Review

Een moordenaar met een geweten

Schuld en boete en identiteitscrises staan centraal in het meest Russische aller toneelstukken: Alexander Poesjkins 'Boris Godoenov'. De opera die Modest Moessorgski op het toneelstuk baseerde, is vanaf vandaag in het kader van het Holland Festival in Amsterdam te zien.

Een jongetje in een wit kleed en met een kaarsje in de hand doolt rond in het tsarenpaleis. Tsaar Boris Godoenov, gezeten op zijn troon, kijkt hem peinzend na. Het is de schim van de kleine tsarewitsj Dmitri, die eigenlijk op de troon van Boris hoort te zitten. Het gerucht gaat dat Boris hem twaalf jaar geleden heeft vermoord om de troon te veroveren.

Maar er gaat nog een gerucht: Dmitri zou ontsnapt zijn aan zijn moordenaars en zich met een grote legermacht ophouden aan de Litouwse grens en oprukken naar Moskou. Het volk is in de ban van de vermoorde tsarenzoon en tegelijkertijd aanhanger van de man die pretendeert Dmitri te zijn. Boris zit in de val: of hij heeft de wettige troonopvolger vermoord of de wettige troonopvolger staat klaar om zijn plaats in te nemen.

Wat is waar? Twintigste-eeuwse historici zijn van mening dat Boris de tsarenzoon niet vermoord heeft en dat hij in 1598 op rechtmatige wijze de troon verwierf, nadat alle kinderen van Iwan de Verschrikkelijke waren gestorven, de jongste onder verdachte omstandigheden. Omdat Boris al enige tijd als regent voor de laatste tsaar had opgetreden, werd hij gekozen tot tsaar. Hij was een goede tsaar, die weliswaar met behulp van zijn geheime dienst hard optrad, maar ook de graanschuur voor het volk opende in tijden van hongersnood.

Lang heeft hij niet geregeerd. In 1602 claimde een jonge man in Polen tsarewitsj Dmitri te zijn, die op miraculeuze wijze zou zijn ontkomen aan de moordaanslag. Later bleek hij de monnik Grigori Otrjepjev te zijn. Grigori/Dmitri kreeg de steun van de Polen en de kozakken, die hier een mooi voorwendsel kregen aangereikt om de strijd met de oude vijand Rusland aan te gaan, en rukte op naar Moskou. Boris overleed plotseling in 1604 en Grigori werd in 1605 tsaar nadat hij de kinderen van Boris had vermoord. Grigori werd een jaar later alweer afgezet en vermoord. Er dook later nog een tweede valse Dmitri op, waarna er een periode van grote politieke onrust ontstond.

Het is geen wonder dat deze periode van de Russische geschiedenis veel kunstenaars heeft uitgedaagd om hun versie ervan weer te geven. Vooral in de negentiende eeuw, toen in Rusland de belangstelling voor de eigen geschiedenis op een hoogtepunt kwam, was de geschiedenis van tsaar Boris en zijn geheimzinnige uitdager voer voor de fantasie. Men ging ervan uit dat Boris de moordenaar was.

Uit alle toneelstukken en opera's die erover zijn geschreven, zijn die van Alexander Poesjkin en Modest Moessorgski de bekendste gebleven, hoewel ze beide in de negentiende eeuw niet als meesterwerken werden erkend. Poesjkins 'romantische tragedie' uit 1825, door hemzelf betiteld als zijn meesterwerk, laat subtiel zien hoe Boris gebukt gaat onder zijn schuldgevoel. Grigori weet daar handig gebruik van te maken door zich uit te geven voor de tsarewitsj. Daarmee graaft Grigori zijn eigen valkuil, want zijn grote liefde, de Poolse Marina met wie de echte Grigori/Dmitri ook trouwde, houdt alleen van hem als tsarewitsj. Als hij haar vertelt wie hij werkelijk is, een arme monnik, wijst zij hem af. Grigori heeft geen andere keus dan zijn nieuwe identiteit van tsarewitsj te handhaven.

Poesjkins werk werd nooit populair bij publiek en critici. Dat we het stuk kennen, danken we aan Moessorgski die het werk in 1869 als uitgangspunt voor het libretto van zijn opera gebruikte. Hij concentreerde zich op het 'schuld en boete'-thema door Boris en zijn gewetenswroeging centraal te stellen. Het muzikale Dmitri-thema doemt op cruciale momenten op om Boris aan zijn gruwelijke daad te herinneren. We zien Boris langzaam ten onder gaan en lijden met hem mee. Boris is een moordenaar uit ambitie die last van zijn geweten krijgt.

Ook deze opera leek de tand des tijds niet te zullen overleven. Twee versies, de korte uit 1869 en de uitgebreide uit 1872, werden door de censuur verworpen. De stukken eruit die wel werden opgevoerd, deden weinig stof opwaaien. Dat het werk overleefde, is de verdienste van Moessorgski's vriend en collega Rimski-Korsakov, een uitmuntend orkestrator, die de ruwe kantjes van Moessorgski's partituur heeft afgeschaafd en er meer glitter en glamour aan toevoegde.

In de tweede helft van de twintigste eeuw kreeg de belangstelling voor oerversies de overhand en kwamen de beide meesterwerken onder het stof vandaan. Deze maand is het werk van Poesjkin te zien in het Holland Festival (in het Russisch gesproken en Nederlands ondertiteld) en Moessorgski's eerste versie uit 1869 is vanaf vandaag te zien bij De Nederlandse Opera.

Willy Decker, de Duitse regisseur van de opera, is al vanaf zijn jeugd geobsedeerd door dit werk. ,,Ik was achttien en wist niet wat ik in de toekomst wilde gaan doen, viool spelen of filosofie studeren. Het was 1969 en in Keulen werd voor het eerst de oerversie 'Boris Godoenov' opgevoerd. Ik zag het één keer..... en daarna nog vijftien of zestien keer. Het stuk raakte me diep. Er spreekt een enorm medelijden voor Boris uit het stuk. Deze ervaring speelde een belangrijke rol in mijn besluit om met opera verder te gaan. Ooit wilde ik 'Boris Goedoenov' opvoeren.''

Declan Donnellan, de Engelse regisseur die zich sinds enige jaren vooral met Russisch theater bezighoudt, spreekt met dezelfde liefde over Poesj-kins werk. ,,Het is een ongelooflijk modern stuk. Poesjkin schreef het alsof hij het fenomeen film al kende. De scènes zijn net zo scherp gesneden als filmscènes. Van de enorme kroningsscène beland je zonder overgang in de stilte van een klooster, waarna je in een vrolijke kroeg belandt. Adembenemend. En dan de psychologische structuur. Het stuk behandelt de vraag wie de rechtmatige tsaar is. Maar eigenlijk gaat het over de vraag wat de identiteit van ieder individu is. Wie ben ik? Is Boris de dader van een moord of een slachtoffer? Grigori is een manipulator, maar wordt net als Boris slachtoffer van zijn eigen ambitie. Hij eindigt net als Boris als kindermoordenaar.''

Donnellans in Engeland luid bejubelde voorstelling speelt zich af op een catwalk met aan beide kanten publiek. Zijn Boris (de Russische acteur Alexander Feklistov) is een macho die in streepjeskostuum energiek tussen zijn bojaren (Russische edelen) heen en weer beent. Voor de buitenwereld is hij een cynische, ambitieuze machtswellusteling, die tot het einde toe zijn rug recht houdt. Maar wie goed kijkt ziet de lichte frons, de snelle oogbeweging, het wanhopige lachje, die zijn ineenstorting aankondigen.

De Boris van Decker (de bas John Tomlinson) is vanaf het begin een kwetsbaarder man. Direct na zijn kroning is er al niets meer van triomf te bespeuren en zijn tweede monoloog is een lange litanie over zijn ongeluk. In de opera bestaat er geen twijfel over zijn aandeel in de moord. Vlak voor zijn dood zien we hoe de angst hem letterlijk om het hart slaat. De grote stoel, het symbool van de tsarentroon, gaat al in een vroeg stadium van de opera op zijn kant.

Decker: ,,Boris is een gepassioneerd mens. Zijn persoonlijkheid omvat absolute bruutheid en de subtielste, diepste, zachtste liefde. Vanwege die extremen vind ik hem typisch Russisch. Hij doodt omdat een jongetje hem de weg naar de kroon verspert en vervolgens huilt hij erom. Boris' probleem is dat hij verschillende identiteiten aanneemt. Soms is hij de adelaar die moordt, dan weer de duif die liefde geeft. Zijn hart wordt verscheurd en aan de geïnfecteerde wond sterft hij. Grigori is geen reële dreiging voor hem, het gemor van het volk evenmin, maar zijn geweten wel.''

,,Zijn zachte kant is zichtbaar als hij bij zijn kinderen is. Zijn zoon Fjodor betekent alles voor hem. Eigenlijk heeft hij de kroon door een misdaad verovert, opdat Fjodor zonder bloed aan zijn handen tsaar kan worden. Tegelijkertijd doet zijn zoon hem voortdurend denken aan het jongetje dat hij heeft laten vermoorden. Om die reden heb ik een scène uit de latere versie van Moessorgski ingelast. Daarin kwam die relatie beter tot uiting.''

Dat Decker daarmee tegen de bedoelingen van de componist ingaat, kan hem weinig schelen. Hij heeft niet gekozen voor de oerversie, omdat dat de oorspronkelijke ideeën van Moessorg-ski zouden zijn, maar omdat hij deze versie krachtiger vindt, zowel door de authentieke ongepolijste muziek als door de nadruk op Boris.

,,Ik ben geen purist. Ik mag van mening verschillen met een auteur, soms moet je hem zelfs voor zijn fouten behoeden. Ik ga op zoek naar de essentie van een werk en probeer dat er zo goed mogelijk uit te laten komen. Dit stuk stelt de vraag: 'Is een moordenaar een menselijk wezen?'. En het antwoord luidt: 'Ja'. Ik voel mee met deze man, het is bijna alsof hij mijn broer is.''

Het is moeilijker om van de Boris in de Russische productie van Donnellan te houden. Zijn zwakke kanten zijn minder te bespeuren. Het is opvallend dat Poesjkin wel laat zien dat Boris gewetenswroeging heeft en last heeft van de insinuaties onder het volk, maar dat hij nergens expliciet Boris' schuld laat zien. Donnellan: ,,Boris is eigenlijk een heel gewoon mens, die zich laat leiden door ambitie. Ik denk niet dat hij in de ogen van Poesjkin werkelijk de kleine Dmitri heeft vermoord. Waarschijnlijk heeft hij eens geroepen: 'Zou het niet goed zijn als hij dood was', en iemand heeft dat toen voor hem geregeld. Hij voelt zich in elk geval wel schuldig aan deze moord en Grigori weet dat. Hij wacht tot Boris op het hoogtepunt van zijn macht is en slaat dan toe.''

Grigori is in dit stuk de lieveling van Donnellan, zo blijkt al snel. Hij noemt hem liefkozend 'Grishka' en laat de rol spelen door een van de beroemdste Russische film- en theateracteurs van het moment, Evgeni Mironov. Terwijl Decker Grigori beschouwt als een gefrustreerd wezen, dat te lang opgesloten heeft gezeten in een klooster, ziet Donnellan in hem een avonturier en een manipulator. Donnellan: ,,Dat zie je als hij de Polen om zijn vingers windt. De scène waarin hij Marina vertelt dat hij eigenlijk een monnik is, en zij hem dwingt om tsarewitsj te blijven, is de beste scène die ooit is geschreven. Toen ik dit voor het eerst las, wist ik niet wat me overkwam. Ik vond het beangstigend, pijnlijk, grappig, cynisch....maar het is vooral zó echt.''

Dat geldt eigenlijk voor het hele werk, vinden beide regisseurs. Het is een levensecht en tijdloos verhaal. Zowel Donnellan als Decker vinden de parallel met het hedendaagse Rusland frappant. Ook nu ondergaat dit land een instabiele periode, waarin de ene na de andere machthebber de troon opeist. Wie de Engels/Russische productie ziet, kan zich voorstellen hoe Poetin en enkele ministers in het Kremlin aan het vergaderen zijn. Decker moet vooral aan Boris Jeltsin denken. ,,Niet alleen vanwege de voornaam. Jeltsin is net zo'n ambigu extreem karakter. Ook hij zocht naar macht. En ook hem zagen we later dronken en gebroken in compromitterende situaties. Ja, hij lijkt eigenlijk heel erg op Boris.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden