Een kwartier naar de planten kijken

Frieda Pittoors, regisseur Ivo van Hove en andere acteurs van Toneelgroep Amsterdam tijdens de repetities van 'Kleine zielen'. Beeld Werry Crone

Je hoeft niet in de schijnwerpers te staan om een bijzondere rol neer te zetten. Actrice Frieda Pittoors speelt een oude, lichtjes dementerende vrouw in 'Kleine zielen' van Toneelgroep Amsterdam. 'Ik vind het mooi om ouderdom waardevol vorm te geven.'

Toneelspelen is een beetje toveren. Een 50-jarige kan zomaar een kind spelen, een zestiger kan een stokoude vrouw verbeelden, een vrouw trekt een pak aan en is opeens een man. Het zijn niet zomaar voorbeelden; ze komen allemaal uit de carrière van Frieda Pittoors, de 69-jarige Vlaamse actrice die speelt bij Toneelgroep Amsterdam.

Vorig jaar stierf ze zelfs op het toneel als de hoogbejaarde Ottilie in de voorstelling 'De dingen die voorbij gaan'. Haar krakende oude-vrouwenstem was opeens stil, het hoofd viel opzij. Een indrukwekkende rol. "In principe kun je alles spelen", vindt ze. "Het hangt een beetje af van de context, maar ik vind dat ik zelfs een klein meisje zou kunnen spelen. Ja, ook een wulpse vrouw van vijfentwintig. Je moet er zelf in geloven. En de mensen in de zaal moeten meegaan in je verbeelding, dat kan echt wel."

Momenteel speelt ze de oude mevrouw Van Löwe in 'Kleine zielen', een toneelbewerking van Couperus' 'De boeken der kleine zielen'. Het is het laatste deel uit een drieluik van Couperus-bewerkingen die regisseur Ivo van Hove bij Toneelgroep Amsterdam maakt. Deze rol is een mooie follow-up van de stokoude en stervende Ottilie, die zittend op een stoel het publiek in haar ban hield.

In 'Kleine zielen' is Pittoors lichamelijk actiever, maar houdt ze zich in de serre, tussen de planten, op de achtergrond. Terwijl haar kinderen en kleinkinderen om haar heen worstelen met het leven, ziet zij het van een afstand aan: peinzend, becommentariërend. Ze praat niet met de anderen, haar dochter Constance uitgezonderd. Haar filosofisch getinte opmerkingen komen plotseling, als ze even uit haar eigen wereld stapt. Haar opmerkingen over het weer weerspiegelen de sfeer tussen de andere gezinsleden, die soms warm en dan weer ijzig is.

De tekst loopt door onder de foto

Beeld Werry Crone

Wat is dat voor een vrouw die in de serre, tussen de planten, rondwaart?

"Ze is de mater familias, de moeder van Constance en de oma van de kinderen. Ik denk dat ze in de tachtig is. In het boek van Couperus zie je haar langzaam ouder en dement worden. In eerste instantie zou ik haar spelen als een bijna abstracte oude figuur die over het weer en de familie praatte. Maar dat werkte niet. Twee weken voor de première besloten we terug te gaan naar het personage in het boek. Nee, dat vind ik niet lastig, ik maak dat wel vaker mee. Ik was er erg blij mee. Want het spelen van een vrouw die tegen de dementie aanzit, geeft heel veel mogelijkheden. Ik kan haar helder laten zijn of boos. Of vrolijk. Of verlicht. Toen mijn vader dement werd, maakte hij zich soms enorm druk om details, om een kruimel die gevallen was. Die raapte hij dan heel langzaam op. Het leek me heel leuk om deze vrouw te spelen met flarden van helderheid, boosheid, kindsheid.

"Maar tijdens de laatste anderhalve week hebben we het toch weer veranderd. Ik ben wel de oma gebleven, zoals in het boek, maar in plaats van een demente ben ik een vrouw die door haar levenswijsheid veel dingen doorziet en er gevoelsmatig op reageert. Als twee personages verliefd zijn maar dat niet durven inzien, zegt zij: 'Het is lénte!' Ze heeft het over de natuur, maar ook over een gemoedstoestand in huis, die ze aanvoelt. De dementie ligt bij haar op de loer, daarvan ben ik me als actrice bewust, maar dat blijft op de achtergrond."

Hoe komt zo'n verandering tot stand tijdens de repetities?

"Dat gaat heel geleidelijk. Als ik de anderen zie spelen, pas ik mijn rol aan aan het geheel. Ik heb geen hoofdrol, in deze rol ben ik veel op mezelf en er is bijna geen dialoog waar ik aan meedoe. Daarom bekijk ik steeds welke bijdrage ik kan leveren waardoor ook de andere personages duidelijker worden. Ivo van Hove heeft nooit gezegd: 'Nu moet je dit doen'. Hij liet het me soms wel voelen. Zo zei hij op een gegeven moment: 'Kom eens even mee'. Toen ging hij heel aandachtig naar de planten kijken en zei: 'Zo doen mensen ook wel met planten'. Dat inspireerde me enorm. Ik kan nu wel een kwartier naar de planten kijken."

Bij Toneelgroep Amsterdam heeft een acteur veel eigen verantwoordelijkheid, vertelt Pittoors. Als de repetities beginnen, moet je je tekst al kennen en ook al bedacht hebben wat voor personage je bent. "Ik begin thuis met het lezen van de hele tekst. Dat doe ik een paar keer, vooral mijn eigen scènes. Daarna ga ik het pagina voor pagina uit mijn hoofd leren. En dan komt er een moeilijke stap: het hardop zeggen. Van stil naar hardop, dat vind ik zo zwaar. Want dan hoor je dat je sommige dingen goed zegt en dat andere dingen vals zijn. Dan denk ik: o nee, o nee. En soms is het zo erg dat ik zwijg van schrik. En dan moet ik de moed weer bij elkaar schrapen om het opnieuw te doen. Vreemd, hè.

"En het heerlijkste moment is als je voor het eerst je tekst kunt zeggen zonder naar het papier te kijken. Voor het eerst, dat is echt een genot. Dan zit het erin, dan kun je versnellen of pauzes houden waar je wil. Dat is zo'n fijne dag.

"Eenmaal in de repetitieruimte blijkt vaak dat je de tekst toch nog niet goed genoeg kent. Je wordt afgeleid door een geluid of doordat iedereen naar je luistert. Niet dat het erg is als je de plank misslaat. Ivo komt dan heel stilletjes naar je toe om met je te praten. Hij zegt het niet waar iedereen bij is. Die eerste confrontatie met de medespelers is altijd een belangrijk moment. Er gebeurt dan heel veel: de verhoudingen tussen de personages worden duidelijk, maar ook waar iedereen staat en hoe iedereen beweegt."

De tekst loopt door onder de foto

Beeld Werry Crone

In deze rol valt er juist weinig te bewegen. Mevrouw Van Löwe zit heel veel op haar stoel. Ze heeft ook betrekkelijk weinig te zeggen. Wat gaat u de hele tijd op het toneel doen?

"Ik vind dat niet erg, hoor, ik ben gewend aan dit soort rollen. Je moet dan als actrice laten zien dat je een levend wezen bent: aanwezig zonder veel de aandacht te trekken. Je kijkt naar het gesprek, je zit wat in jezelf, je kijkt naar buiten, je schommelt naar voren en naar achteren.

"Het moeilijke aan de rol is dat ik soms tien pagina's niets te zeggen heb en dan in moet vallen. Er wordt niet naar me toe gespeeld, ik krijg geen vraag om op te antwoorden, en toch moet ik op tijd invallen. Dat is goed opletten, ook omdat ik een beetje doof ben en op een groot toneel niet alles versta. De timing van die losse stukken tekst, ja, dat is het vakmanschap. Soms moet ik meteen aansluiten op een vorige zin, soms er tegenin spelen of een pauze houden. Dat ritme van de voorstelling maak je met elkaar."

Is het bijzonder om zo'n oude vrouw te spelen?

"Nou, spelen? Ik bén een oude vrouw. Het is wel bijzonder dat je door zo'n rol over je eigen ouderdom gaat nadenken. Als ik een puber speel, moet ik het pubergedrag analyseren. Nu kijk ik naar oude mensen om me heen, naar de filosofische vragen die opkomen bij die leeftijd. Ik spiegel me aan mijn moeder. Die is negentig geworden, maar was zo jong van geest. Haar hele lichaam was op, maar in feite was ze nog een jonge meid, ze voelde zich nergens te oud voor. Dat zijn heel fijne dingen van dit vak: je verdiept je in verschillende personages en denkt daardoor na over het leven. Niet altijd even diep, hoor. Maar toch. Neem deze zin uit mijn laatste monoloog: 'niets meer zijn ... niets meer hebben ... verdwijnen ... klank worden ... zuiver ... vrij. Ik heb hier wel even over moeten nadenken voor ik dit kon uitspreken en van mezelf kon maken. Dat is wel het bevredigende van dit werk."

Pittoors heeft speciaal gevraagd om een rol in de nieuwe Couperus. "De tekst van Couperus is een beetje ouderwets, maar toch heel mooi. Ik hou er erg van en probeer het als actrice goed tot zijn recht te laten komen. Bijvoorbeeld door op sommige plaatsen een pauze te leggen, een kommaatje toe te voegen.

"De boodschap van Couperus is steeds: hoe moet ik leven? In zijn boeken komen mensen voor - jonge mensen, mensen van middelbare leeftijd en oude mensen - die dat moeten bedenken: hoe moet ik leven in deze wereld, een plekje zoeken op deze onrechtvaardige wereld? Alle generaties vragen het zich af. En die oude vrouw is als enige een stapje verder. Zij zegt 'niets meer zijn, niets meer hebben, zuiver, vrij. Ik vind het mooi om de ouderdom vorm te geven als iets waardevols."

Bent u op uw leeftijd ook bij deze levenshouding aangekomen: niets meer zijn, niets meer hebben? Een actrice wil toch in de schijnwerper staan?

"Dat klopt. Maar als je ouder wordt, besef je dat je minder kracht hebt en minder op de voorgrond staat. En dat is goed. Het is fysiek een zwaar vak, met veel reizen, veel zenuwen. Teksten onthouden: ook geen kattenpis. Nu ik de pensioenleeftijd voorbij ben, ben ik freelance aan Toneelgroep Amsterdam verbonden. Maar dit seizoen speel ik in wel vijf producties. Zolang ik dat kan en zolang ze me willen hebben, blijf ik het doen. Ik vind het een voorrecht om bij deze groep geweldige acteurs te horen."

Frieda Pittoors is van 8 t/m 15 oktober en 11 t/m 18 november te zien in Kleine zielen van Toneelgroep Amsterdam in de Amsterdamse Stadsschouwburg. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden