Piet Mondriaan in zijn atelier in New York (2017).

Tentoonstelling Joost Swarte

Een Joost Swarte is bestand tegen een tweede blik

Piet Mondriaan in zijn atelier in New York (2017). Beeld Joost Swarte

Dankzij zijn klare lijn maakt Joost Swarte al vijftig jaar glasheldere tekeningen. De Kunsthal wijdt een tentoonstelling aan zijn werk, waarin de humor welig tiert.

Een kaal mannetje ligt aandachtig te lezen in bed, zijn hoofd in de lichtkegel van het nachtlampje. Naast hem zit een naakte blondine, stierlijk verveeld. Om de grap af te maken staat onderaan de tekening een zwart kader met een waarschuwing, zoals op een pakje sigaretten: ‘Lezen brengt u en anderen rondom u ernstige schade toe’.

De prent, afkomstig van een verjaardagskalender uit 2006, is Joost Swarte (71) ten voeten uit. Je herkent de stijl van ’s lands beroemdste tekenaar en illustrator op slag, zelfs als je geen idee hebt hoe hij ook alweer heet. Helderheid, milde ironie en een bijna mechanische perfectie zijn al decennialang vaste waarden in zijn werk. Een staalkaart van zijn oeuvre is nu te zien in de Kunsthal Rotterdam, waar een expositie is gewijd aan zijn vijftigjarig kunstenaarschap.

‘Boeken op vakantie’, omslag van het zomernummer van Walrus magazine, 2009. Beeld Joost Swarte

Zijn eerste strip tekende hij in 1969 in opdracht van Philips, toen hij nog industrieel ontwerpen studeerde in Eindhoven. Destijds was zijn grote inspiratiebron ‘Kuifje’, van tekenaar Hergé. Voor de stijl van Kuifje bedacht Swarte in 1976 de inmiddels gangbare term klare lijn, ook van toepassing op zijn eigen werk. De kenmerken: contourlijnen met steeds dezelfde dikte, een strakke vlakverdeling met weinig of geen schaduwen en tot slot heldere kleuren zonder arcering. Zo krijg je dat typische, leesbare, begrijpelijke beeld.

Het maakt Swarte’s werk niet simplistisch, integendeel. “Als je er wat langer naar kijkt, zie je veel grapjes of dubbele lagen”, zegt curator Eva van Diggelen. “Hij wil dat zijn tekeningen bij een tweede blik nog steeds interessant zijn. Er zit altijd iets achter.”

Hij ontwierp ook postzegels, borden, gebouwen, brillen en glas-in-lood-ramen

Een beroemd voorbeeld is zijn ‘Spiegel’ uit 1980. Op het eerste gezicht zie je een beschonken man die in een grand café getergd voor zich uit lijkt te staren. In de brede spiegel op de wand achter hem wordt duidelijk waar hij naar kijkt: een man en een vrouw, dansend in innige omstrengeling. Hier zijn we, kortom, getuige van verterende jaloezie.

Swarte begon zijn carrière als underground striptekenaar, maar brak door naar een breder publiek, ook in het buitenland. Als illustrator werkt hij nu voor Belgische, Franse, Spaanse en Amerikaanse bladen. Hij vult geregeld de cover van het invloedrijke weekblad The New Yorker. Zijn stijl is in de loop der jaren nauwelijks veranderd, al heeft hij de kunst van het weglaten wel verder doorgevoerd: de essentie volstaat.

‘Roodkapje’, illustratie voor de wachtkamer in het Oogziekenhuis (2005) Beeld Joost Swarte

In de Kunsthal is ook de serie portretten te zien die Swarte van kunstenaars maakte. Hij legt de nadruk niet op hun gezicht, maar op attributen uit hun werk. Piet Mondriaan herken je aan de vlakken en lijnen waarmee hij stoeit. En Annie M.G. Schmidt heeft een kleine Jip en Janneke op haar bureau, terwijl op het raam achter haar nog wat letters staan van Het Parool, de krant waar ze ooit werkte.

Swarte heeft ook romans van Nescio geïllustreerd. Hij ontwierp postzegels, aardewerken borden, affiches, platenhoezen, gebouwen, brillen en glas-in-lood-ramen. Maar de kern blijft het tekenen. Ouderwets handwerk met een kroontjespen, zeer tijdrovend. Op een versneld afgespeelde film van één uur is te zien hoe Swarte een strippagina volschetst; in werkelijkheid duurde de opname achttien uur. Maar het resultaat is ernaar.

‘Joost Swarte overal’ is nog t/m 19 januari te zien in de Kunsthal in Rotterdam.

Lees ook:

Hoe Franca Treur en Olivia Ettema het feuilleton weer een nieuw leven inblazen

Samen stoften schrijfster Franca Treur en illustrator Olivia Ettema de ouderwetse formule van het feuilleton af. Het culmineerde in een roman én in een tentoonstelling. Hun geheim: de kunst van het weglaten. ‘Dat prikkelt de fantasie.’

Een stripverhaal als ode aan alle taxichauffeurs

Geen drama is te groot voor een stripboek, vindt Aimée de Jongh. In haar nieuwste beeldroman schetst ze heftige levensverhalen van taxichauffeurs. ‘Met een paar gezichtsuitdrukkingen of een simpele achtergrond kun je veel suggereren.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden