Review

Een kale en lelijke man

Niet te veel in de kroeg zitten, goed op je centjes passen, de spreuk 'Wiens brood men eet, diens woord men spreekt' als gouden leefregel aan de muur, en een stil leven op het platteland, na roem te hebben vergaard in de stad.

Dat is de slotsom van Stephen Greenblatt, na een leven lang de Engelse literatuur van de Renaissance te hebben bestudeerd, van het leven van William Shakespeare, 1564-1616. Dat is waar de geleerde op uitkomt, die al het mogelijke heeft gedaan om zich een beeld te scheppen op basis van de schaarse biografische gegevens over de grootste toneeldichter aller tijden, over een man die met een overdonderend universalisme alle passies, pijn en vreugde van de mens in zijn werk heeft gestopt.

Greenblatt is een leidende figuur binnen de stroming in de literaire kritiek, die bekendstaat als 'New Historicism'. Het levensverhaal van een schrijver is belangrijk voor de interpretatie van zijn werk, betogen Greenblatt en medestanders in het debat met hun tegenstanders, de mensen van de 'New Criticism'.

De discussie woedt al decennia en ook Greenblatt heeft zijn vijanden. Maar wat dit nieuwe boek van hem zo bijzonder maakt, is dat hij de emoties en de impulsen van waaruit de dichter zijn ongelofelijke oeuvre schreef, heel dicht bij je brengt. Greenblatt doet dat met een suggestieve kracht die je regelmatig naar adem doet snakken. Hij brengt de kale, lelijke man van de Droeshoutgravure in de First Foliouitgave van 1623, die intussen wel de aangrijpendste teksten geschreven heeft, tot leven.

Al meteen in het eerste hoofdstuk, over Shakespeare's jeugd, legt Greenblatt een schitterend verband tussen de jeugd van de schrijver en de komedie 'Een Midzomernachtsdroom'. Het is een komedie die, anders dan de andere van Shakespeare, geen aanwijsbare bron heeft, waar de schrijver zijn stuk op gebaseerd kan hebben. Greenblatt betoogt dat de dichter met dit stuk, dat hij schreef op dertigjarige leeftijd, viert dat hij is ontsnapt aan het amateurtoneel van zijn jeugd, met zijn ruwe taal, kreupel metrum en holle frasen, lomp, onnozel of opgeblazen.

Hij viert het meesterschap dat hij verworven heeft in de theaters van de professionele, Londense acteurs. Maar hij behandelt de groep handwerkslui, die 'Pyramus en Thisbe' spelen voor de aristocratische gasten op de bruiloft van Theseus en Hippolyta ('een bloemlezing van theatrale catastrofen', zegt Greenblatt), opvallend teder en liefdevol. Shakespeare geeft die stuntelaars 'een waardigheid die gunstig afsteekt bij de sardonische lompheid van de aristocratische toeschouwers'.

De rode draad van Greenblatts boek is dan ook dat Shakespeare nooit de gewone, provinciale wereld, waar hij vandaan kwam, vergat. Ondanks, of juist als kroon op zijn overstelpende en meeslepende fantasie voelde hij zich het meest op zijn gemak in de alledaagsheid van het bestaan.

Sterk komt dit naar voren in Greenblatts analyse van Shakespeare's vriendenkring, de 'University Wits' die, anders dan hijzelf, allemaal gestudeerd hadden in Oxford of Cambridge. Deze groep van dichters en toneelschrijvers zat veel vaker in de kroeg dan goed voor hen was. Ze keken neer op 'de boerenkinkel' William. Diens succes in het theater stoorde hen. Het meest onomwonden bracht hun aanvoerder, Robert Greene, dit onder woorden in een tirade tegen acteurs, die meenden ook te kunnen schrijven. Hij deed een directe aanval op Shakespeare, die 'omhooggevallen kraai, verzaligd met onze veren'.

Greene stierf in september 1592, 32 jaar oud. Al spoedig volgden hem Thomas Watson en de enige echte concurrent van de dichter, Christopher Marlowe.

,,Na 1593 had de nog geen dertigjarige Shakespeare geen serieuze rivalen meer”, schrijft Greenblatt. Jaren later, in 'Hendrik IV', vond Shakespeare's wrok tegen Greene een uitlaatklep in het personage van de losbol John Falstaff, 'die volbloed lafbek, die beddenperser, die paardenrugbreker, die kolossale berg vlees', zoals prins Hal zijn leermeester in de taal van het Londense straatschuim beschrijft.

Niet alle conclusies die Greenblatt uit leven en werk van Shakespeare haalt, zijn even overtuigend als wat hij over Greene en Falstaff vertelt. Zo vraag ik mij af of zijn huwelijk met Anne Hathaway zo slecht is geweest. Dat de 18-jarige William in 1582 in de velden rond Stratford de acht jaar oudere Anne bezwangerde, is natuurlijk niet de best denkbare start voor een gelukkig huwelijk. Maar meer kun je er ook niet van zeggen.

Dat hij in Londen leefde en werkte, maar vrouw en kinderen in Stratford liet, kan ook te maken hebben met het vuil, de stank en de gevaren (de pestepidemieën!) in de grote stad. Uit zijn stukken blijkt dat hij het leven op het land liefhad, en toen hij vond dat hij genoeg verdiend had, ging hij bij zijn familie wonen. Dat Shakespeare in zijn testament Anne slechts het op één na beste bed vermaakte, en zijn vermogen zo ongedeeld mogelijk aan zijn lievelingsdochter Suzanne liet, kan ook zijn omdat deze dochter na zijn dood de zorg voor haar moeder had.

Maar een prikkelende en fascinerende studie blijft het.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden