Boekrecensie

Een meesterlijke roman over de rode jaren, die van Böll, Meinhoff en veiligheidsdienst Säpo

Schrijver Jan Guillou

De Zweedse schrijver Jan Guillou krijgt maar niet genoeg van zijn reeks ‘De grote eeuw’, een epos dat de hele twintigste eeuw beslaat. Aanvankelijk had Guillou een vijftal romans voor ogen, maar met ‘Zij die dromen doden slapen nooit’ zit hij nu al aan deel acht. Het boek speelt zich af in de jaren zeventig, een tijd die de schrijver als dertiger zelf heeft meegemaakt en die hij vanuit zijn eigen ervaringen minutieus in beeld brengt.

Het boek opent met de dood van oom Sverre. Zijn eigen­aardige testament doet een schokgolf door de familie gaan, ondanks het feit dat ze allemaal behoorlijk veel erven. Het overlijden van Sverre betekent meteen het einde van de eerste generatie Lauritzen. De derde generatie treedt nu op de voorgrond, met in de hoofdrol Eric Letang, kleinzoon van de tweede broer Oscar en een soort alter ego van de schrijver.

‘Zij die dromen doden slapen nooit’ speelt zich af tussen 1972 en 1975. De roman gaat over dezelfde tijdsfenomenen als zijn voorganger ‘1968’: Vietnam, de studentenprotesten en de linkse beweging. Maar de sfeer is een heel stuk grimmiger geworden. De Palestijnse kwestie staat nu prominent op de agenda van links. In Zweden probeert het Popular Front for Liberation of Palestine (PFLP) de onderdrukking van de Palestijnen op een geweldloze manier onder de aandacht te brengen. Maar het is niet evident een pacifistisch imago te bewaren. Want in Duitsland is de Baader-Meinhoffgroep in actie gekomen, iets wat alle Palestinabewegingen in heel Europa besmet met het stigma ‘links terrorisme’.

Eric Letang is als lid van de Zweedse PFLP goed bevriend met Duitse ‘sympathisanten’. Dat levert een hele rist bijzonder akelige gebeurtenissen op. Zijn Duitse geliefde Gertrude, met wie Eric een zoontje heeft, wordt vermoord door de veiligheidsdiensten. Hijzelf wordt bij zijn aankomst in Duitsland als ‘terrorist’ in de boeien geslagen en verhoord. Des te akeliger wordt het als blijkt dat de moord op Gertrude berust op een vertaalfout in afgeluisterde telefoongesprekken.

Infiltranten

De linkse groeperingen in Zweden kunnen aanvankelijk niet geloven dat de veiligheidsdiensten in hen geïnteresseerd zijn. Maar in dit boek raken ze overtuigd van het tegendeel. De leden van het PFLP worden achtervolgd en afgeluisterd. Ook blijkt de PFLP geïnfiltreerd te zijn door lieden die aanstichten tot geweld, wat voor de beweging een waar schrikbeeld is. Waar komen die infiltranten dan vandaan? Het schokkende antwoord komt aan het einde.

Dan pakt Guillou uit met autobiografisch zwaar geschut. Want de schrijver werd in de jaren zeventig als journalist befaamd om de onthulling van het bestaan van een geheime veiligheidsdienst in Zweden, die buiten de parlementaire controle om opereerde en zelfs niet bekend was bij de ‘gewone’ veiligheidsdienst Säpo. De hele affaire kwam de schrijver op een gevangenisstraf van tien maanden te staan, die hij uitzat in de zwaarst bewaakte gevangenis van Zweden.

Guillou weeft ook dit keer meesterlijk de grote geschiedenis door de kleine. En zelfs al besef je als lezer best dat sommige feiten al te toevallig samenkomen – Gertrude kent ‘toevallig’ Ulrike Meinhoff, Eric blijft ‘toevallig’ logeren bij Heinrich Böll, oudoom Sverre bezit ‘toevallig’ alle eerste drukken van de Bloomsbury­groep – toch ben je bereid dat door de vingers te zien, gewoon omdat het verhaal zo onderhoudend is. Dat Europese veiligheidsdiensten in de jaren zeventig zo begaan waren met de kleinste afwijkende ideeën van links, mag vandaag vreemd klinken, het is Guillou’s verdienste om die hele sfeer weer tot leven te brengen en te tonen ‘hoe het toen was’.

Beeld Frank Castelein

Natuurlijk, wellicht door Guillou’s eigen ervaringen, valt deze roman bijzonder politiek geladen uit. De schrijver beschouwt zichzelf trouwens nog steeds als zeer links, getuige zijn bloedernstige verklaring van de titel tijdens een televisie-interview: de ‘dromen’ uit de titel verwijzen naar niets minder dan de socialistische, klasseloze maatschappij, waarmee hij nog steeds sympathiseert.

Dat alles maakt deze roman tot een van de meest ernstige uit de reeks, ondanks de luchtigheid die de schrijver erin stopt in de vorm van ironische taferelen in een commune, dure wijnproeverijen ondanks het ‘linkse verbod’, en een spectaculaire ontsnapping van Eric en zijn zoontje uit de klauwen van de voltallige Duitse inlichtingendiensten. Het geeft dit boek net het beetje lucht dat het in al zijn ernst nodig heeft.

Oordeel: politiek geladen roman; grote en kleine geschiedenis meesterlijk verweven.

Jan Guillou
Zij die dromen doden slapen nooit
Vert. Bart Kraamer Prometheus;
367 blz. € 25

Lees ook: 

Jan Guillou schetst de vergeten gebeurtenissen in Zweden anno 1968 

Het zevende deel in de romanreeks ‘De grote eeuw’ van de Zweedse schrijver Jan Guillou heet simpelweg ‘1968’. 

Johanna speelt hoog spel. 

Spannend, goed gedocumenteerd vijfde deel van Guillou’s cyclus; niet helemaal geloofwaardig. 

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden