papier

Op de eerste bladzijdes van 'Papieren museum' van dichter/illustrator Ted van Lieshout staan twee jongens afgebeeld die verrassend veel op elkaar lijken. Alletwee zijn ze knap, blond en tenger. Toch is er ook een verschil. De een kijkt ons fier aan vanaf een negentiende-eeuws schilderij, gekleed in een donker pak en een wit overhemd met ruches. De ander zien we op een foto, hij draagt een poloshirt en blikt met een verlegen glimlach de camera in.

Het is een kiekje van Ted van Lieshout uit 1966, elf jaar oud. Ooit, lezen we, kreeg hij eens een kaart van het schilderij, dat in een Berlijns museum hangt. Hij schrok zich dood, want de afgebeelde jongen was hijzelf! Jaren later, vertelt Van Lieshout, bezocht hij, met zijn zuster, zijn dubbelganger in Berlijn: Hans Haubold, graaf van Einsiedel. Eigenlijk had hij toen graag een tijdje alleen met het schilderij willen doorbrengen. Maar dat ging niet. Daarom begon hij thuis zijn eigen 'museum' in een leeg schrift waarin hij de prentbriefkaart plakte en de foto van hemzelf. Zo maakte hij: ,,Een museum met muren van papier, waar niemand je voor de voeten loopt en niemand zich bemoeit met waar je naar kijkt'.

In dit papieren privé-museum geeft Van Lieshout een uitgebreide rondleiding, die duidelijk maakt dat kijken naar kunst niet moeilijk is als je je laat leiden door wat het bij je oproept, of dat nu herkenning, verbazing of afschuw is. De rondleiding voert langs verschillende afdelingen, maar ook langs het trappenhuis, de toiletten en de Carla van Lieshoutzaal. Daar zien we onder meer het trappenhuis van Escher, het beroemde urinoir van Duchamps en een geliefd schilderij van Van Lieshouts zus.

Ondertussen babbelt de gids honderduit over zijn fascinatie voor het ene doek en afkeer van het andere en leidt zijn bezoeker kriskras door de vertrekken zonder zich te storen aan stromingen, genres of periodes. Het gebrek aan structuur is wel eens storend, maar de associatieve gedachtesprongetjes die Van Lieshout maakt, leiden ook vaak tot verrassend aardige vergelijkingen. Bijvoorbeeld tussen het inpakken van de Reichstag door Christo en 'De Toren van Babel', een schilderij van Pieter Breugel de Oude.

De liefde voor de kunst spat van deze bladzijdes af. Dat is niet vreemd, want hoewel Van Lieshout vooral bekend is als dichter van kinder- en jeugdpoëzie, studeerde hij aan de Rietveldacademie in Amsterdam en werkte een tijdlang als illustrator en ontwerper. Zijn dubbeltalent bleek in bundels als 'Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel' (1990); 'Multiple Noise' (1992); 'Een lichtblauw kleurpotlood en een hollend huis' (1997). Dat waren eigenlijk multiple-kunstprojecten: dichtbundel en artistiek prentenboek ineen. 'Papieren museum' lijkt wel een beetje op die bundels. Van Lieshouts verhaal wordt namelijk afgewisseld met gedichten, die zonder uitzondering fraai zijn geïllustreerd met fotocollages en tekeningen.

Dat is allemaal mooi en zorgvuldig gedaan. Maar een bezwaar is wel dat deze gedichten en het grafisch werk geen duidelijke functie hebben in het verhaal. Het lijkt erop dat Van Lieshout niet heeft kunnen kiezen tussen een inleiding in de kunst voor kinderen en een nieuwe dichtbundel. 'Papieren museum' hinkt kortom te veel op twee gedachten.

Verder zit me als 'museumbezoeker' de willekeur van de gids toch dwars: 'Papieren museum' is te veel een privéproject. Met het openslaan van de vijftiende-eeuwse bronzen 'Paradijsdeuren' van Lorenzo Ghiberti, waarmee het boek begint, krijgen we vooral toegang tot Ted van Lieshouts eigen verbeelding. Toegegeven, dat is in zekere zin de opzet, en het geeft 'Papieren museum' ook iets bijzonders en intiems; bovendien leert het kinderen zelfstandig te kijken naar kunst. Maar een minder hermetische gedachtegang was ook in hun belang geweest. Bewijzen dat het anders kan zijn er genoeg. Een voorbeeld is het fraaie 'Uit de doeken: verhalen over kinderen in schilderijen' (1997) van Rudy Vandendaele, een rondgang langs schilderijen uit uiteenlopende periodes. Verder moet het prachtige 'Dada' genoemd worden. Dit van origine Franse kunsttijdschrijft voor kinderen wordt in vertaling uitgebracht door Stichting Plint in Eindhoven. 'Dada' is speels, fantastisch vormgeven en van een constant hoog niveau.

Maar het mooiste museum blijft uiteraard het museum dat je zelf maakt in een leeg schrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden