Recensie Dans

Een klassieke catharsis, met hoop glorend aan de horizon

‘Kiem’ van Conny Janssen. Beeld Andreas Terlaak

Dans
Kiem
Conny Janssen Danst
★★★☆☆

Dansers die naar adem happen, als vissen op het droge. Met hun hoofd in de nek, de blik naar boven gericht, want daar komt het licht vandaan. Dat terugkerende beeld is de kern van ‘Kiem’, een dansvoorstelling over ergens in gevangen zitten en de wil en veerkracht om daaruit los te breken. Choreografe Conny Janssen maakt er een emotionele belevenis van, wat ook haar grote kracht is. Recent werd ze terecht gelauwerd met de Gouden Zwaan voor haar betekenis voor de dans in Nederland.

Janssen werkt met Grote Gevoelens vanuit een maatschappelijke context. Hier stelt ze de vraag: Hoe stap je uit de ratrace van het moderne bestaan, waarin we zo veel móéten en onszelf verliezen? Kiem heeft een uitgesproken dystopisch karakter, de voorstelling begint in duister mineur. Maar Janssen zou Janssen niet zijn als er geen hoop aan de horizon zou gloren.

Aanvankelijk blijft de bewegingsvrijheid van de dansers beperkt tot een vierkant met zwarte snippers – sintels, het residu van onze welvaartsmaatschappij? –, ingesloten door een betonnen geraamte van iets wat lijkt op een schuilkelder. De beweging, veelal op een kluitje, blijft star en ineengedrongen, eronder borrelen schokjes en sidderingen. In één collectieve beweging worden handen uitgestrekt naar de enige spot van boven waar licht uit schijnt. Dáárnaartoe, eruit breken, maar hoe?

Ademhappen wordt vrijuit ademhalen

Kiem ontwikkelt zich als een klassieke catharsis, een reiniging waarin de dansers zich soms zelfs letterlijk ontdoen van denkbeeldig vuil. Ze worden aangejaagd door een spannende soundscape van Budy Mokoginta en Mark Schilders, die met hun uitgebreide instrumentarium in het betonnen karkas resideren. De door hen gefabriceerde dreunen, alsof er gevangenisdeuren dichtslaan, schudden de groep los. De dansers duwen elkaar voort of houden elkaar juist tegen om uit dat inperkende vierkant te stappen.

De dynamiek wordt allengs vrijer en krachtiger, het aangeharkte sintelveldje losgewoeld. Ook de beklemming van de ‘schuilkelder’ wordt doorbroken wanneer er een panorama van een akker en een wolkenlucht achter het beton verschijnt, tot zover het oog reikt. Een fraai beeld.

Het ademhappen wordt vrijuit ademhalen, met propellerarmen en schouderliften. De muziek ontwikkelt zich van somber, met samples van tikmachines en onheilspellende fluisteringen, tot een verrassend klassiek arrangement met hier en daar een bubbelend belletje. Deze ontwikkeling is wat voorspelbaar, maar vooral door de uitstekende duetten – gevoelspareltjes pur sang – blijft de aandacht bij de les. Meestal houdt Janssen zich verre van het illustratieve, maar hier lukt dat niet overal. Een door Mokoginta gezongen nummer met daarin de oproep om vooral de wereld te gaan ontdekken, is te veel. Janssens gevoelskracht hoeft niet onderstreept te worden, die staat al als een huis.

Lees ook:

Stokoud, piepjong, in de bloei van het leven: iedereen is broos

In de openingsscène van ‘Broos’ van Conny Janssen komt in een paar minuten de hele levenscyclus voorbij

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden