Scenefoto van Aida, opgevoerd in Parijs.

OperaInterview

Een kritische Aida in een tropenmuseum, maar zonder zwarte zangeres

Scenefoto van Aida, opgevoerd in Parijs.Beeld Vincent Pontet / Opéra de Paris

De pompeuze, overbekende triomfmars uit Verdi’s Aida gaat volgens regisseur Lotte de Beer over arrogante, westerse suprematie. Donderdag gaat haar nieuwe, tegendraadse enscenering in Parijs in première.

Kolonialisme, racisme, roofkunst, seksisme. Het komt allemaal aan de orde in een van de populairste opera’s uit het repertoire: Aida van Giuseppe Verdi. Althans, dat beweert Lotte de Beer, die door de Opéra national de Paris werd uitgenodigd om er een nieuwe enscenering van te maken. Donderdag gaat de productie, waarmee ze debuteert in Parijs, in een lege Opéra Bastille in première.

Een première midden in een ­wereldwijde pandemie dus, en dat is slechts een van de obstakels die De Beer te overwinnen had. De Parijse Opéra is een notoir lastig huis, volgens de regisseur te vergelijken met een enorme fabriek. Een fabriek die drijft op grote, niet altijd beschikbare sterren, en een fabriek die vóór de pandemie geplaagd werd door langdurige en ontwrichtende stakingen. Verdi werkte zelf ook meerdere malen in Parijs en noemde het operahuis denigrerend ‘la grande boutique’.

“Ja, ik heb eenvoudiger dingen gedaan”, zegt De Beer diplomatiek, “en ik begrijp Verdi’s profetische uitspraak volledig. Corona en de daarbij horende protocollen hebben het er niet makkelijker op gemaakt, al ben ik natuurlijk blij dat het allemaal doorgaat. Maar het was zeker een andere Aida-enscenering geweest als ik die elders en in betere tijden had kunnen maken.”

Lotte de Beer strijdlustig tijdens de repetitie voor Verdi’s Aida.  Beeld Eléna Bauer / Opéra National de Paris
Lotte de Beer strijdlustig tijdens de repetitie voor Verdi’s Aida.Beeld Eléna Bauer / Opéra National de Paris

Kunst uitgummen

Verdi schreef Aida op verzoek van de zeer Europees ingestelde onderkoning van Egypte, destijds koloniaal bezit van Groot-Brittannië. Hij beweerde later zelfs dat zijn land niet meer bij Afrika hoorde, maar bij Europa. Het werk ging in 1871 in première in Cairo, waar net het Suezkanaal geopend was. Het verhaal gaat over de zwarte Ethiopische prinses Aida, slaafgemaakt door Egyptische overheersers. Zij wordt verliefd op de Egyptische strijder die tegen haar volk opmarcheert en moet kiezen tussen hem en haar vaderland. Een Romeo en Julia-verhaal tussen farao’s en piramides dus. Historische fictie over een oorlog tussen twee culturen, een witte en een zwarte. Maar volgens De Beer ook een koloniaal verhaal, een westerse kijk op oriëntalisme, gemaakt in tijden dat kunst uit Egypte werd geroofd om tentoongesteld te worden in Europese musea.

In de cancelculture van vandaag de dag zijn er volgens De Beer dus ook best opera’s te noemen die problematisch zijn. “Aida staat zeker op dat lijstje, maar ik ben erg tegen het uitgummen van kunstwerken, die gemaakt zijn in moeilijkere en andere tijden dan de onze. Verdi was een man van zo’n andere tijd, maar componeerde een opera die zó mooi is, dat je die niet zomaar weg kunt poetsen. En we moeten niet vergeten dat al die problematische titels ons ook cultureel gevormd hebben. Ik beschouw het als een privilege om die culturele geschiedenis te mogen interpreteren. En waarom zouden we ons moeten schamen voor kunstwerken die eeuwigheidswaarde hebben? Moeten we daarom Aida, Manon of Die Zauberflöte dan maar niet meer spelen? Ik ga vol voor de uitdaging en denk altijd: ‘Ha, een probleem!’ Kunst uitvlakken is het ergste wat je kunt doen.

“Ik had voor Aida graag een zwarte zangeres gehad, gewoon omdat die minder kansen krijgen. Over casting heb ik als regisseur in Parijs niks te zeggen, en toen bleek dat er vier witte zangeressen voor de titelrol gecast waren, heb ik wel even geaarzeld. Vroeger werden Aida-zangeressen zwart geschminkt, maar dat doen we gelukkig niet meer. Ik kon voor mijn gevoel niet om het thema ‘ras’ in deze opera heen. Toen heb ik contact gezocht met de zwarte, Ethiopische kunstenares Virginia Chihota. Ze bleek toevallig van opera te houden en heeft na ons contact wel honderd keer naar Aida geluisterd. Pas nadat ik Chihota aan boord had, heb ik het contract in Parijs getekend.

Scenefoto van Aida, opgevoerd in Parijs. Beeld Vincent Pontet / Opéra de Paris
Scenefoto van Aida, opgevoerd in Parijs.Beeld Vincent Pontet / Opéra de Paris

Aida lijdt aan de liefde en aan de politiek

“Chihota is een soort Egon Schiele en legt in een schilderij eerst en vooral de ziel van een personage bloot. Ze maakt kunst waarin een grote rol is weggelegd voor de gemarginaliseerde zwarte vrouw. Zij heeft Aida getekend en op basis van haar schetsen zijn poppen gemaakt, die tot leven gewekt worden door poppenspelers. Zo wordt Aida in onze voorstelling een collectief van pop, poppenspelers en een witte zangeres. Een heel team dat één personage tot leven wekt. De Aida-pop en die van haar vader komen tot leven in een koloniaal museum, dat ik gebruik als een metafoor voor de negentiende eeuw. In dat museum staat veel kunst die ooit door het Westen is geroofd. Aida en haar vader worden daar als het ware gegijzeld gehouden.

“De onderkoning van Egypte wilde bij Europa horen. Dat er een operahuis in Cairo kwam, hoorde daarbij. Het bijna tegelijkertijd geopende Suezkanaal is, net als de Europese kunstvorm opera, ook een koloniaal instrument geweest. De persoon Aida lijdt aan de liefde en aan de politiek. Verdi heeft dat briljant geschreven. Dat humane verhaal moet je vertellen, maar het frame moet over het stuk zelf gaan, over de geschiedenis van deze opera. En bij mij speelt de opera dus in een soort Tropenmuseum, met poppenspelers en met zangers in negentiende-eeuwse kostuums.

“Voor de beroemde triomfmars, waarin de overwinning van de Egyptenaren op de Ethiopiërs gevierd wordt, heeft Verdi volgens mij expres pompeuze, kitscherige muziek gemaakt. Ik wil daar geen verheerlijking van de oorlog laten zien, geen parade van gruwelijkheden, maar de arrogantie van de westerse suprematie. In een grote schilderijlijst vormen figuranten – met het koor mocht het niet vanwege corona – een paar tableaux vivants. In mijn ogen is het tableau vivant hét fossiel van de negentiende-eeuwse westerse kunst. Gestolde arrogantie. Opera is dat misschien ook, al maakt die in deze tijd nog steeds veel meer onderdeel van ons uit. Nog altijd zorgen opera’s voor kippenvel en tranen. Maar we moeten onze verantwoordelijkheid nemen en de problemen die eraan kleven in onze werkwijze meenemen. Verdieping zoeken. Opera is meer dan een stel zangers dat extreem mooi staat te zingen.”

Aida onder leiding van Michele Mariotti met o.a. Jonas Kaufmann, Sondra Radvanovsky en Ludovic Tézier vanuit de Parijse Opéra wordt donderdag rechtstreeks online gestreamd via Arte Concert (19.30 uur), en op zondagmiddag herhaald op het televisiekanaal van Arte (14.05 uur).

Lees ook:

Een omarmende ‘Zauberflöte’

Het maakt niet uit waar je Die Zauberflöte van Mozart ziet, ook niet of het in een moderne dan wel traditionele enscenering is. Altijd en overal is er ongemakkelijk gelach in de zaal bij de tekst: ‘Ein Weib tut wenig, plaudert viel’. 

Vrouwenpower in de opera

In de opera is het glazen plafond al doorbroken. Twee regisseuses debuteren dit weekend in grote operahuizen: Jetske Mijnssen en Lotte de Beer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden