column

Een Leuvense lezer bezoekt Leuvense lezers

Beeld Olivia Ettema

In Leuven vond afgelopen weekend een klein lezersfestival plaats en ik was uitgenodigd voor een leesclub in iemands huiskamer. Aan de wand stonden rijen boekenkasten en in de kasten stonden de boeken rijen dik. 

Het is grappig hoe lekker het voelt om een ruimte binnen te komen met heel veel boeken. Ik maakte er een opmerking over en de vrouw des huizes zei: “Maar in Nederland is dat toch heel normaal?”

Ze had ooit op een avond een boottocht gedaan over de Amsterdamse grachten. Omdat jullie de gordijnen niet dicht doen, zei ze, kon ik overal binnenkijken, en overal zag ik grote hoge kasten vol met boeken. In België was dat volgens haar zeldzaam. Andere aanwezigen bevestigden dat. In België werd veel minder gelezen. Het was erg moeilijk om publiek te organiseren in de Leuvense boekhandel, en tijdens dit lezersfestival waren er een paar auteursoptredens geannuleerd wegens te weinig belangstelling.

Indrukwekkende leeszaal 

Dit alles contrasteerde nogal met mijn eigen ervaringen. Een paar uur eerder had ik nog in de prestigieuze Leuvense Universiteitsbibliotheek gestaan met zijn indrukwekkende leeszaal met langszij boekenkasten vol naslagwerken en handboeken in alle talen, met pareltjes als: ‘De twintig rijkste Belgen’, ‘Who is Who in the United Nations’ en ‘Dirigenten in Limburg’. In die bibliotheek had ik als student archiefonderzoek gedaan en ik kan nog helemaal navoelen hoe diep ik onder de indruk was van de galerijen en al dat eikenhout. Dat hadden we in Leiden niet.

Bovendien was ik in mijn Leuvense tijd juist weer aan het lezen geraakt. Tot ik op mijn achttiende Zeeland verliet was ik leesverslaafd geweest, maar in Leiden leed ik aan een bloeiend sociaal leven op mijn reformatorische studentenvereniging. Lezen schoot er vaak bij in. 

Na mijn afscheid van het geloof en van die vereniging vertrok ik naar Leuven waar ik op kot zat met een stel tweedejaars uit de Westhoek. Ze hadden een gigantische hekel aan Hollanders, en van een gezamenlijke maaltijd was geen sprake. Op donderdag- avond vertrokken ze naar hun ouders om op zondag weer terug te keren met drie Tupperware bakjes pasta of rijst voor in de microgolf. De laatste avond aten ze friet.

Weekends

Meer aansluiting vond ik bij een paar Amerikanen, maar die vlogen in de weekends naar Rome, Madrid en Lissabon. Vervolgens raakte ik bevriend met twee Nederlandse meiden, die op vrijdag naar hun Hollandse vriendjes gingen.

Maar de bibliotheken waren in het weekend open, en ik bracht mijn weekends lezend door op mijn kamer in de Maria Theresiastraat, in het Sint-Donatuspark of in de Kruidtuin. En al gauw kwam mijn leesverslaving in volle hevigheid terug. Ik heb er Margaret Atwood ontdekt en Peter Verhelst, Julian Barnes en Gabriel García Márquez. Ik associeer Leuven juist heel erg met boeken.

De stad was verder veel mooier dan ik me herinnerde. In de Kruidtuin tierde de blauwe regen, en het Groot Begijnhof lag er uiterst sereen bij. Ik wist niet dat je in het centrum zo lekker kon eten, maar als student had ik natuurlijk geen geld voor een restaurant. Ook bleek Leuven intussen een haven te hebben, die er klein maar best leuk uitzag. Toen ik dat tijdens de leesclub vertelde, was men in de lach geschoten. De haven van Leuven was net zoiets als de lezers van Leuven. Niets om serieus te nemen.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden