David uit het Oude Testament kreeg van Michelangelo een voorhuid.

Kunst

Een Joodse blik op kunst (en waarom Michelangelo’s David niet besneden is)

David uit het Oude Testament kreeg van Michelangelo een voorhuid.Beeld EPA

Lijkt Superman op Mozes? Waarom heeft Judas op ‘Het laatste avondmaal’ van Da Vinci zo’n grote neus? Als je met een Joodse blik naar kunst kijkt, vallen je andere dingen op. Jaron Beekes schreef er een ­vrolijk boek over.

Er is iets geks aan de hand met het beroemdste beeld ter wereld, de David van Michelangelo. Tenminste als je het bekijkt met een Joodse blik. Zijn bescheiden geslacht is voorzien van ‘een joekel van een voorhuid. De koning der Israëlieten, onbesneden!’, schrijft Jaron Beekes in zijn boek ‘Kunsjt’ – dat is het Jiddische woord voor kunst. Michelangelo heeft zich in het geheel niet bekommerd om de afkomst van David. Hij gebruikte de jongeman die de reus Goliath versloeg als symbool voor de stad Florence die het opnam tegen de machtige familie De’ Medici.

Cultural appropriation zou je het vandaag de dag noemen, het toeëigenen van andermans cultuurgoed. Maar denk nu niet dat Beekes, zelf Joods, een ingewikkelde discussie wil ontketenen. Zijn boek, een verzameling van de columns die hij schreef voor het c, is vooral een lichtvoetige reis door de kunstgeschiedenis met een Joodse bril op.

Net als Michelangelo hebben veel kunstenaars door de eeuwen heen geput uit de Joodse geschriften die christenen het Oude Testament noemen, maar ook de verhalen uit het Nieuwe Testament kun je van een Joodse kant bekijken. Bijvoorbeeld ‘Het laatste avondmaal’ van Leonardo Da Vinci, of in de ogen van Beekes, ‘een rabbijn die in Jeruzalem met zijn leerlingen aan een seidermaaltijd zit’. “Bij dat werk valt het mij meteen op dat de slechterik van het stuk, Judas, als enige wordt afgebeeld met een grote haakneus en een geldbuidel”, zegt Beekes. Een stereotype dat we vandaag de dag – terecht – niet meer straffeloos op de sociale media kunnen plaatsen.

Beekes wil maar zeggen: wie kunst beschouwt, neemt altijd zichzelf mee. En dat kan voor anderen weer verrassende inzichten opleveren. Tal van vermakelijke anekdotes laat hij de revue passeren. Niet alleen over de beeldende kunst – ook muziek komt aan bod, als het gaat over The Beatles. Waren die Joods dan? Nee, maar Beekes vindt vele aanknopingspunten, in dit geval het onwaarschijnlijke verhaal rond het liedje ‘Hey Jude’. Toen die single uitkwam in 1968, hadden de Fab Four net een zakelijke zeperd achter de kiezen. Een kledingwinkel in Londen moest sluiten wegens gebrek aan succes. Om toch nog iets aan het lege pand te hebben, kreeg Paul McCartney het idee de titel van de nieuwe single met zwarte verf op de witgekalkte winkelruiten te schilderen. Hey Jude. Lees dat even hardop in het Duits en je snapt dat de link met de nazi’s snel gelegd was. Waargebeurd! Trouwens, McCartneys latere vrouw Linda was Joods. En manager Brian Epstein ook.

Hitlergroet of onschuldig olympisch gebaar?

Beekes besteedde in zijn columns ook ­aandacht aan het beeld bij het Olympisch Stadion in Amsterdam dat de Hitlergroet lijkt te brengen. Nogal aanstootgevend in zijn ogen, en hij pookte de discussie over het werk van Gerarda Rueb weer op. Het beeld uit 1928 zou met zijn geheven rechterarm een onschuldig olympisch gebaar maken, maar dat ging er bij hem niet in. Hij wees er nog maar eens op dat die gestrekte arm echt een uitvinding was van de fascisten en niet van de Romeinen, zoals op een bordje bij het beeld te lezen stond. Tot zijn grote tevredenheid wordt het eindelijk van zijn sokkel gehaald, werd vorige week ­bekend.

De columns zijn stuk voor stuk smakelijk om te lezen, maar Beekes wil er ook iets wezenlijks over de Joodse cultuur mee vertellen. “Joden hebben vooral een verhalende traditie, het beeld hobbelde er altijd wat achteraan”, zegt hij. Het tweede van de Tien Geboden verbiedt immers herkenbare beelden te maken, dus dat lag altijd wat gevoelig. Daarom vindt Beekes dat het abstracte werk van Markus Rothkowitz erg goed in die traditie past. Wie? Mark Rothko verengelste zijn Joodse naam, zoals behoorlijk wat kunstenaars en artiesten deden.

Veel superhelden hebben een Joodse achtergrond. Zo is Superman bedacht door Jerry Siegel.

In de ontwikkeling van het stripverhaal speelde de specifieke verteltraditie een grote rol. Veel Joodse illustratoren kwamen in de jaren twintig en dertig in de Verenigde Staten door discriminatie niet binnen bij vooraanstaande uitgeverijen en reclamebureaus. Dus gingen ze strips maken, een genre waarop werd neergekeken. Veel superhelden hebben een Joodse achtergrond. Van ­Superman (geschreven door Jerry Siegel en getekend door Joe Shuster, beiden Joods) wordt wel gezegd dat hij lijkt op de bijbelse Mozes: een uitverkoren kind met bijzondere gaven. De beroemde graphic novel ‘Maus’ werd geschreven door de Joodse Art Spiegelman. Het werd een schoolvoorbeeld voor de serieuze, literaire strip. Daar weet Beekes ook veel van: hij schreef en tekende zelf twee graphic novels, waarvan er een gaat over Baruch de Spinoza en de ander over ­Brian Epstein.

Het Joodse bruidje van Rembrandt

Een etnisch argeloze lezer zal regelmatig verrast mompelen: ‘O, is die ook Joods?’ Beekes wilde met dit boek echter geen opsomming maken van Joodse kunstenaars. “Wij zijn, gezien de geschiedenis, nogal allergisch voor lijstjes”, zegt hij. “En ik denk dat de helft van de personen in het boek niet Joods is.” Natuurlijk kan hij niet om de schilder Marc Chagall heen – volgens Beekes is een Joods interieur niet compleet zonder een reproductie van zijn werk. Maar via een omweg komen we ook terecht bij Vincent van Gogh. Waarschijnlijk keek hij zijn aardappeleters af van een werk van de Joodse ­Jozef Israëls. En hij vond ‘Het Joodse bruidje’ van Rembrandt het mooiste schilderij dat hij kende. Overigens was dat bruidje waarschijnlijk niet Joods – en dat is alweer een ander verhaal.

‘Kunsjt – Een Joodse kijk op kunst in 50 meesterwerken’ van Jaron Beekes verschijnt op 18 augustus bij De Arbeiderspers; 27,50 euro.

Lees ook: 

Olympisch Stadion verwijdert beeld dat ‘Hitlergroet’ brengt

Nee, de bronzen sporter brengt niet de Hitlergroet, maar toch gaat het olympische beeld van zijn sokkel. Waarom?

De Amerikaanse Abby Stein is rabbijn, maar dan wel op haar manier

Al van jongs af aan was duidelijk dat Abby Stein, die opgroeide in het ultra-orthodoxe jodendom, rabbijn zou worden. Dat werd ze. Maar ze werd ook de eerste transpersoon in de chassidische gemeenschap. 

De wereld van ‘Unorthodox’ is pijnlijk beklemmend, de serie zelf vrij orthodox

In ‘Unorthodox’ wordt het religieuze juk waaraan de hoofdpersoon zich ontworsteld op indringende wijze voelbaar gemaakt. Maar het had allemaal iets subtieler gekund.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden