Review

Eén kilo zijn en niet-zijn

In 1966 studeerde ik in Straatsburg. In het begin van de zomer deed zich een eigenaardig fenomeen voor. Op de bankjes in het park, aan de tafeltjes in de cafés vertoonden studenten zich plots met een dik boek, waarvan de titel duidelijk zichtbaar was: 'Les mots et les choses' ('De woorden en de dingen') van Michel Foucault.

Zelfs op weg naar colleges of onder het eten in de mensa werd het ostentatief meegedragen. Het was een zeer vreemde manier om met een boek om te gaan. Het werd gedragen in plaats van opengeslagen, publiekelijk getoond in plaats van in privé-rust gelezen. Mijn vrouw en ik begrepen er niets van.

Gelukkig konden Franse vrienden ons uitleggen wat er aan de hand was. Als filosofische mode loste het structuralisme het existentialisme af. Michel Foucault nam de plaats in van Jean Paul Sartre, de nadruk op menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid werd ingeruild voor de heerschappij van de anonieme structuren over de mens.

Terwijl het existentialisme uiteindelijk een humanisme wilde zijn, verklaarde het structuralisme dat 'de mens' aan het verdwijnen was, zoals een gelaat van zand aan de rand van de zee door de vloed wordt uitgewist.

Diezelfde Franse vrienden konden ons ook vertellen dat vlak na de Tweede Wereldoorlog zich in Parijs en 'de provincie' eenzelfde fenomeen had voorgedaan met een ander boek. Iedereen was toen plotseling existentialist. En hoe kon men dat beter tonen dan door 'L'être et le néant' (nu vertaald als 'Het zijn en het niet') overal met zich te torsen, Sartre's dikke wijsgerige hoofdwerk dat niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk zwaar was?

Aanvankelijk bleef dit moeilijke boek, in 1943 verschenen, zo goed als onopgemerkt. Maar toen Sartre na de oorlog furore maakte met zijn toneelstukken en romans, wilde iedereen die existentialist werd, ook plotseling de filosofie achter die andere werken openlijk omhelzen. Honderdduizenden kilo's ('L'être et le néant' woog exact één kilo) existentialisme gingen over de toonbank.

Ik was verbaasd. Tot op dat moment had ik in mijn studie slechts met enkele losse passages uit het boek geworsteld. Daar begreep ik lang niet alles van. Hoe konden zoveel mensen zonder filosofische achtergrond dit ontoegankelijke boek willen lezen? Geduldig werd mij uitgelegd dat dit laatste ook niet de bedoeling was. Het ging niet om de binnenkant maar om de buitenkant. Vaak namen de adepten van het existentialisme niet eens de moeite om - wat toen nog met Franse boeken moest - de meer dan zevenhonderd pagina's open te snijden.

Iets dergelijks maakte ik nu mee met 'Les mots et les choses' van Foucault. Ook dit hondsmoeilijke boek werd nauwelijks gelezen. Zelf kon ik bij een aantal pogingen om erin door te dringen alleen maar constateren dat het mij toen in veel opzichten boven de pet ging. Pas veel later kon ik er dankzij commentaren en samenvattingen enigszins mijn weg in vinden.

Foucaults dikke pil werd al snel in het Nederlands vertaald. Sartre's filosofische hoofdwerk heeft lang op een vertaling moeten wachten. Die ligt er nu eindelijk. Frans de Haan heeft niet alleen een inhoudelijk uitstekende weergave maar ook een goed lopende tekst afgeleverd. Hoe zal 'Het zijn en het niet' in ons taalgebied worden gebruikt? Het is niet meer nodig om existentialist te spelen, dus zal het van de inhoud van het boek moeten komen. Heeft Sartre na zestig jaar ook de huidige lezer nog wat te zeggen?

Tot nu toe is de ontvangst van deze vertaling lauw, om niet te zeggen afwijzend geweest. Filosofisch geïnteresseerde Nederlandstalige lezers zouden weinig meer van hun gading in Sartre's moeilijke en gedateerde hoofdwerk kunnen vinden.

Deze negatieve houding lijkt me vol strekt ten onrechte. Zeker, er zijn delen van het boek waarin je als lezer zonder filosofische voorkennis onherroepelijk verdwaalt. Maar daar staan spannende en toegankelijke stukken tegenover, zoals je die maar zelden in filosofische literatuur vindt. Sartre is hier eerder romancier dan filosoof. In het beschrijven van concrete scènes uit het dagelijks leven worden moeilijke filosofische begrippen, tot en met die van 'het zijn' en 'het niet', plotseling springlevend en helder.

Volgens een beroemde anekdote ging Sartre tijdens zijn studie een jaar naar Duitsland omdat daar door Heidegger zo over een glas bier werd gepraat dat dit wijsgerige dimensies kreeg. De les die Sartre daar leerde, heeft hij in 'Het zijn en het niet' beter toegepast dan zijn Duitse leermeester. Alledaagse scènes weet hij filosofisch op verrassende wijze te belichten. Alleen al daarom is de vertaling van zijn hoofdwerk uiterst welkom.

Daar komt nog iets bij. De twintigste eeuw is een paar jaar geleden door Bernard Henri Lévy uitgeroepen tot 'de eeuw van Sartre'. We leven nog in de schaduw van deze eeuw, die Sartre vanuit zijn filosofie voortdurend becommentarieerde. Wie deze eeuw met al zijn excessen en ontsporingen maar ook met zijn engagement en vrijheidsliefde enigszins wil begrijpen kan niet om Sartre en het existentialisme heen. 'Het zijn en het niet' kan helpen om een fundament voor dit begrijpen te leggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden