Review

Een man van vier vrouwen

In zijn werk was Frank Lloyd Wright een perfectionist, zijn privéleven hing aan elkaar van schandalen. Zo’n fascinerende figuur is bij de eigenzinnige romancier T.C.Boyle in uitstekende handen, schrijft Rob Schouten

Liefhebbers van het werk van Frank Lloyd Wright die in Chicago’s Oak Park het huis annex studio van de grote architect bezoeken, krijgen behalve een indruk van zijn stijl ook het nodige omtrent zijn levensverhaal te horen. Hoe hij, aanstormend talent in de leer bij de befaamde Louis Sullivan, met geleend geld het huis bouwde voor zijn gezin, met de open haard als centrale plaats. Hoe hij dat gezin later verliet en een schandaal veroorzaakte door met zijn maîtresse in een opzichtige sportwagen door de straten van Chicago te rijden. Hoe hij, de perfectionist, zelf de kleren van zijn vrouwen ontwierp zodat ze bij zijn meubels en huisstijl aansloten. Een vreemde, dwingende man, denkt de bezoeker, een genie met dictatoriale neigingen.

Het geheim van Frank Lloyd Wrights stijl, waarvan ik een groot liefhebber ben, is denk ik de combinatie van strengheid en warmte, van rechte lijnen en intieme kleuren en materiaalkeuze. Het is een combinatie die ook zijn persoonlijkheid kenmerkt: rücksichtslos en menselijk, calvinistisch en flamboyant.

Hij lijkt daarmee het aangewezen model voor een romanfiguur van de oude stempel, een ongrijpbaar, extreem karakter, zoals Emily Brontë, Dostojevski of Strindberg ze beschreven in romans over psychologische duisternis en demonische kracht. Het lijkt me geen toeval dat T.C. Boyle, een schrijver met een voorkeur voor Amerikaanse genieën, én een kenner van de negentiende-eeuwse (Britse) literatuur, zich juist op zo’n in wezen romantische figuur als Frank Lloyd Wright stortte.

Zijn roman ’De vrouwen’ maakt echter wel een ruim omtrekkende beweging. Hij schildert Wrights leven namelijk aan de hand van de vier belangrijkste vrouwen in zijn leven, en laat de geschiedenis vervolgens ook nog eens vertellen door een van zijn discipelen, de Japanner Tadashi, die jarenlang bij hem studeerde. Deze Tadashi schrijft niet alleen op latere leeftijd, zogenaamd samen met zijn kleinzoon, terugblikkend Wrights levensverhaal, maar voegt er in noten onder aan de pagina’s ook nog eens zijn eigen visie en interpretaties aan toe.

Die afstandelijke, indirecte benadering houdt het geheim van Frank Lloyd Wright intact. Nergens wordt een directe blik in zijn ziel geworpen, we krijgen de buitenkant van zijn handelen te zien, hoe zijn begoochelde vrouwen, minnaressen en leerlingen naar hem opkeken, maar niet wat er door hem zelf heenging. Zo komt de hoofdpersoon in zekere zin met de schrik vrij.

’De vrouwen’ volgt redelijk getrouw de publieke biografie van Frank Lloyd Wright, zij het in omgekeerde volgorde. We beginnen met zijn derde echtgenote, de Montenegrijnse Olgivanna Hinzenberg, wier relatie met Wright geplaagd werd door zijn stalkende tweede eega Miriam Noel, die weer moest opboksen tegen de geest van zijn maîtresse ’Mamah’ Borthwick (samen met haar kinderen en nog vier vrienden in Wrights befaamde huis Taliesin vermoord door een krankzinnige huisknecht), dewelke zijn eerste vrouw Kitty Tobin, moeder van zijn kinderen, opzijzette. Een vrouwenman, die Frank, maar ook iemand die zich van niemand wat aantrok. Zijn verhaal doet wel wat denken aan dat van Rembrandt, het genie dat de benarde omgeving tart met een buitenechtelijke relatie.

Dat ’De vrouwen’ eigenlijk een soort schuilnaam voor ’De man’ is, blijkt wel uit het feit dat de lezer niet goed achter de kern van deze vier wezens komt. Dat ligt allicht aan de visie van Tadashi, de bewonderende leerling die de vier vrouwen voornamelijk als satellieten van de grote meester Wrieto-San (zoals hij in het Japans genoemd wordt) opvoert. Wrights tweede vrouw bijvoorbeeld, Miriam Noel, was van zichzelf ook kunstenares (beeldhouwster), maar wij krijgen haar uitsluitend als jaloerse, hysterische heks te zien. Wel een karakter trouwens; van de vier blijft zij je het scherpst bij met haar giftige tong, specialiste in het trappen van scenes: „Ze deed een stap naar achteren, rukte haar arm los. ’Raak me niet aan,’ siste ze en ze was nu witheet van woede, witheet. ’Mijn man is boven, snap dat dan.’ Ze stak haar kin in de lucht, dwong haar blik door de lobby te laten gaan, mensen wendden zich af, mompelend, gegeneerd, betrapt op afluisteren, aangapen, staren. ’Hij is boven,’ zei ze en ze probeerde haar stem niet over te laten slaan hoewel de tranen – echte tranen, oprecht, spontaan en gloeiend heet – al in haar ogen prikten en haar wangen natmaakten, ’boven... met zijn... zijn hóér.”’

De ondertitel van ’De vrouwen’ luidt ’De architect van de liefde’, en ik vraag me af of daar niet iets cynisch in schuilt want het beeld dat van Frank Lloyd Wright overblijft is niet bepaald liefdevol. Natuurlijk is dit boek geen biografie maar een roman; niettemin worden de historische gegevens zo gerangschikt dat je een duidelijk beeld van de bouwheer krijgt, juist omdat je zo makkelijk dwars door de bewonderende blikken van zijn omgeving heen kijkt. Hij was een genie, ongetwijfeld, al komen zijn feitelijke prestaties – de huizen die hij schiep – , hier eigenlijk nauwelijks aan bod, een oerkracht, de grootste architect van zijn tijd, maar hij was ook een egoïst en een opportunist, iemand die met zijn combinatie van charme en energie iedereen in zijn buurt manipuleerde. Het knappe aan Boyle’s roman is dat hij het licht zo nadrukkelijk laat schijnen op de coterie om hem heen dat je de hoofdpersoon als het ware uit zijn omgeving kunt afleiden.

’De vrouwen’ is behalve een historische roman over Frank Lloyd Wright ook een boek over de jaren twintig en dertig in Amerika, toen preutsheid en behoudzucht de toon aangaven, en mensen nog ontzag hadden voor de pers die schandaaltjes met morele verontwaardiging uitmaten. Een tijd van zedenprekers waar Wright, de predikantszoon, zich aan wenste te onttrekken.

Dat Frank Lloyd Wright van zijn eigen leerlingen ook een soort onthouding en seksuele discipline eiste die hij zelf vaak helemaal niet opbracht, tekent het moeilijke, fascinerende karakter van de hoofdpersoon. Misschien zag de zelf onuitstaanbare Miriam Noel het nog wel het helderst: „Hij was onmogelijk, veruit de meest onuitstaanbare mens die ze ooit was tegengekomen, met zijn Godcomplex en zijn perfectionisme, altijd zanikend over de kleinste pietluttigheden”. In onze tijd zouden we hem misschien wel een vorm van Asperger hebben toegedicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden